Westen moet Bosnische Serviërs de oorlog verklaren

De wereld maakt een cruciale fout door onpartijdig te willen blijven in het Joegoslavische conflict, vindt Alfred van Cleef. De VN-troepen kunnen zich beter terugtrekken en de NAVO moet het Bosnische regeringsleger steunen met gerichte luchtaanvallen op Servische stellingen.

Negen doden, onder wie vijf kinderen, als gevolg van granaat- en sluipschuttersvuur. Een gerichte granaataanval op een waterttappunt in een flatgebouw, waarbij een meisje van twee en en een man die voor de deur zit te schaken om het leven komen. Een beschieting van een speelplaats: zes doden onder wie drie kinderen. Een aantal volgens VN-woordvoerders 'uiterst onnauwkeurige maar verwoestende' raketten treft het televisiegebouw en een nabijgelegen wooncomplex, met als gevolg acht doden en vele tientallen gewonden. Het is zomaar een greep uit de moordaanvallen op ongewapende inwoners van Sarajevo die de Bosnische Serviërs de afgelopen dagen hebben uitgevoerd.

Waarnemers tellen de granaatinslagen en de doden. Niemand grijpt in. De Verenigde Naties, de Europese Unie, de NAVO en wie zich verder ook maar met Bosnië heet te bemoeien, hebben zich de facto overgeleverd aan de troepen van de door de VN van oorlogsmisdaden verdachte paranoïa-specialist dr. Radovan Karadzic.

Even leek het erop alsof er eindelijk een kentering zou komen in de wankelende Westerse houding ten aanzien van de Servische terreur. NAVO-vliegtuigen bombardeerden een munitiedepot vlakbij het Bosnisch-Servische hoofdkwartier in Pale. Het moest afgelopen zijn met de aanvallen op burgerdoelen in de zogenaamde safe areas, het moest uit zijn met de blokkades van de voedselkonvooien op weg naar de hongerende Bosnische bevolking. Iedereen weet wat het Bosnisch-Servische antwoord was: een genadeloze granaataanval op het centrum van Tuzla met als resultaat 71 doden en de gijzeling van ruim driehonderd VN-militairen, vastgeketend als hulpeloze schietschijven.

Het is nooit officieel bevestigd, maar de Bosnische Serviërs kregen opnieuw wat ze wilden: dit maal de belofte dat er geen nieuwe luchtaanvallen zouden komen als ze de gijzelaars ongedeerd zouden vrijlaten. Over de honderden tanks en de artillerie die de Serviërs inmiddels uit de VN-depots hadden geroofd geen woord. “Een duidelijk geval van wapens in ruil voor gijzelaars”, stelde de voormalige Amerikaanse minister van buitenlandse zaken George Schultz vorige week onomwonden.

Het bewijs van deze zoveelste concessie aan de Bosnische Serviërs is al geleverd door generaal Bernard Janvier, commandant van de VN-troepen in voormalig Joegoslavië. Na een schending van het vliegverbod boven Bosnië door twee Servische toestellen vroeg de NAVO vorige week om toestemming voor een nieuwe luchtaanval. Janvier weigerde. Over de nieuwe weg waarmee Sarajevo bevoorraad zou worden - een Frans voorstel - is niets meer vernomen. De Frans/Brits/Nederlandse 'snelle reactiemacht' zal onpartijdig blijven en lijkt uitsluitend een verlengstuk van de VN-macht in Bosnië, zo bleek vorige week uit een brief van VN-gezant Akashi.

Wat de Bosnische Serviërs ook doen, het neerhalen van NAVO-vliegtuigen, het maken van gijzelaars onder VN-soldaten en internationale waarnemers, het beschieten van woonwijken, het blokkeren van voedseltransporten, het stelen van wapens, het vervolmaken van de etnische zuiveringen in de 'Servische Republiek' in Bosnië, het leidt op zijn hoogst tot papieren protesten van de internationale gemeenschap of - erger nog - tot het nog meer tegemoet komen aan Servische eisen.

Dat weet ook de Servische president Milosevic. Op zijn bekende wijze houdt hij de wereld een stuk koek voor aan een touwtje dat hij steeds een stukje verder verplaatst. Wanneer hij de grenzen van Bosnië uiteindelijk erkent, zal hij verlost zijn van de economische sancties. Dat zal ongetwijfeld resulteren in nog meer steun voor de Bosnisch-Servische oorlogsmachine, onder meer in de vorm van over de grens gesmokkelde brandstof en wapens. Maar ook zonder overeenkomst met de internationale gemeenschap gaat Milosevic door zijn Servische broeders in Bosnië te steunen. Zo werden deze week twaalfhonderd Servische vluchtelingen in Servië opgepakt en tegen hun wil naar het front in Bosnië gestuurd.

Steeds opnieuw probeert de wereldgemeenschap de oorlog in Bosnië te beëindigen door middel van onderhandelingen. Onderhandelingen met wie? Met het van misdaden tegen de menselijkheid verdachte duo Karadzic en Mladic. Met Slobodan Milosevic voor wie als het hem zo uitkomt welke overeenkomst dan ook een betekenisloos vodje papier is.

In feite weten alle betrokkenen dat deze oorlog in het hart van Europa nooit door middel van onderhandelingen zal worden opgelost. Het hoofd geheel afwenden zou te banaal zijn en onacceptabel voor de publieke opinie. Maar de internationale gemeenschap staat met de rug tegen de muur, want ieder daadwerkelijk ingrijpen van de licht bewapende VN-troepen ter plaatse zou nieuwe gijzelingen tot gevolg hebben of een drastische toename van het aantal doden en gewonden onder 'onze jongens'.

De Bosnische Serviërs zijn zich terdege van deze precaire situatie bewust. Het maken van gijzelaars wérkt, zo hebben ze de afgelopen weken geleerd. Dagelijks verhevigen ze hun aanvallen op de woonwijken van Sarajevo, Srebrenica en Gorazde. En wat is de internationale reactie, nu het Bosnische regeringsleger niet meer afwacht, maar zelf met zijn infanterie probeert een einde te maken aan de tergende omsingeling en uithongering van de 380.000 inwoners van Sarajevo? “Onverstandig. Niet acceptabel.” Aldus de Verenigde Naties, de Europese Unie en de Verenigde Staten.

Iedereen die de strijd in Bosnië de afgelopen jaren onbevooroordeeld heeft gevolgd, weet wie in deze oorlog de agressors zijn - het Bosnisch-Servische leger en hun meesters in Belgrado - en wie de slachtoffers - de bevolking van het deel van Bosnië dat in handen is van de Bosnische regering. Dat voelt ongemakkelijk. Steeds vaker - ook in deze krant - worden daarom alle mogelijke argumenten aangevoerd die moeten aantonen dat alle partijen in Bosnië even schuldig zijn aan misdaden tegen de menselijkheid. Sarajevo is in handen van zwarte handelaren en bendeleiders, zo heet het. President Izetbegovic loopt aan het lijntje van de fundamentalisten in Irak. Sommigen beweren zelfs dat er een 'Balkan-mens' zou zijn: een wraakzuchtig, bloeddorstig wezen dat al eeuwenlang zijn medemens uitmoordt.

Maar wat is de aantoonbare gang van zaken? Nadat de meerderheid van de Bosnische bevolking per referendum in 1992 de onafhankelijkheid uitriep en de staat Bosnië-Herzegovina door de Verenigde Naties was erkend, begonnen Bosnische Serviërs onder leiding van Radovan Karadzic de moslims en Kroaten uit hun gebieden te verdrijven: iedereen met een moslim-achternaam kreeg ontslag, hun bezittingen en spaartegoeden werden geconfisqueerd, hun huizen geplunderd of in brand gestoken. Bosnisch-Servische milties sloten tienduizenden mensen - moslims, Kroaten én 'dissidente' Serviërs - op in concentratiekampen, waarvan de beelden van uitgemergelde mannen achter prikkeldraad de wereld schokten. Een paar honderdduizend mannen, vrouwen en kinderen werden gedeporteerd: per veewagon, in volgepakte boerenkarren en in lange stoeten die te voet over mijnenvelden en frontlinies werden gejaagd. Eeuwenoude begraafplaatsen werden geasfalteerd, moskeeën en rooms-katholieke kerken opgeblazen.

Aan de andere kant is Bosnië-Herzegovina - althans de dertig procent die in handen is van de Bosnische regering - nog altijd een multi-etnische, multi-culturele staat. Zo wonen er ook nu nog tweehonderdduizend Serviërs, van wie vijftigduizend in Sarajevo. Hun orthodoxe kerken zijn ongemoeid gelaten, voorzover ze althans niet onder Servisch granaatvuur zijn bezweken. De Bosnische presidentiële raad bestaat - inclusief president Izetbegovic - uit drie moslims, twee Serviërs en twee Kroaten. Het Bosnische parlement telt 94 moslims, 47 Kroaten, 10 Serviërs, 1 jood en 6 Bosniërs die tot een andere minderheid behoren. Parlementsvoorzitter Miro Lasovic is Servisch. De nummer twee in rang van het Bosnische regeringsleger is de Servische generaal Jovan Divjak. Duizenden Serviërs - onder wie naar verhouding veel officieren - en Kroaten vechten nog altijd zij aan zij met moslims tegen het Bosnisch-Servische leger. In de stad Tuzla opereert zelfs een geheel Servische brigade die deel uitmaakt van het Bosnische leger.

Angstvallig probeert de wereldgemeenschap door onpartijdig te blijven niet meegesleurd te worden in de Bosnische oorlog. Dat is in meerdere opzichten een cruciale fout. Niet alleen omdat er van neutraliteit geen sprake mag zijn, als het gaat om een oorlog tussen genocideplegers en de inwoners van een multi-etnische staat die daarvan het slachtoffer zijn, om een oorlog waarbij de ene partij - het Bosnische leger - man-tegen-man gevechten levert en vijandelijke stellingen aanvalt, terwijl de andere partij - de Bosnische Serviërs - door middel van sluipschutters kinderen en bejaarden overhoop schiet en doelbewust woonwijken onder vuur neemt. Op een neutrale wijze de vrede handhaven is ook een illusie als er geen vrede is om te handhaven. Zelfs het - onder druk - al door de Bosnische regering aanvaarde vredesplan van de internationale contactgroep behelst de mogelijkheid voor de Bosnische Serviërs een eigen staat te vormen in confederatie met Servië. Dat is op zichzelf al een legitimering van genocide.

Er rest maar één oplossing: de internationale gemeenschap moet - om humane én om militaire redenen - partij kiezen, openlijk en ondubbelzinnig. Dat betekent de terugtrekking van de VN-troepen - hun toch al uiterst zwakke positie zal helemaal onhoudbaar worden bij opheffing van de Westerse neutraliteit - en de opheffing van het wapenembargo, zodat Bosnië in staat is om zichzelf te verdedigen. Maar dat is niet genoeg. Het Bosnische regeringsleger dient steun te krijgen van de NAVO, door middel van gerichte luchtaanvallen op de Servische stellingen en door het zenden van een grote troepenmacht van minimaal honderdduizend man. Alleen op die manier kan de NAVO haar geloofwaardigheid behouden, alleen op die manier kan de internationale gemeenschap duidelijk maken dat ook na 1945 in Europa de terreur niet zal overwinnen.

    • Alfred van Cleef