De verjaardag van de das; Langer mee

Aan de rand van het bos, onder de elzestruik, woonde de das. Op een ochtend werd er een pakje bij hem bezorgd. Voor mij? dacht hij verbaasd.

Hij las wat er op het pakje stond: Voor de das. Hierin zit je verjaardag. Die was je vast vergeten. Gefeliciteerd. De eekhoorn. Ach... dacht de das. Dat is waar ook! Hij was helemaal vergeten dat hij die dag jarig was. Hij had het ook zo druk. En hij vergat altijd al meer dan hij onthield. Hij maakte het pakje open. Zijn verjaardag kwam te voorschijn, met feestgedruis, de geur van notentaart, gezang van de lijster, gestamp van dansende voeten, stemmen die riepen: gefeliciteerd, das..., en nog veel meer. Vlug maakte hij het pakje weer dicht. Ik heb het te druk, dacht hij. Veel te druk. Het is ook niet zo'n geschikte dag, eigenlijk. Hij stopte het pakje in een la in zijn kast en bouwde verder aan zijn huis dat nooit af mocht komen. Ik maak het een andere keer wel open, dacht hij, als het mij uitkomt. Dat vond hij een mooie gedachte: als het mij uitkomt maak ik het open. Hij maakte twee eigenaardige, zwierige danspassen, zong: “Als het mij uitkomt, als het mij uitkomt, o als het mij eens uitkomt!” schraapte zijn keel en ging weer aan het werk. De volgende ochtend liep de eekhoorn langs de elzestruik en zag de das. “Dag das.” zei hij. “Dag eekhoorn,” zei de das. “Hoe was je verjaardag?” vroeg de eekhoorn. “Daar moet ik nog aan beginnen,” zei de das. “O,” zei de eekhoorn verbaasd. Hij dacht even na. “Wanneer begin je er dan aan?” “Als het mij uitkomt!” riep de das. Hij ging even losjes op één been staan. “Wat ben ik blij dat je dat vraagt!” De eekhoorn zweeg, keek even naar de lucht, die groot en zwart boven het bos hing, zei toen dat hij maar weer verder ging en groette de das. De das liep naar zijn kast, pakte zijn verjaardag, maakte hem heel voorzichtig aan één kant open zodat hij net bij een eikentaart kon, nam een hap, veegde zijn mond af, maakte het pakje weer dicht, stopte het in zijn la terug en ging weer aan het werk. Zo komt het me nog het beste uit, dacht hij tevreden, terwijl hij een nieuwe kamer met uitzicht op de grond begon te graven. Bovendien, dacht hij even later, gaat mijn verjaardag zo veel langer mee. Hij knikte en kneep zijn ogen even stijf dicht. Ach, wat ben ik nú tevreden, dacht hij.