Hollandia speelt Op hoop van zegen in de IJmuider haven

Voorstelling: Op hoop van zegen, van Herman Heijermans, door theatergroep Hollandia. Regie: Mechtild Prins. Spelers: Tina van Baren, Dianne Krijnen, Hein Verhees, e.a. Gezien: 28/6 in haven IJmuiden, Westerduinweg. Aldaar t/m 9/7.

De meeuwen boven het haventerrein en de wind, die in IJmuiden ook op een zoele zomeravond nog straf kan waaien, vormen het geluidsdecor voor het derde van de vierdelige reeks locatie-produkties die theatergroep Hollandia deze zomer maakt met jonge regisseurs. We zitten, omdat Mechtild Prins dat zo wilde, op een meterslange bank die dwars over een scheepshelling is geplaatst - met achter ons het water en vóór ons de roestige rails waarop hier doorgaans de boten rusten, wat karig helmgras, een paar bakstenen gebouwtjes en verder weg de hemel boven de horizon, nog net belicht door de kortelings ondergegane zon.

Het is op deze tijdloze plek alsof Herman Heijermans hier zelf in 1900 nog heeft rondgelopen, sfeer opsnuivend voor zijn zilte aanklacht Op hoop van zegen. Nu is zijn stuk uit het theater weggehaald en teruggebracht naar de wind en de zee en de haven waar het vandaan kwam. Maar zonder kleerscheuren is dat niet gegaan. Tom Blokdijk heeft veel van de verbale rijkdom weggesneden en de handeling teruggebracht tot een uur, waarin de vier acteurs hun tien verschillende rollen snel, kordaat en soms reuze koddig typeren. Veel meer is ook niet mogelijk, met de enorme afstanden die telkens rennend moeten worden afgelegd tussen de speelvloer op de helling en de verre verte, die trouwens mooie silhouetten tegen de avondhemel oplevert.

Waarom de personages reageren zoals ze reageren en hoe het noodlot zich onafwendbaar gaat aftekenen, is ondergeschikt aan het wonderlijke spektakel van vier acteurs die voornamelijk tegen elkaar schreeuwen in een langzaam donkerder wordende uithoek van de provincie Noord-Holland. Over de interpretatie van Kniertje, de crux van iedere Op hoop van zegen-regie, valt zodoende weinig te zeggen: ze krijst, ze trekt een verongelijkt gezicht en ze blijft god- en gezagvrezend. Hooguit valt op, dat ze in de slotscène lijkt weg te lopen van de schijnheilige goedertierendheid van reder Bos, terwijl ze bij Heijermans noodgedwongen haar kruiperigheid behoudt.

Maar het drama komt, wat mij betreft, pas echt tot leven in de indrukwekkende scène waarop de vier vissersvrouwen elkaar in de stormnacht verhalen vertellen (hetzelfde moment, horen we later, waarop de Hoop van Zegen op zee verzuipt). Dan krijgen de acteurs, venijnig denkbeeldige netten boetend, voor het eerst in de voorstelling de volle lading Heijermans te spelen. En dat grijpt nog altijd meer bij de keel dan een uittreksel.