'Dit land groeit veel te snel, daar komen ongelukken van'

Het dodental na het instorten gisteren van een warenhuis in de Zuidkoreaanse hoofdstad Seoul is opgelopen tot 92. Ongeveer 200 mensen worden nog vermist. Een constructiefout is de vermoedelijke oorzaak. Het lijkt in Zuid-Korea een patroon te worden: grote ongelukken ten gevolge van menselijk falen.

SEOUL / ROTTERDAM, 30 JUNI. Snel, snel, snel is het motto in Zuid-Korea. Waar andere landen een lange aanloop namen in hun industriële opbouw is Zuid-Korea in amper dertig jaar uit de grond gestampt, met alle risico's vandien. “Dit land groeit veel te hard, daar komen ongelukken van”, zei een Westerse diplomaat vorige maand, nadat in de stad Taegu een gasexplosie aan 101 mensen het leven had gekost.

Het 'domme' gasongeluk - arbeiders doorboorden in een ondergrondse passage bij een druk kruispunt een gasleiding - was op dat moment de grootste door menselijk falen veroorzaakte ramp van Zuid-Korea. Gisteren werd een nieuw triest record geboekt met het instorten van het chique Sampoong warenhuis in een buitenwijk van Seoul. Op 21 oktober vorig jaar verdween in Seoul het middenstuk van de Songsu-brug over de rivier de Han in het water: 32 doden.

Men zou het noodlot de schuld kunnen geven, elk van de ongelukken had plaats op een druk moment van de dag, maar een feit is ook dat in alle drie gevallen waarschuwingen in de wind waren geslagen. Uren voordat het warenhuis gisteren ineenzeeg was het management op de hoogte van het feit dat het gebouw hoorbaar in zijn voegen kraakte. Maar tot ontruiming kwam het niet.

De ramp in Taegu had voorkomen kunnen worden als was geluisterd naar een schoonmaker die een gaslek meldde, vier uur voor de ontploffing. In het geval van de brug hadden inspecteurs er herhaaldelijk voor gewaarschuwd dat de pilaren scheuren vertoonden.

De oorzaak van deze desastreuze combinatie van constructiefouten en nalatigheid is de onstuimige groei die Zuid-Korea doormaakt. De metropool Seoul ademt de sfeer van een land waar de mensen voortdurend bezig zijn met de dag van morgen, wanneer het nog beter gaat, het inkomen nog hoger zal zijn. In warenhuizen als Lotte, Sampoong (tot gisteren) en Hyundai vindt men alleen de allerfijnste kwaliteit goederen. De gepeperde prijskaartjes schrikken de Zuidkoreanen niet af, winkelen en geld uitgeven is hun favoriete vrijetijdsbesteding.

Pag.5: Na militaire dictatuur komt een burgerlijke

In 1965 verdiende een Zuidkoreaan gemiddeld 100 dollar per jaar, nu loopt dat tegen de 10.000 dollar. Aan de groei van de Zuidkoreaanse economie lijkt geen einde te komen. Hoewel het groeipercentage van tien procent uit de jaren zeventig niet meer wordt gehaald, is een jaarlijkse toename van tussen de vijf en zeven procent uitzonderlijk voor de industrielanden, waartoe Zuid-Korea nu behoort. Seoul heeft inmiddels een aanvraag ingediend voor toetreding tot de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, de club van rijke democratische industrielanden.

Het geheim achter de succesformule is een mix van keihard werken, slimme zakelijkheid en fanatisme. Geen land ter wereld waar de arbeiders zoveel uren moeten werken. Tot voor enkele jaren verplichtte de grondlegger van de autofabriek Daewoo, Kim Woo Choong, zijn arbeiders twaalf uur per dag te werken, zes dagen in de week, 50 weken per jaar. Wie dat niet wilde kreeg ontslag. Zelf nam Kim Woo Choong nooit een enkele dag vrij. Tot zijn zoon in 1990 om het leven kwam, bij een auto-ongeluk, waarna de Spartaanse bedrijfscultuur werd verlicht.

Opmerkelijk is dat het wel en wee van de Zuidkoreaanse economie vrijwel onafhankelijk is van de politieke situatie. Na de Koreaanse oorlog (1950-'53) moest het totaal verwoeste land van de grond af worden opgebouwd. Tot 1987 werd Zuid-Korea overwegend door militairen bestuurd. De generaals Park Chung Hee (aan de macht tussen 1961 en 1979) en Chun Doo Hwan (1980-'87) regeerden hun land op dictatoriale wijze, maar niet ter verrijking van zichzelf.

Het land werd daadwerkelijk opgebouwd en veranderde van een achtergebleven agrarische samenleving in een industriegigant. Na de invoering van de democratie, acht jaar geleden, ging het land door op de ingeslagen koers. “Na de militaire dictaturen heb je nu eigenlijk een burgerlijke dictatuur”, zegt de Westerse diplomaat.

Er stond geen democratiseringsbeweging op die, zoals elders is gebeurd, een velammende uitwerking op de economie had. In tegendeel: Zuid-Korea staat nu bij de top-tien van exporterende landen en de Zuidkoreanen zijn bezeten om hun economische opmars voort te zetten.

De Koreanen (uit Zuid- en communistisch Noord-Korea) staan bekend om hun fanatisme en vastberadenheid. “De Koreanen zijn fundamenteel superieur”, zei de directeur van een van de chaebols, de allesomvattende industriegiganten, onlangs tegen The Economist. Hij vertolkte de heersende mening van zijn de Koreanen, die vooral een vurige afkeer hebben van alles wat met Japan te maken heeft. President Kim Young Sam noemde Zuid-Korea begin deze maand “een voorbeeldig, eersteklas-land” en zag “een sleutelrol in de wereldpolitiek” weggelegd.