Planetarium door Johannes van Ceulen

Om de planeetstanden gezien vanaf de aarde goed te kunnen voorspellen ontwierp Huygens een planetarium. Toen hij in de nazomer van 1681 Parijs verliet, nam hij de plannen mee en werkte ze verder uit in Den Haag. De constructie liet hij over aan de klokkenmaker Johannes van Ceulen, die op de Lange Poten woonde, bijna tegenover het woonhuis van Christiaan.

Zes maanden later schreef Huygens zijn opdrachtgever Colbert, minister onder Lodewijk XIV, dat het planetarium gereed was en dat de kosten 620 escus bedroegen. Colbert ging akkoord maar betaald werd er nooit. Eer Huygens het instrument kon afleveren stierf de minister, en zijn opvolger had er geen belangstelling voor.

Bij het ontwerp heeft Huygens veelvuldig gebruik gemaakt van zijn wiskundige kennis. Zo gebruikte hij voor het vaststellen van de tandwielverhoudingen een nieuwe wiskundige techniek: de kettingbreukontwikkeling. Het uiteindelijke resultaat was zo goed, dat de grootste afwijking (voor de planeet Venus) na twintig jaar niet meer dan 3,5 graden zou bedragen. Elke situatie tussen 1580 en 1880 kon door het instrument worden weergegeven.