Ontslag ministers geeft González weinig soelaas

MADRID, 29 JUNI. De 'pianospeler' is niet meer. Spanjes muzikale vice-premier Narcís Serra sneuvelde gisteren in het publicitaire en politieke vuurgevecht dat losbarste nadat bekend werd dat de geheime dienst CESID jarenlang zonder toestemming talloze gesprekken van prominente Spanjaarden had afgeluisterd. Serra wordt gezien als hoofdverantwoordelijke voor het afluisteren. Samen met de minister van defensie had hij reeds eerder zijn ontslag aangeboden, dat uiteindelijk gisteren door premier González werd geaccepteerd.

Veel tranen worden niet gelaten bij Serra's vertrek, want zelden kende Spanje een minder populair politicus. De vice-premier mag dan intelligent zijn, hij heeft ook de naam van een klunzig parlementariër, die wordt gehaat door zijn tegenstanders en geen uitstraling binnen zijn eigen partij heeft. Spanje vindt Serra droog en karakterloos maar hij wordt ook wordt hij gezien als een van de weinige vertrouwensmannen van Felipe González, een intrigant die zijn obsessie voor belastende dossiers geheel in dienst van de premier stelde.

Het accepteren van het vertrek van Serra is een bittere pil voor González. De vice-premier behoorde vanaf zijn eerste regeerperiode in 1982 tot de vaste ploeg ministers. Als vice-premier zonder portefeuille vervulde hij de laatste jaren de rol die normaalgesproken voor een minister-president is weggelegd, terwijl presidente Felipe González zich vooral als staatshoofd profileerde.

Ondanks de commotie - niet in de laatste plaats binnen zijn eigen partij - over het afluisterschandaal duurde het twee weken voordat González het ontslag accepteerde. Algemeen werd diens vertrek als een zaak van politiek fatsoen gezien, maar de premier had daar kennelijk andere gedachten over. Het definitieve duwtje werd gegeven door de Catalaanse nationalisten van Jordi Pujol. Tussen de nationalisten en de Catalaanse socialist Serra - lange tijd burgemeester van Barcelona - wil het van oudsher niet boteren. Het afluisterschandaal bood een uitgelezen kans af te rekenen met een oude vijand.

Het ontslag van beide ministers haalt enige druk van de ketel voor González, maar betekent geenszins dat hij zich ongestoord kan wijden aan het voorzitterschap van de Europese Unie dat Spanje vanaf zaterdag een half jaar lang bekleedt. De Catalaanse nationalisten hebben het minderheidskabinet sinds vorig weekeinde de wacht aan gezegd. Zij zullen het onderste uit de kan halen bij de onderhandelingen rond de binnenlandse politieke agenda in ruil voor hun gedoogsteun. Het verstandshuwelijk tussen socialisten en nationalisten loopt daarbij grote kans eind dit jaar af te lopen, zodat de verkiezingen vervroegd moeten worden naar begin volgend jaar.

Daarnaast is de vraag of het ontslag een einde maakt aan de naweeën van het afluisterschandaal. González suggereerde afgelopen weken dat er sprake was van een samenzwering tegen de staat. De suggestie was daarbij dat alle anti-regeringsgezinde krachten zich in de affaire hebben gebundeld om het kabinet op duistere wijze pootje te lichten.

Vanavond mag de premier voor het parlement verklaren wat hij precies voor ogen heeft met die complottheorie, die de fundamenten van de Spaanse rechtstaat ter discussie stelt. Op voorhand druppelden echter berichten door dat González zich wil beperken tot wat algemene verklaringen over de manier waarop de gegevens uit de geheime dienst in de openbaarheid zijn gekomen.

Daarmee blijven veel vragen onbeantwoord. Niet alleen is het nog steeds onduidelijk in hoeverre de regering greep heeft op haar eigen inlichtingendienst, maar de affaire geeft tevens aanhoudend voedsel aan geruchten dat er kennelijk een levendige handel bestaat in belastend materiaal. Daarbij werden de namen genoemd van voormalig topbankier Mario Conde en de Catalaanse financier Javier de la Rosa. Beide ondernemers worden vervolgd voor grootscheepse fraude en beide ondernemers hebben een verleden met talloze politieke connecties. Beiden hebben bovendien de reputatie dat zij hun kennis van de minder frisse kantjes van de Spaanse 'kleptocratie' zouden willen gebruiken om uit te komen onder juridische vervolging.

Deze verdachtmakingen over en weer dragen bij aan een aanhoudend instabiel klimaat voor de regering-González. González vage complottheoriën en het getreuzel rond het ontslag van zijn ministers maken de geloofwaardigheid van de premier er niet groter op. “Het was logisch en onvermijdelijk, een noodzakelijke voorwaarde”, zo beschreef de Catalaans-nationalistische woordvoerder Joaquím Molins het vertrek van Serra en García Vargas. “Maar het is duidelijk onvoldoende.” Met die boodschap zal González het de komende tijd moeten doen.