Mint Guaranteed wel belastbaar

Particuliere beleggers moeten over hun certificaten van aandelen van het fonds Mint Guaranteed, gevestigd in de Nederlandse Antillen, belasting betalen over een fictief rendement. Dat heeft de Belastingkamer van de Hoge Raad in zijn gisteren vrijgegeven arrest beslist.

Een particuliere belegger en de staatssecretaris van financiën hadden de zaak gezamenlijk aangespannen in een proefprocedure om helderheid te verkrijgen over de vraag of het een beleggingsfonds betreft of een onderneming die in het buitenland is gevestigd. In het eerste geval is inkomstenbelasting verschuldigd over een fictief rendement, in het twee geval is de fictief rendement regeling niet toepasbaar en is geen inkomstenbelasting verschuldigd.

Mint Guaranteed is onderdeel van een reeks fondsen die de Rabobank op de Nederlandse markt brengt. De bank garandeert beleggers, hoe het het fonds financieel ook vergaat, na negen jaar in ieder geval het oorspronkelijke bedrag van hun inschrijving. Mint Guaranteed belegt voor 60 procent in vast-rentende waarden en voor veertig procent in goederentermijncontracten.

De belastinginspecteur en vervolgens het gerechtshof in Arnhem oordeelden dat het beleggingsaspect overheerst. Daarom moet de belegger krachtens de Wet op de inkomstenbelasting (artikel 29a) een fictief rendement optellen bij zijn belastbare inkomen.

In een folder uit 1990 verwijst Mint Guaranteed Nederland naar de opvatting van Moret Ernst & Young, fiscaal adviseur van het fonds, dat de bepalingen over het fictief rendement niet van toepassing zijn. Overigens zegt het fonds daar direct bij dat het ministerie van financiën het met die opvatting niet eens is.

De Hoge Raad deelt derhalve de visie van de inspecteur en het hof. Mint Guaranteed boekte over 1990 op transacties op de goederentermijnmarkt een positief resultaat van netto tien miljoen gulden. De rente-opbrengst beliep in dat jaar bijna 11,5 miljoen (Nederlandse) gulden.

Mint Guaranteed keert geen dividend uit. In de Nederlandse Antillen is het fonds onderworpen aan de aldaar voor beleggingsmaatschappijen bestaande gematigde heffing van vennootschapsbelasting. De veelal in Nederland te vinden aandeelhouders moeten hun voordeel zien te behalen uit een te verwachten koersstijging van de aandelen doordat Mint Guaranteed zijn rente- en andere inkomsten oppot zodat de intrinsieke waarde toeneemt. In de folder zegt het fonds nog dat het de helft of iets meer van zijn middelen aanhoudt in zeer liquide vorm, dat wil zeggen in kortlopend waardepapier dat onmiddllijk in kasgeld kan worden omgezet. Dat doet het fonds met het oog op eventuele bijstortingen op de uitstaande risicovolle termijncontracten, betalingen die vereist zijn als het met een termijnnotering de verkeerde kant op gaat.

Uit de stukken van het gerechtshof blijkt overigens dat Mint Guaranteed daarvan inmiddels is afgestapt en in langer lopende waarden belegt. Voor noodgevallen kan het fonds gebruik maken van kredietfaciliteiten. Terwijl de Rabobank de beleggingen van het fonds verzorgt, beheert termijngoederenhandelaar E.D. & E. Man de portefeuille termijncontracten van het fonds. In Nederland is de firma vertegenwoordigd door Limako, een gezamenlijke dochter van Man en Suiker Unie.