De doop is een seksuele ervaring; Gesprek met de Engelse kunstenaar Nicholas Pope over religie en kunst

Nadat hij werd getroffen door een geheimzinnig virus en vijf jaar lang ziek was, bekeerde de Engelse beeldend kunstenaar Nicholas Pope zich in 1992 tot het christendom. Ook zijn werk nam een religieuze wending: vuurtongen, serafijnen en zelfs Jahweh maakt hij nu van klei. “Ik denk dat het te maken heeft met de kloof tussen dat wat ik wil bereiken, mijn aspiratie, en de realiteit”, zegt Pope.

Het beeld 'Jahweh en de serafijnen' maakt deel uit van een keramiek-presentatie in de nieuwe vleugel van het Stedelijk Museum. Te zien tijdens de zomeropstelling, tot en met 27 augustus. Paulus Potterstraat 13, Amsterdam. Geopend dagelijks 11-17 uur. Vier doopvonten van Pope zijn tot 1 september te zien bij galerie Art & Project, Nieuwesluizerweg 42 in Slootdorp. Geopend op zondagen van 11-17 uur, of op afspraak, tel. 02277-375.

Nicholas Pope (1949) beweegt zich bedachtzaam, steunend op een stok die hij in één handeling kan veranderen in een zitkruk. Hij draagt een bril met knalroze glazen. Ondanks zijn gebogen houding maakt hij een rijzige indruk.

In de nieuwe vleugel van het Stedelijk staat een zevendelig beeld opgesteld dat de Engelse beeldhouwer onlangs vervaardigde uit keramiek. De zeven delen vormen samen een 'reredos', een scherm of versierde wand achter een altaar. Zes glanzend witte zuilen staan in een halve ovaal, de ronding van een denkbeeldige kapelmuur volgend, om een donker bruingrijs, tamelijk vormloos object heen. Het lijkt op een uitgezakte vaas met een puntmuts erop. Pope gaat voor de vaas staan, gebarend met gespreide armen: hiér moet de priester staan bij het bedienen van de mis, met zijn rug naar de beeldengroep en met zijn gezicht naar de gelovigen. De muts van de ruim twee meter hoge vaas torent boven het hoofd van de priester uit.

Jahweh en de serafijnen heet de beeldengroep. De grillig gevormde zuilen met vingerachtige uitstulpsels eraan zijn ongeveer vier meter hoog. Ze worden bekroond door lavendelblauwe ballen die de serafijnen, de hoogste in de rangorde der engelen, voorstellen. Ze hebben ieder zes gouden vleugeltjes, twee om hun gezicht te bedekken, twee om mee te vliegen, en twee houden ze langs zich gevouwen. Ze doen inderdaad denken aan de serafijnen die ronddartelen op barokschilderijen, hemelse gezichtjes zonder lijf. De modderbruine vaas is niemand minder dan God zelf. 'Ik ben Jahweh' staat geschreven in de diepe groeven van zijn buikige lichaam. In tegenstelling tot de ijle serafijnen is Jahweh is één en al zwaarte en materie.Het verbeelden van religieuze thema's is nieuw voor Pope. Ook keramiek is betrekkelijk nieuw voor hem, hiervoor werkte hij in hout en steen. Zijn leven nam in 1982 een radicale wending. Ondanks het feit dat hij aan het begin leek te staan van een succesvolle carrière - zo vertegenwoordigde Pope in 1980 zijn land op de Biennale van Venetië - voelde hij zich in artistieke zin leeg. Hij verliet Londen en verhuisde met zijn vrouw en pasgeboren dochter naar een dorpje in Herefordshire, nabij Wales. Vervolgens reisde Pope naar Tanzania om in de leer te gaan bij de Tanzaniaanse artiesten van het Mekonde-plateau. Deze Mekonde-houtsnijders verbeelden op directe wijze de dingen die ze om zich heen zien, van giraffes en bomen tot een nieuw aangelegd vliegveld met alles wat zich daar afspeelt. Vliegveldkunstenaars worden ze daarom ook wel raillerend genoemd.

In Tanzania liep Pope door verwondingen na een val van zijn motorfiets een tropisch virus op. “Terug in Engeland slaagden de dokters er niet in vast te stellen wat voor virus het was,” zegt Pope in het Stedelijk Museum. “Het is onlangs gedefinieerd als een encefalitisch virus dat de hersenen aantast en ernstige virusziekten veroorzaakt.” Van 1982 tot 1987 verbleef Pope verschillende malen per jaar voor onderzoeken in het ziekenhuis. Ondertussen verslechterde zijn toestand. Zijn reactievermogen verminderde, hij kon zich steeds minder goed concentreren, was voortdurend ziek en kreeg functiestoornissen aan de linkerhelft van zijn lichaam. Aanvankelijk probeerde hij zijn werk voort te zetten. In 1984 en 1985 toonde galerie Art & Project zijn beelden in de toenmalige vestiging in Amsterdam: glad gepolijste, gewelfde sculpturen, in verleidelijke kleurencombinaties van roze en oranje, of warm bruin en beige. Ze combineren een klassiek aandoende esthetiek met de banaliteit van alledaagse voorwerpen als een strijkijzer.

Pope: “Ik werd wanhopig. Niemand begreep wat er aan de hand was. Mijn werk lukte steeds minder. Ik wist niet wat ik moest denken: was ik ziek of was ik gewoon een slechte beeldhouwer? Op 12 november 1987 deed ik mijn atelier op slot. Ik besloot dat dokters mij niet konden genezen. Alles liep fout. Mijn huwelijk stond onder spanning, mijn financiële situatie was penibel. Van 1987 tot 1992 was ik ziek. Ik was eenzaam en depressief. Het zou gemakkelijk geweest zijn om met medicijnen een tevreden en aimabel persoon van mij te maken, maar dat wilde ik niet; mijn kwaadheid, mijn woede omdat alles mij ontnomen werd, was het enige dat ik nog van mijzelf had. Langzaam slaagde ik erin te leven binnen de beperkingen van mijn ziekte. Ik wende er aan veel te slapen. Ik leerde van een arts hoe ik mijzelf in slaap kon hypnotiseren. Nog steeds slaap ik vier keer per dag een uur. Ook leerde ik mijn onaangetaste linker hersenhelft meer te gebruiken.”

Aan het einde van deze periode had Pope het gevoel dat hij opnieuw tot leven kwam. Het was tevens het moment dat hij zich bekeerde tot het christendom. Het begon met het luisteren naar naar de Anglicaanse liturgie, het ritme van bidden en zingen. De vraag waarom hij gelovig is geworden vindt hij moeilijk te beantwoorden, hij doet er een beetje lacherig over. Het is hem pertinent niet te doen om een evangelical cry. Na lang aarzelen: “Allereerst is het omdat ik iets buiten mijzelf zoek. En het heeft te maken met overleven.” Wat bedoelt hij daarmee, een hiernamaals? “Oh nee! Daar heb ik helemaal geen voorstelling van. Zover ben ik nog lang niet.” Een paar dagen later schrijft Pope mij in een brief: “Ik denk dat het te maken heeft met de kloof tussen dat wat ik wil bereiken, mijn aspiratie, en de realiteit. (-) Mijn geloof komt voort uit de noodzaak die kloof te begrijpen, en de vraag hoe ik er mee om kan gaan. Hoe groter de afstand, des te sterker ik geloof. Een esthetisch bij-effect is dat het me helpt om mijn werk te maken.”

Heilige Geest

Eerst ontstonden kleine objecten, kleurrijke slierterige gevalletjes van keramiek die er soms uitzien als taartjes, en soms als transparante bouwseltjes. Het werken met klei lag voor de hand omdat Pope snel vermoeid is en een korte concentratiespanne heeft, aanvankelijk van niet meer dan 20 minuten. Een vleesroze flap kreeg de titel Kleine Vuurtong, verwijzend naar het Pinksterverhaal van de uitstorting van de Heilige Geest. De kleine Tien Geboden bestaan uit een al even sensueel roze klomp die aan een hart doet denken, dooraderd met blauw. Een fragiele, opengewerkte, mandachtige constructie is Pope's model voor een kapel. Het is de kapel die hij ooit hoopt te bouwen en die onder andere Jahweh en de Serafijnen moet huisvesten.

De Drieëenheid, de apostelen en een serie doopvonten volgden, het ene onderwerp nog beladener dan het andere, en allemaal op een bijzonder onorthodoxe wijze vormgegeven. Volgens Pope is religie verbonden met seks. Religie is een volle omarming van het leven, aldus Pope. Zo ook onderging hij het aan het einde van zijn ziekteperiode. De christelijke liturgie is voor hem vol van een erotische symboliek. Een van zijn doopvonten omschrijft hij bijvoorbeeld als “The Apostles' Pissfont”.

Dat veel van zijn mede-gelovigen hem de openlijke verwijzingen naar seks en geslachtsdelen in zijn heiligenbeelden waarschijnlijk niet in dank af zullen nemen, kan hem niets schelen. “Dit is mijn interpretatie van het geloof. Neem nu zoiets als de doop, de onderdompeling en dan de verlossing. Dat is toch een seksuele ervaring?” Ook zijn Jahweh omschrijft Pope als een fallisch beeld. Ik vraag hem waar de grens ligt tussen de aanbidding van een heiligenbeeld en afgoderij, maar Pope maakt zich niet druk over dit soort haarkloverijen. “Misschien is het wel idolatrie. Het betekent dat het beeld zeggingskracht heeft. Een Gouden Kalf? Dat zou prachtig zijn, dat zou ik wel willen, ooit een Gouden Kalf te maken.”