Kamer laakt vernietiging IDB-dossiers

DEN HAAG, 29 JUNI. De Tweede Kamer is bijzonder ontevreden over de vernietiging van duizenden dossiers uit het archief van de voormalige Inlichtingendienst Buitenland (IDB). Een speciaal inspectieteam zal op initiatief van het kabinet onderzoeken wat er nog over is van het archief dat deze Nederlandse spionagedienst tot 1992 heeft aangelegd.

De ontevredenheid bleek gisteren tijdens een overleg van de Tweede-Kamercommissie voor binnenlandse zaken met minister-president Kok, minister Dijkstal (binnenlandse zaken) en staatssecretaris Nuis (cultuur). De IDB heeft tot drie jaar geleden een belangrijk deel van de dossiers vernietigd. Toenmalig minister-president Lubbers was verantwoordelijk voor deze dienst en hij verzekerde de Tweede Kamer nog in november 1992 dat het archief volledig was.

In antwoord op vragen van de Kamerleden Valk en Van Oven (beiden PvdA) liet Lubbers' opvolger Kok half mei dit jaar weten dat er - onaangekondigd - wel dossiers waren opgeruimd. Een groot aantal persoonsdossiers in het bijzonder. Alleen het zogenoemde bronnenarchief, waarop de werkzaamheden werden gebaseerd, zou in tact zijn gebleven. “Dat was in strijd met regels die de archiefwet stelt”, erkende Kok gisteren.

Volgens D66-woordvoerder Scheltema is de Tweede Kamer in deze kwestie “gewoon misleid”. Ze noemde het “een uitglijder van de eerste orde”. Andere fracties lieten eveneens harde kritiek horen. “Het is triest en onterecht. Het had nooit mogen gebeuren, ook niet onder het mom van staatsveiligheid”, deelde het PvdA-Kamerlid Valk mee. VVD-woordvoerder Korthals noemde het uitermate onzorgvuldig dat Lubbers de Kamer eind 1992 onjuist heeft ingelicht. Hij vroeg zich af of de toenmalige IDB-top de premier soms verkeerd had geïnformeerd.

Kok liet het daarop bij de mededeling “geen aanleiding te hebben te veronderstellen dat mijn voorganger bewust onjuiste antwoorden heeft willen geven”. Hij begreep de achterdocht van PvdA, VVD en D66, maar volgens hem is er sprake van een misverstand. Het verschil tussen bronnenarchief en de hieruit voortgekomen persoonsdossiers zou niet duidelijk zijn. Volgens de Kamerleden kan nu nooit meer worden nagegaan wat de spionagedienst heeft beziggehouden, waar de aandacht vooral naar uitging. Voor de geschiedschrijving een betreurenswaardige zaak, meent de commissie.

Nuis deed de toezegging dat het complete archief van het Bureau Nationale Veiligheid (BNV) met informatie tot 1949 over de bezettingstijd en over de situatie in toenmalig Nederlands Indië en de politionele acties zal worden bewaard. De Kamerleden vinden dat van groot belang omdat onderzoek van dit archief meer duidelijk zou kunnen maken over die periode.