De verhuizer en de pling pling

Hek is verhuizer. Hij is niet sterk, hij houdt niet van sjouwen, en hij moet steeds niezen van het stof. Maar hij vindt verhuizer een mooi vak.

Iedere ochtend trekt Hek zijn blauwe overall aan. Op zijn rug staat een grote witte vrachtauto. Op zijn borst staat in rode letters HEK. Hij neemt altijd brood mee naar zijn werk, en een pak karnemelk. Op de fiets gaat hij naar het verhuisbedrijf. Soms is zijn bril helemaal beslagen als hij aankomt.

“Zo Hek, ben je daar eindelijk,” zeggen de andere verhuizers. Met zijn vieren stappen ze in de verhuisauto, allemaal naast elkaar op de voorbank. De baas zit achter het stuur, Hek helemaal aan de andere kant, tegen de deur geperst.

“Waar gaan we naar toe, Hek?” vraagt de baas. “Vandaag beginnen we in de Koestraat,” zegt Hek. Hek maakt de afspraken met de klanten, en Hek weet altijd precies wie er op welke dag verhuist. “Op Koestraat 14 woont een familie die verhuist naar het Sibeliushof. Met pling pling.” “Boven?” vragen de andere verhuizers. “Nee, hij staat gelukkig beneden,” zegt Hek. Met 'pling pling' bedoelen verhuizers een piano.

De tuin van Koestraat 14 staat al vol tafels, stoelen, kasten en dozen. Op het vogelhuisje zit een grote knuffelaap. Maar ook binnen staat nog van alles: bedden, lampen, een aquarium, een driewieler en overal koffers, tassen, pannen, vazen en stapels boeken. Hek maakt een lijst van alle spullen die de andere verhuizers inpakken. Ze werken hard door.

Als alles in dozen, dekens en bobbeltjesplastic zit, zegt de meneer van Koestraat 14 tegen de verhuizers: “Zo, nu heeft u zeker wel zin koffie met broodjes.” De verhuizers zetten een ingepakte bank in het gras, en gaan in de zon zitten lunchen. Hek blijft binnen. Hij houdt van huizen waarin niets op zijn plaats staat. Op een ingepakt fornuis eet hij zijn boterhammen.

Na het eten dragen de verhuizers alles in de auto. Ze maken grapjes over verpakte lampen die op vrouwen lijken, en over de baas die lijkt op een skippybal. Hek zegt niets. Hij hijgt alleen, want het is allemaal erg zwaar. “Hek, doe jij de pling pling nog even?” vraagt de baas als alles in de vrachtauto staat. Hek knikt, want daar heeft hij een truc voor. Hij tilt één kant van de piano een klein stukje op en schuift er snel een laag karretje onder. Dan rijdt hij de piano op het karretje naar buiten. Aan de laadbak van de verhuisauto zit een liftje, waarmee de piano naar boven gehesen wordt.

“Gaan jullie maar vast naar het Sibeliushof,” zegt Hek. “Ik kijk nog even of alles netjes is achtergelaten.” Als de andere verhuizers en de meneer en mevrouw van het huis zijn vertrokken, loopt Hek door alle kamers van het lege huis. Het is er heel licht. Hij vindt in de keuken nog een paar stukjes lego. Hij hoort zijn eigen voetstappen, en zingt twee keer Boer-daar-ligt- een-kip-in-het-water. Dan belt hij een taxi.