Tot in de kleinste details wordt de werkelijkheid nagebootst; Werk bij 'nepbedrijven' werkt verslavend

LEIDEN, 29 JUNI. Vrachtwagens rijden er af en aan, de telefoon staat roodgloeiend en de boekhouders hebben moeite om alle orders tijdig te verwerken. Nog geen twee maanden na de oprichting leidt Interplant in Leiden, groothandel in planten, hydrocultuur en keramiek, al een bloeiend bestaan. Op papier dan. Want in werkelijkheid gaat er geen plant of stukje keramiek de deur uit. En de werknemers zien weliswaar elke maand een loonstrookje op hun deurmat vallen, maar krijgen geen cent op hun giro.

Interplant is een simulatiebedrijf, opgezet door het Regionaal Bureau Arbeidsvoorziening Rijnstreek om werkzoekenden de kans te geven werkervaring op te doen. Herintredende vrouwen, mensen die een administratieve beroepsopleiding volgen aan het scholingsinstituut van het RBA Rijnstreek of werkzoekenden die volgens het arbeidsbureau praktijkervaring nodig hebben, worden enkele dagen tot enkele weken bij Interplant gestationeerd. Na een sollicitatiegesprek worden ze aangesteld als onder meer telefoniste, inkoper, verkoper, pr-medewerker of boekhouder.

De sfeer bij Interplant is levensecht. Bezoekers dienen zich te melden bij de receptioniste, die en passant boze klanten doorverbindt met de afdeling verkoop. “Alles wat in een normaal bedrijf gebeurt, gebeurt hier ook”, aldus bedrijfsleider Dianne Slieker, de enige die ècht betaald wordt voor haar werk bij Interplant. “Is er bijvoorbeeld te veel ingekocht, dan doet de pr-afdeling met spoed een folder met zomeraanbiedingen de deur uit. Alleen de goederen- en geldstroom bestaat bij ons uitsluitend op papier.” Voor cijfers betreffende omzet, winst of verlies is het nog wat vroeg. Slieker: “We bestaan sinds begin mei en hebben toen heel veel mailings verstuurd. De orders beginnen nu pas goed op gang te komen. Maar net als elk ander bedrijf kan ook Interplant rood staan en failliet gaan.”

Interplant doet uitsluitend zaken met andere simulatiebedrijven in binnen- en buitenland. De negenentachtig simulatiebedrijven in Nederland zijn aangesloten bij Simnet, de landelijke centrale van simulatiebedrijven, waarbij onder meer een transportbedrijf, een verzekeringsmaatschappij en een bedrijf in kantoorbenodigdheden aangesloten zijn. Deze sturen elkaar mailings, plaatsen orders, sturen elkaar rekeningen en klagen als er iets fout gelopen is met een bestelling. Zo is er een simulatiebedrijf dat schoonmaakwerk verricht bij Interplant en een ander dat de goederen door heel Europa transporteert. En is er even geen buitenlands simulatiebedrijf voor handen om schriftelijk of telefonisch mee te corresponderen, dan zijn de docenten van het opleidingsinstituut altijd bereid om in een vrij uur vanuit een leeg leslokaal een gesprek in het Engels, Frans of Duits met de werknemers van Interplant te voeren, aldus Slieker. Soms wordt er een stressdag ingebouwd. Slieker: “Dan vragen we Simnet om extra veel boze klanten te laten bellen of om die dag zoveel mogelijk orders bij onze afdeling verkoop binnen te laten komen. Even kijken of de werknemers stressbestendig zijn.”

Tot in de kleinste details wordt de dagelijkse praktijk van het bedrijfsleven nagebootst. Slieker: “Elke week storten we geld in de personeelspot. Daar worden dan cadeautjes voor jarigen en jubilarissen uit betaald. Zodra we winst maken, gaan we ook personeelsuitjes houden. Nee, we gaan natuurlijk niet echt uit, we doen alsof. De afdeling personeelszaken moet leren hoe ze dat soort dingen organiseert.” Personeelszaken krijgt ook minder leuke opdrachten. Slieker: “Als iemand op geen enkele plek in het bedrijf functioneert, dan zijn we heel streng en gaan we over tot ontslag. De personeelsfunctionaris moet die zaak dan juridisch begeleiden en een ontslagaanvraag indienen bij het Arbeidsbureau.”

Het werk bij Interplant is verslavend, zo is de ervaring. “Het is verbazingwekkend hoe mensen opgaan in hun werk, terwijl ze weten dat het niet 'echt' is”, zegt Slieker. “Na een paar dagen realiseren ze zich niet meer dat ze in een simulatiebedrijf werken. Dan gaan ze overwerken of werk mee naar huis nemen. We maken zelfs mee dat mensen tijdens het functioneringsgesprek klagen dat iemand die dezelfde opleiding heeft gevolgd bij het scholingsinstituut chef is geworden bij Interplant, terwijl zij 'gewoon' medewerker zijn. En dat die ander dus meer 'verdient'. Blijkbaar meten mensen zelfs aan een fictief salaris hun status af. Ze hebben niet meer door dat ze in een rollenspel fungeren in plaats van in een echte werksituatie.”

Marijke Supheert heeft haar werkervaringsperiode bij Interplant al enkele weken geleden afgerond. Maar de catalogus, die zij als pr-medewerkster moest opzetten, was nog niet klaar toen ze bij Interplant vertrok. Dat kon ze niet maken, vond ze, en daarom komt ze in haar vrije tijd terug om de catalogus af te maken. “Alleen de keramiek-produkten nog, dan is het klaar”, zegt ze. Supheert woonde dertien jaar in de Verenigde Staten en keerde vorig jaar naar Nederland terug. “Mijn Nederlands was zo achteruitgegaan dat ik hier nooit aan de slag zou komen”, zegt ze. “Het arbeidsbureau heeft toen een test afgenomen en ontdekt dat ik commercieel talent heb. Bij Interplant heb ik commerciële vaardigheden geleerd en mijn Nederlands bijgespijkerd.” Haar collega Joann Persaud, hoofd van de afdeling Verkoop, zou het liefst altijd bij Interplant blijven. “Het is een heel leuke baan, jammer dat het niet echt is.”

Goedkoop is deze levensechte vorm van scholing niet. Een plaats bij Interplant kost het RBA 110 gulden per dagdeel per persoon. Maar werkzoekenden die wegens gebrek aan werkervaring niet plaatsbaar zijn of na korte tijd weer op straat staan, zijn duurder voor het Arbeidsbureau, aldus Slieker. Om die reden kunnen ook mensen die onlangs via het arbeidsbureau in een bedrijf zijn geplaatst en extra training nodig blijken te hebben, terecht bij Interplant. “Zo voorkomen we dat we dezelfde mensen terugkrijgen in de kaartenbak en maken we het voor werkgevers aantrekkelijker om werknemers via het arbeidsbureau aan te nemen.”

Om het bedrijf zo echt mogelijk te laten lijken, is Interplant op zoek naar plantengroothandels die sponsor willen worden. “We vragen geen geld, maar willen graag dat deze bedrijven ons voorzien van plantenposters of brochures in het Engels, Frans of Duits. Bovendien kunnen onze werknemers dan ook eens in een 'echte' groothandel kijken en kennismaken met de laatste trends. En wie weet kunnen ze daar wel ècht aan de slag.”