Veel doden bij strijd in noorden van Sri Lanka

COLOMBO, 29 JUNI. Meer dan honderdvijftig Tamil-rebellen en Sri-Lankese regeringsmilitairen zijn gisteren tijdens een gewapende confrontatie in het noorden van Sri Lanka om het leven gekomen, zo heeft het Sri-Lankese leger meegedeeld.

Gistermorgen zetten bijna duizend rebellen, behorend tot de Vrijheidstijgers van Tamil Eelam (LTTE) een aanval in op een Sri-Lankese legerbasis op het eiland Mandaithivu, voor de kust van het Tamil-bolwerk op het schiereiland Jaffna. Bij die aanval zijn volgens bronnen in het Sri-Lankese leger ruim 50 Tamil Tijgers en 100 militairen van het regeringsleger om het leven gekomen.

De gevechten zijn de bloedigste sinds op 19 april een drie maanden oude wapenstilstand tussen leger en Tijgers door de laatsten werd opgezegd. De Tamils strijden al twaalf jaar voor een onafhankelijke Tamil-staat in het noorden en oosten van Sri Lanka.

Volgens generaal Sarath Munasinghe van het regeringsleger hebben de Sri-Lankese troepen Mandaithivu weer volledig in handen. Maar de Tijgers weerspreken dit. Een Tamil-radiozender meldde dat meer dan zevenhonderd militairen inmiddels zijn gevlucht. Voorts zou de legerbasis tijdens de aanval, die onder direct bevel zou hebben gestaan van Tamil-leider Vilupillai Prabhakaran, geheel zijn verwoest.

Het LTTE-kantoor in Londen liet een verklaring uitgaan waarin werd gezegd dat de Tamils tijdens de aanval veel wapens en munitie hebben buitgemaakt. Bovendien zouden volgens de verklaring slechts zes Tamils om het leven zijn gekomen.

Elders in Sri Lanka werden gisteren acht politie-agenten gedood toen hun auto op een mijn reed. En even ten zuiden van Jaffna, kwamen tijdens een aanval op een legerbasis in Pooneryn nog eens vier militairen en vier rebellen om het leven.

De strijd tussen de hindoeïstische minderheid van Tamils en de meerderheid van boeddhistische Sinhalezen, die al sind 1983 gaande is, heeft meer dan 40.000 levens geëist. (Reuter, AFP)