Eenzaam op Hofwijck

Vandaag heropent het Huygensmuseum Hofwijck na een ingrijpende restauratie zijn poorten. Christiaan was er weinig gelukkig: 'Ik dineer en soupeer alleen, terwijl ik dit gewend was te doen met gekroonde hoofden.'

Huygensmuseum Hofwijck, Westeinde 2a, 2275 AD Voorburg (nabij Station Voorburg aan de lijn Den Haag-Utrecht). Het museum is geopend op woensdag, donderdag, zaterdag en zondag van 14-17 uur. Toegangsprijs ƒ 2,50.

'O geliefde zaterdag / dat ik weer naar Hofwijck mag', dichtte Constantijn Huygens, de vader van Christiaan, over zijn geliefde buitenplaats in Voorburg. Wie nu met de trein over Hofwijck raast - in de vorige eeuw vonden de Spoorwegen het nodig een hap van het zuiver geometrische landgoed af te nemen - zal het niet beseffen, maar Hofwijck lag vroeger afgelegen, ver weg van het Haagse hof. Dat was dan ook precies de bedoeling van Constantijn, die als diplomaat vaak voor allerlei klusjes bij de Oranjes ontboden werd. Hij kocht in 1639 een stuk grond aan de Vliet, meer dan een uur gaans van het hof in Den Haag, en liet daarop door Jacob van Campen en Pieter Post een buiten bouwen. Constantijn kwam er eerlijk voor uit dat hij het hof ontvluchtte: de naam Hofwijck betekent 'wijkend voor het hof'.

Hofwijck is altijd een merkwaardig hoog gebouwtje geweest, geheel (of ten minste aan drie zijden) omgeven door water. Constantijn beschouwde Hofwijck als een 'chateau'. Hij schrijft: “ 't Huys moet in 't water staen en slotsgewijs staen pronken”. Het huis bestaat uit drie verdiepingen en een zolder. Leveranciers legden vroeger met hun boten aan en bestellingen werden door de kelder aan huis gebracht.

Toen vader Constantijn in 1687 stierf, kreeg Christiaan het landgoed van zijn oudste broer Constantijn, die erfgenaam was. Hij vestigde zich op Hofwijck, maar was er eenzaam. In een brief aan zijn broer Constantijn schrijft hij al in de eerste week: “Ik ben nu vijf dagen in mijn nieuwe huis en ik ben van 's morgens vroeg tot 's avonds laat bezig mijn spulletjes op orde te brengen. Ik ben in deze tijd niet naar Den Haag geweest en ik heb ook geen enkel nieuws ontvangen. Ik doe mijn best te wennen aan het eenzame leven, hetgeen mij moeilijk valt. Ik dineer en soupeer alleen, terwijl ik dit gewend was te doen met gekroonde hoofden.”

Drs. Marjolein de Boer, de nieuwe conservator van het Huygensmuseum Hofwijck, relativeert die eenzaamheid een beetje: “Hofwijck lag aan de Vliet en dat was een drukke vaarroute. Er kwamen dagelijks zo'n tweehonderd trekschuiten langs. Constantijn placht op een vlondertje gezeten een praatje aan te kopen met de schippers. Hij maakte een studie van hun dialecten. De schuiten kwamen uit heel Nederland.”

Wel was dat vaarverkeer vroeg afgelopen. Marjolein de Boer: “Christiaan beklaagde zich erover dat hij altijd vroeg weg moest. De laatste trekschuit uit Den Haag vertrok om half zeven”. Hij bleef dan ook vaak in Den Haag overnachten in zijn kamer op het Noordeinde of verbleef in het huis van zijn broer Constantijn. Met diens vrouw kon hij het goed vinden.

Het Huygensmuseum Hofwijck is afgelopen maanden ingrijpend gerestaureerd. Het huis werd volledig omsteigerd, het glas-in-lood van de ramen is uitgenomen en vernieuwd, onderdorpels werden hersteld en luiken werden geschilderd of vervangen; van binnen kreeg het een grote schilderbeurt. Marjolein de Boer: “Voor ons als museum is het nog belangrijker dat er een behoorlijke klimaatregeling kwam. 's Zomers was het hier vaak erg warm door de zon. Hofwijck bezit mooie, grote ramen, maar dat heeft ook zijn nadelen. De zon wordt nu geweerd door speciale, museaal verantwoorde rolgordijnen. Ook wordt nu de luchtvochtigheid en temperatuur geregeld. Voor een museum is dat erg belangrijk. We kunnen met goed fatsoen een tentoonstelling met bruiklenen inrichten: we vonden het nauwelijks verantwoord hier stukken op te stellen. Daar is nu een einde aan gekomen.”

Het Huygensmuseum is geen Rijksmuseum, maar wordt beheerd door een vereniging. Deze vereniging, die nog steeds voor een belangrijk deel van particulieren giften afhankelijk is, wist Hofwijck in 1914 voor sloop te behoeden door het op te kopen en te restaureren. De belangrijkste initiatiefnemer, dr. H.E. van Gelder, directeur van het Haagse Gemeentemuseum, wordt in het museum geëerd met een plaquette.

De restauratie die de vereniging in de jaren twintig liet uitvoeren was vrij ingrijpend. Een voorpoortaal werd verwijderd door de architect H. van der Kloot Meyburg om het huis weer in de originele staat te krijgen. Marjolein de Boer: “Dat zouden we nu niet meer zo makkelijk doen, want een deel van de uitbouw was nog aangebracht door Christiaan zelf om meer ruimte voor zijn boeken te krijgen. En zo zijn er meer dingen veranderd, die we met de huidige inzichten niet zouden doen. Toch hebben we nu niet de neiging gehad het weer opnieuw te veranderen - we vinden dat de wijzigingen bij de bouwgeschiedenis van Hofwijck horen.”

Dat Hofwijck indertijd rigoureus naar de oorspronkelijke staat van vader Constantijn werd teruggebracht, was begrijpelijk - Constantijn en niet Christiaan was de grote Nederlander die men wilde eren. Dat is nog steeds zo. Marjolein de Boer: “Van de 2.500 tot 3.000 bezoekers die Hofwijck jaarlijks aandoen, komen de buitenlanders, vooral Engelsen en Fransen, uitsluitend voor Christiaan. Maar de Nederlanders hebben hoofdzakelijk belangstelling voor de dichter-diplomaat Constantijn. Langzamerhand is dat aan het veranderen. Wij zijn dan ook van plan bij de inrichting ons meer op Christiaan te richten”.

De Huygensprijs, de staatsprijs voor poëzie, is nog steeds een eerbetoon aan Constantijn. Het Huygensprogramma van NWO eert beide mannen door prijzen te verlenen op alfa- en bètagebieden. Maar in de encyclopedie verschuift de aandacht langzaam naar Christiaan. In de nieuwste Winkler Prins wint Christiaan met 2 kolom van Constantijn, die 2 kolom heeft. In de Amerikaanse Encyclopaedia Brittanica is die verhouding 2 kolom tegen kolom. Daarnaast wordt Christiaan vele malen elders genoemd, bijvoorbeeld in het Huygens-principe bij de voortplantingswijze van licht.

Christiaan was niet gelukkig op Hofwijck. Tijdens zijn veelvuldige ziektes verbleef hij liever in Den Haag. Toen hij bedlegerig werd, werd hij verzorgd door de vrouw van zijn broer Constantijn. Na zijn dood viel Hofwijck terug naar Constantijn. Tot 1750 bleef het huis in handen van de familie Huygens, maar daarna veranderde het regelmatig van eigenaar, die het huis aanpasten aan hun wensen. Toen het huis in 1914 werd aangekocht door de Vereniging Hofwijck waren alleen de muren en de fundamenten nog in originele staat.

Marjolein de Boer: “Er is in twee restauratiegolven, in 1918-1927 en 1948-1954, ongelofelijk veel aan het huis gebeurd. De restauratie van afgelopen half jaar is in vergelijking daarmee niet groot. Maar het museum kan nu weer mee.”

De eerste beschadigingen zijn inmiddels ook weer aangebracht. Afgelopen week sloegen vandalen de vier beeldjes van de brug. Alle vier de figuurtjes werden door de brandweer opgedoken. Van een beeldje is de kop af.

Het Huygensmuseum wordt regelmatig op zondagmorgen gebruikt voor concerten. De gemeente Voorburg voltrekt er donderdag, vrijdag en zaterdag huwelijken. Marjolein de Boer: “Als museum moeten we de eindjes aan elkaar knopen. De trouwerijen leveren de nodige inkomsten. Daarnaast verhuren we de ruimte nog wel eens voor speciale doeleinden, een etentje in stijl voor een klein gezelschap.”