Dood door een verdwaalde speer

Peter Pohl: De regenboog heeft maar acht kleuren. Vert. Cora Polet. Uitg. Querido, 327 blz. Prijs ƒ 29,90. 13 jaar en ouder.

Het lijkt wel of Peter Pohl voor zijn nieuwe boek, De regenboog heeft maar acht kleuren, alles op alles heeft gezet om zoveel mogelijk narigheid en ellende bij elkaar te krijgen. Pohl is nooit een vrolijke schrijver geweest, Jan, mijn vriend en We noemen hem Anna waren ook geen zonnige boeken, maar ze waren wel goed. Ze leken erop uit om eerlijk te laten zien hoe wreed de wereld voor kinderen kan zijn en ze deden dat op een aannemelijke en redelijk nuchtere manier. Daarna kwam Ik mis je, ik mis je!, een vooral vanwege de tekortschietende taal teleurstellend boek over een vijftienjarige tweeling van wie er eentje een dodelijk auto-ongeluk krijgt. Het was samen met Kinna Gieth geschreven, een vrouw die dit ongeluk zelf had meegemaakt, en misschien, dacht ik toen, had dat Peter Pohl wat verkrampt. Helaas. Nu komt hij met een helemaal zelf geschreven boek dat zowel inhoudelijk als stilistisch een ramp is.

Eerst maar eens de korte samenvatting van het verhaal. Heinrich Hegg komt met zijn Zweedse moeder vlak na de oorlog naar Stockholm. Zijn Duitse vader is gesneuveld, zijn Duitse vriendjes zijn allemaal dood, hij heeft vreselijke herinneringen en angsten overgehouden aan de oorlog en zijn moeder ook. In Zweden wordt hij door de kinderen op straat verschrikkelijk mishandeld. Hij krijgt een vriendje, dat binnen de kortste keren onder een auto komt. De lieve opa die bij moeder en hem inwoont heeft kanker en gaat dood. Moeder verwaarloost Heinrich (die na een poosje Zweeds wordt en Henrik gaat heten), ze koopt zelfs niet eens eten voor hem. Henrik krijgt weer een vriendje. Dat verdrinkt in het zwembad. Henrik krijgt een vriendinnetje. Dat blijkt door haar vader incestueus misbruikt te worden. Op de laatste bladzijde wordt het vriendinnetje getroffen door een verdwaalde speer: dood.

Wat bezielt iemand om dit allemaal in een kinderleven te laten gebeuren? Henrik is erg bang voor Boze Machten, hij is ervan overtuigd dat iedereen van wie hij houdt dood gaat: “Ik had Fredde gedood, omdat ik van hem hield. Dat had ik niet mogen doen. Hoe had ik dat kunnen vergeten!” Voortdurend denkt hij dat de wereld elk moment in een heel andere veranderd zal kunnen worden, dat iedereen weggehaald zal worden - angst die hij heeft overgehouden aan de oorlog. De schrijver lijkt erop uit te zijn om te laten zien dat Henriks angst gerechtvaardigd is, ook, of misschien wel juist, in vredestijd. Waarom zou hij hem dat gelijk willen geven? Natuurlijk is de wereld niet mooi en veilig, dat wil zeggen, soms wel, soms helemaal niet. Maar de wereld die Peter Pohl voor Henrik geschapen heeft, is een wel buitensporig afschuwelijke, zo erg dat het ongeloofwaardig wordt.

Wat heeft Pohl gewild? En waarom heeft hij alles bovendien ook nog zo drakerig opgeschreven en zo onlogisch? Op de ene bladzijde lezen we dat Uffe kan zwemmen, een bladzijde later heeft hij kans gezien om in twee minuten in het zwembad te verdrinken, zonder dat wij te horen krijgen hoe zoiets heeft kunnen gebeuren. Ylva die zo dol is op haar vader en hem almaar naakt in de armen springt, blijkt door hem verkracht te worden - gedraagt een misbruikt kind zich zo? Sowieso is de seksualiteit in dit boek nogal eigenaardig, zesjarige jongetjes mompelen schunnige rijmpjes tegen elkaar zodra er een meisje in zicht komt terwijl Henrik maar dweept hoe 'glinsterend' en mooi meisjes toch zijn: “Kijk eens hoe mooi de buik ophoudt en in de benen overgaat. Terwijl bij mij mijn penis hangt te bungelen.” Ja, dat zal wel een heel gebungel zijn bij een zevenjarig jochie.

De taal is dikwijls erg sentimenteel en quasi literair, en zonder een sprankje humor. Opa vertelt sprookjes die vol staan met het Zilverige Gegiechel, de Smaragdgroene Jaloezie, de Bruine Benepenheid, de Wilde Rode Vreugde, het Grote Zwarte Verdriet - allemaal van die machteloze hoofdletters en kleuren die vast bedoeld zijn om heel precies en heel poëtisch gevoelens te benoemen. Pohl is bovendien een fan van machteloze uitroeptekens: “De wind over het veld geurt naar honing!” Die wind blijft nog een poosje waaien.

In Vanwege een tere huid schrijft Anton Koolhaas over de eerste liefde van twee twaalfjarigen. Dat loopt ook af met de dood van een van de twee, al heeft Koolhaas het meer over teleurstelling, cynisme, ervaring dan over zinloze rampen. Dat boek eindigde met de conclusie dat “liefde de alleenzaligmakende leer is van de ander zonder wie niet te leven valt en die zal sterven.” Misschien is dat ook wat Peter Pohl heeft willen zeggen. Maar hij heeft zich zelf zo overschreeuwd dat hij onverstaanbaar en onverteerbaar is geworden.