PTT Post tekent overeenkomst over internationale posttarieven

ROTTERDAM, 29 JUNI. PTT Post heeft alsnog de nieuwe overeenkomst over tarieven in het internationale postverkeer binnen Europa ondertekend. 26 Westerse postbedrijven, verenigd in de International Post Council (IPC), besloten gisteren in Brussel onderlinge vergoedingen voortaan te baseren op nationale posttarieven. Een ongefundeerde tariefsverhoging voor post naar het buitenland is dankzij een veto van PTT Post van de baan.

Europese postbedrijven berekenen elkaar een vergoeding voor de bezorging van een brief uit het buitenland. In januari besloot de IPC dat deze vergoedingen voortaan gebaseerd zouden zijn op nationale tarieven. De kosten voor Nederlandse post naar het buitenland, waar de tarieven vaak hoger liggen, zou daarmee flink stijgen. PTT weigerde als een van de weinige bedrijven dit akkoord te tekenen, omdat inefficiënt werkende postbedrijven in dit akkoord beloond werden.

In de nieuwe overeenkomst mogen tariefsverhogingingen alleen worden doorgevoerd als die gebaseerd zijn op een kwaliteitsverbetering. Postbedrijven die buitenlandse post binnen 24 uur na aankomst in het eigen land bezorgen mogen het tarief dat zij een buitenlands postbedrijf in rekening brengen binnen zes jaar verhogen tot 80 procent van het nationale tarief. Tot nu toe zijn de tarieven binnen Europa gebaseerd op gewicht en aantallen postzendingen. De eventuele verhoging van de internationale posttarieven kan ingaan vanaf 1997.

Uit een onderzoek in 17 Europese landen, dat gisteren in Brussel werd gepresenteerd, blijkt dat minstens 80 procent van de brieven die tussen Nederland en de meeste Westeuropese landen per luchtpost worden bezorgd binnen drie dagen op de plaats van bestemming zijn. Dat is volgens de norm van de IPC en de Europese Commissie op tijd. Gemiddeld kwam 69 procent van de luchtpost tussen de 17 Europese landen binnen drie dagen aan.

PTT Post haalde voor 13 van de 17 landen een score die ruimschoots boven de norm ligt. Daar staat tegenover dat het postverkeer tussen Nederland en vier Zuideuropese landen achterbleef. Wat Griekenland en Italië betreft zelfs sterk. De norm wordt hier slechts in tussen de 30 en 40 procent van de behandelde poststukken gehaald.