Nederland: angstvallige natie die veel spaart maar weinig investeert

DEN HAAG, 29 JUNI. Minister Wijers en staatssecretaris Van Dok (economische zaken) sluiten het parlementaire jaar af met een waar publiciteitsoffensief. In één week tijd werden achtereenvolgens de nota's Kennis in beweging, Naar minder administratieve lasten, Werk door ondernemen en Toets op het concurrentievermogen gepubliceerd. Verder ligt er nog een nieuwe mededingingswet te wachten op goedkeuring van het kabinet. Deze verbiedt bepaalde afspraken, bijvoorbeeld over prijzen, tussen bedrijven (kartelvorming). In het najaar is nog een dereguleringsoffensief te verwachten. De nota's staan niet los van elkaar, maar gaan over hetzelfde thema: de institutionele verandering van Nederland ten behoeve van meer economische groei.

Voor Wijers en Van Dok is niet zozeer de vraag interessant of de economie volgend jaar met 2,75 of met 2,5 procent groeit, maar hoe de structuur van de economie zo kan worden ingericht, dat op langere termijn uitzicht bestaat op zo veel mogelijk groei. Het is de overtuiging van Wijers en zijn ministerie dat de groei hoger zal uitvallen naarmate het marktmechanisme beter werkt en bedrijven zich flexibeler kunnen aanpassen. In de filosofie van Wijers en zijn hoogste ambtenaar Geelhoed moet Nederland op verschillende terreinen zelfs aanzienlijk voorliggen op de concurrentie, juist omdat het een kleinere thuismarkt heeft. Dit geldt bijvoorbeeld voor de grootste groeimarkt die in de nota Kennis in beweging wordt onderscheiden: die van de multi-media. Het gaat hier om het met behulp van slimme software aan elkaar knopen van de mogelijkheden die fax, computer, telefoon en andere communicatiemiddelen te bieden hebben. Omdat de thuismarkt kleiner is moeten Nederlandse ondernemers hier extra vindingrijk en slim zijn om toch het buitenland te kunnen veroveren. Dat is namelijk in eerste instantie geneigd het voordeel aan het eigen bedrijfsleven te geven en heeft slechts oog voor van buiten komende produkten en diensten als die ook echt iets toevoegen.

Als alle nota's op een hoop worden gegooid luidt de conclusie dat er nog veel werk te verrichten valt. Nederland is in wezen een angstvallige natie, die heel veel spaart en te weinig investeert. Dat kan op de langere termijn ten koste gaan van de groeipotentie. Het saldo op de lopende rekening van de betalingsbalans (export minus import) loopt al jaren achter elkaar op, tot 25,5 miljard gulden volgend jaar volgens de jongste berekeningen van het Centraal Planbureau. Dit is een indicatie van onderbesteding. Nederlandse bedrijven en consumenten besteden te weinig, waardoor de importen uit het buitenland relatief laag uitvallen. De gulden is mede door het exportoverschot hard (de vraag en dus de prijs van guldens neemt toe naarmate het buitenland meer guldens nodig heeft om Nederlandse waren en diensten mee te betalen) en dit ondergraaft de concurrentiepositie van het bedrijfsleven.

In de nota's worden tal van maatregelen aangekondigd die ertoe moeten leiden dat bedrijven meer risico gaan nemen en gaan investeren. Over de lonen wordt niets gezegd, al maakt Wijers er geen geheim van dat hij voor een meer gedifferentieerde loonontwikkeling is (hogere lonen in bedrijfstakken waar het goed gaat en waar de vraag naar arbeid relatief groot is). Nederland moet concurreren op kennis en niet op loonkosten, zo luidt de hoofdboodschap van de nota Kennis in beweging, over kennis en kunde in de Nederlandse economie.

Tegenover het beleid van sociale zaken - het op de arbeidsmarkt duwen van zoveel mogelijk werklozen, langs diverse wegen (jeugd werk garantieplan, banenpools, Melkertbanen) plaatst het ministerie van economische zaken de vitale economie, die in staat is voldoende arbeid te genereren. Waar sociale zaken zich voornamelijk bezighoudt met de verdeling van beschikbare arbeid over beschikbare banen, wil economische zaken de structuur van de economie versterken. Een traditioneel rollenspel.

Op sommige punten, zoals de inflatie en de sterkte van de gulden, scoort Nederland goed tot zeer goed, maar dat mag niet leiden tot zelfgenoegzaamheid, zei Wijers vanmorgen tijdens een toelichting op de concurrentietoets. Nederland scoort uitgesproken slecht als het gaat om de inschakeling van de beroepsbevolking in het arbeidsproces (50 procent) en dynamiek van het bedrijfsleven. Als Nederland daarvoor een 5 en een 4 scoort en voor wisselkoersstabiliteit en inflatie een 8, dan wordt in totaal een veel lagere score bereikt dan wanneer Nederland wat minder zou scoren met deze laatste zaken, maar beter met dynamiek en arbeidsmarkt. Wijers maakte dat duidelijk aan de hand van twee rekensommen: 7 x 7 x 7 x 7 = 2401, 8 x 8 x 5 x 4 = 1280. Bijna de helft minder! “Dat is de essentie van het verhaal”, zei Wijers. Hij vroeg bovendien aandacht voor de dynamiek van het economisch proces. Ten opzichte van Brazilië kunnen we vandaag op een bepaald terrein een 7 scoren, maar Brazilië staat niet stil. Over een paar jaar kan het een 5 zijn.

Wijers ziet veel ruimte voor verbetering, maar dan moeten wel de schouders eronder. “De sleutelwoorden zijn dynamiek en vernieuwing”, aldus Wijers. Het gaat hem vooral om de cultuurverandering van verdelen van welvaart en werkgelegenheid naar creatie en economische groei. Voor stabilisatie van de werkloosheid is al een economische groei nodig van meer dan 2,25 procent per jaar. Voor terugdringing is meer dan 3 procent per jaar nodig. Een groeipad dat volgens Wijers alleen kan worden bereikt als er gemorreld wordt aan bestaande instituties, regels en barrières.