Incestslachtoffers in slag om zwartboek

DEN HAAG, 29 JUNI. Incestslachtoffer Jolanda uit Epe beschuldigt het incestslachtoffer Joke Bonhof uit Zwartsluis van plagiaat. Vandaag verschijnt van Bonhof Zwartboek Incest, in de schaduw van Epe. Daarin staan onder meer brieven van incestslachtoffers. Vorig jaar nog verweet de auteur aan Jolanda uit Epe, die toen ook plannen voor een zwartboek had, dat zij geld wilde verdienen 'over de ruggen van de incestslachtoffers heen'.

Jolanda is woedend. Volgens haar is er sprake van onverbloemd plagiaat. Sommige delen zouden integraal zijn overgenomen uit wat zij ooit aanleverde voor het zwartboek. Jolanda: “Dit kan niet waar zijn. Het lijkt wel een omgekeerde wereld: eerst mij beschuldigen van geld willen maken en nu zelf een boek uitgeven met stellingen die ik aangebracht heb.” Zij zal nu, na overleg met haar advocaten, “de nodige juridische stappen ondernemen” tegen Bonhof.

Vandaag wordt het boekje aangeboden aan de voorzitter van de vaste Kamercommissie van VWS, J. van Nieuwenhoven. Joke Bonhof meent dat het publiceren van brieven van incestslachtoffers “de enige manier is om Nederland te doordringen van de ernst van de situatie”. Zwartboek Incest, in de schaduw van Epe stelde zij samen met Hendrik Jan Korterink, die in 1994 ook een boekje publiceerde naar aanleiding van het grote Epe-proces waarin Jolanda de hoofdrol speelde.

De ontstaansgeschiedenis van het zwartboek begint in november vorig jaar. De twee incestslachtoffers Jolanda en Joke zochten contact met elkaar na het programma Ooggetuige over incest. Zij besloten de krachten te bundelen en samen ten strijde te trekken tegen het onrecht dat volgens hen aan incestslachtoffers wordt aangedaan. Joke had in haar woonplaats al het Steunpunt voor incestslachtoffers opgericht en samen met Jolanda werkte zij aan een zwartboek met “1700 handtekeningen” en “de verhalen van 800 slachtoffers”. Het zwartboek zouden zij gezamenlijk aanbieden aan minister Sorgdrager van justitie. Jolanda en Joke waren fel gekant tegen de wetsverandering over de verjaringstermijn voor daders.

De samenwerking tussen Jolanda en Joke heeft niet lang geduurd. Beschuldigingen van 'geld maken', dreigementen over en weer en zelfs huisvernielingen zorgden er uiteindelijk voor dat de twee incestslachtoffers geen enkel contact meer met elkaar hebben.

Het vandaag verschenen boek bestaat uit vele brieven 'van verborgen leed'. De steeds terugkerende zin 'Hij ging vrijuit, terwijl ik levenslang heb' onderstreept de woede van de slachtoffers over het optreden van justitie en in het bijzonder over de nog steeds bestaande verjaringstermijn. Bonhof en brievenschrijfsters willen dat die termijn geheel wordt afgeschaft. “Ik heb mijn vader nog niet aangegeven, omdat ik nog niet weet of ik hem wil aangeven”, schrijft een meisje van twintig. De incestslachtoffers zijn van mening dat de tijd die verstrijkt tussen het plegen van het seksueel misbruik en de aangifte die het slachtoffer kan doen, nooit mag verjaren.

Verder worden in het zwartboek veel beschuldigingen geuit; de politie in Zwartsluis doet haar werk niet goed en de officieren van justitie zien de ernst van de zaak niet in. Ook minister Sorgdrager maakt 'onderschattingsfouten'. In het zwartboek is aan haar een speciaal hoofdstuk gewijd. Sorgdrager zou een ontuchtaffaire op de muziekschool in Enschede in de doofpot hebben gestopt (de minister was bestuurslid van de school), zij zou de georganiseerde misdaad in Nederland hebben onderschat en in november vorig jaar weigerde zij ook nog eens de eerste proeve van het zwartboek in ontvangst te nemen.

Sorgdrager meende dat het zwartboek het werk ondermijnde van alle mensen die jarenlang aan de wetswijziging hadden gewerkt. Joke stuurde ook alle fractievoorzitters van de Tweede Kamer een exemplaar van het zwartboek - alleen het CDA reageerde met de mededeling dat het van groot belang is dat slachtoffers van seksueel misbruik bekendheid geven aan de problemen die zij ervaren. Bij de Tweede Kamerleden hoopt Joke Bonhof nu meer succes te hebben.