In-line skaten verovert stad en land; Rolschaatsen voor grote kinderen

Je gaat ermee naar je werk, je doet er je wekelijkse conditietraining op, zondags zwier je er samen met je vriendin mee door het park, en ook op de dansvloer sla je geen gek figuur op in-line skates. En de agressive-skaters duiken en springen en jagen voetgangers de stuipen op het lijf. 'Onzin; we gaan echt wel om ze heen.'

Om te zeggen dat de fietsenhandelaar zich zorgen moet maken over de verkoop, daarvoor is het nog te vroeg. Maar het fietspad is al lang niet meer exclusief terrein van de tweewieler. En in Amsterdam en Rotterdam zie je ze steeds vaker de metro in rollen: rugzak op, kniestukken aan, skates onder. Een paar haltes rijden ze mee en dan vervolgen de rolschaatsters hun weg, naar school, werk of universiteit.

In-line skates is de officiële benaming van het nieuwe, vooral onder jongeren populaire, vervoermiddel. Rolschaatsen waarbij de wieltjes achter elkaar - vandaar de naam - zijn gezet. Ze hebben geen vijf, zoals de bij schaatsers populaire skeelers, maar vier wieltjes. De schoen heeft veel weg van een ijshockeyschaats, hoog en stevig. 'Tanks aan je voeten', prijst een fabrikant een van zijn modellen aan.

“Het begon in 1993, vorig jaar groeide het goed en dit jaar is het gewoon hèt. We hebben nu al meer verkocht dan vorig jaar”, zegt José Malin, junior sales manager van EXELZ. De firma importeerde in 1994 meer dan de helft van de 70.000 in Nederland verkochte skates. “De dingetjes die je voor ƒ 39,95 bij Bart Smit koopt niet meegerekend.”

Een beetje in-lines kosten beduidend meer, tussen de 300 en 500 gulden. Een zelfde bedrag moet worden uitgegeven aan een helm, elleboog- en kniebeschermers. Gebruik daarvan is geen overbodige luxe. “Ik heb wel eens wat gebroken”, zegt Malin, die zelf ook regelmatig de skates onder bindt. Op zijn gezicht zit een klein litteken en zijn enkels zijn voortdurend verzwikt. Skaten is geen sport voor whimps.

Zoveel mensen zoveel skates. Iemand die ermee de polder in wil om aan zijn conditie te werken, stelt andere eisen aan zijn in-lines dan iemand die ze gebruikt om op te dansen. Malin onderscheidt: fitness-skaters (15 procent van de verkoop), afstands-skaters (20 procent) recreatie-skaters (45 procent) en stunt-skaters (20 procent).

Met name de laatsten, ook wel 'aggressive skaters' genoemd, trekken de aandacht. Ze ontmoeten elkaar bij de vert - een grote, doormidden gesneden buis met aan weerszijden een verticaal stuk. De meeste verts en half-pipes zijn neergezet voor het skate-boarden. Op het Museumplein in Amsterdam, waar een metershoog exemplaar staat, is dagelijks een groepje in-liners te vinden.

Je wilt er meer over weten? Dan ben je bij de juiste persoon.” Remy (18) heeft geen last van valse bescheidenheid. Hij doet er de oordopjes van zijn walk-man voor uit. Een hardcore-skater, “een van de vier in Amsterdam”, zegt hij zelf. “Hardcore wil zeggen dat je buitengewone dingen doet”, legt Remy uit. “Zoals streeten.” Dat betekent: over smalle buizen glijden (het zogenaamde grinden), over obstakels springen en van trappen af duiken. Het laatste doet hij niet zoveel. “Je zweeft even, dat is lekker, maar het neerkomen is rampzalig voor je rug.”

Zijn vriend Chris (21) doet het nog maar drie maanden, maar kan naar eigen zeggen ook goed grinden. “Ik heb er talent voor. Omdat ik drievoudig Nederlands kampioen rollerskate ('gewone' rolschaatsen met 2 x 2 wieltjes) ben, had ik het gevoel al.” Nadat de ghettoblaster is aangezet, klimmen de twee de baan op voor een demonstratie. De namen van de sprongen (airs) zijn, net als de sport, afkomstig uit de Verenigde Staten: de three-sixty, de back flip, de rocker air.

Cursussen of clubs zijn er nog niet. Videobanden, waarop de mooiste sprongen van Amerikaanse cracks achter elkaar zijn gezet, vormen het lesmateriaal. “Daar halen de kids hun inspiratie vandaan”, zegt de verkoper van Rodolfo's, een winkel in Amsterdam die louter in-line skates, wielen voor skates en de juiste skate-kleding (wijd en stevig, zodat het niet bij de eerste val scheurt) verkoopt. Wie zich een paar wil laten aanmeten kan hier terecht voor advies. Dat is nodig want het assortiment is groot en de technische termen vliegen je om de oren. Neem de 'vert', een van de populairste modellen: “Om al het geweld te kunnen weerstaan heeft de VERT een verstelbaar aluminium frame met een grindplate en is voorzien van 72mm/84A Hyper Fat Boys wielen. De wielen zijn gelagerd met ABEC3 precisielagers en hebben metal wheel spacers”, meldt de folder van fabrikant Roces. Wielen zijn verkrijgbaar in diverse grootten, kleuren, en hardheden. De 'aggressive skaters' die houden van stunten, kiezen voor kleine, harde wielen. Een behoorlijk setje kost ongeveer 130 gulden.

Onderdeel van de skaterage zijn de skateparty's: dansen op wieltjes, ofwel 'de Rollerdisco terug van weggeweest'. De muziek is van de jaren negentig: grunge, hip-hop, house. In de Amsterdamse Silo wordt er elke donderdagavond op rondgereden. Aan de vele pilaren in deze gekraakte ruimte zijn matrassen en kussens vastgebonden om een eventuele botsing te verzachten. Organisator Ronald Schönberger toont trots een Amerikaanse glossy waarin de Silo genoemd wordt. Het artikel omschrijft de bezoekers als 'anarchisten' en de sfeer als 'harmonisch'. Op een drukke avond komen hier meer dan 200 mensen.

Dit jaar worden voor het eerst ook skate-wedstrijden georganiseerd in Nederland. Afgelopen zaterdag waren, na een voorronde op vier plaatsen, in Amsterdam de 'nationale kampioenschappen vert'. Alle deelnemers krijgen 45 seconden om de jury te laten zien wat ze kunnen. Stevige muziek begeleidt de wedstrijd. “Dat geeft je een extra kick”, vindt Maarten Snellen, met 24 jaar ver boven de gemiddelde leeftijd van de deelnemers. Wijde kleren, “liefst met het kruis op de knieën”, kale hoofden en piercing zijn ook populair onder de skaters. “Maar dat is aan mij allemaal niet zo besteed”, zegt Maarten.

Ruud Scheerens uit Eindhoven is 15 en “moet gewoon altijd skaten”. Volgens zijn moeder heeft hij zestig skate-video's. “Als hij 's morgens uit bed komt is het eerste wat hij doet de videorecorder aanzetten. Beeldje voor beeldje bekijkt hij ze.” Ze moedigt hem aan. “Eerder zijn we al naar wedstrijden in Duitsland geweest.” Ze is niet bang dat hij zich bezeert. “Mijn zoon doet geen extreme dingen die hij niet beheerst.”

De meeste deelnemers aan het kampioenschap komen uit Amsterdam, Vlissingen, Eindhoven of Den Bosch, de plaatsen waar de harde skate-kern zich bevindt. In een deel van de Bossche binnenstad is sinds enkele maanden een skateverbod van kracht. Een clubje jongeren veroorzaakte met hun schaatsen teveel lawaai en vormde een gevaar voor het winkelende publiek, vond de gemeente. Overdreven, vindt een skater: “Mensen moeten niet reageren. Wij gaan wel om ze heen.” Hij zegt zelf trouwens niet tot de categorie te behoren “die er op kickt om in winkelcentra over kinderwagens te springen.”

“Echt een probleem is het nog niet”, denkt Bert Woudenberg van Veilig Verkeer Nederland, “maar het zorgt hier en daar wel voor irratie en conflicten met andere weggebruikers. De dingen zijn als vervoermiddel nogal in zwang onder scholieren. De fiets wordt gestolen en dit is dan een alternatief.” De skater is voor de wet een voetganger en zou dus gebruik moeten maken van het trottoir. “Maar de geasfalteerde rijbaan is natuurlijk veel aantrekkelijker.”

José Malin heeft een oplossing. Omdat het bij regen veel te gevaarlijk is om buiten te skaten, zouden er overdekte skate-banen moeten komen. “Daarmee houd je de jeugd van de straat. Die kan door te skaten zijn aggressiviteit op een positieve manier uiten. Na een run van 45 seconden ben je namelijk kapot. Als je thuis komt ben je zo mak als een lammetje.”