Een bedevaartstocht naar Hugeniana

In tegenstelling tot standbeelden en andere protserige monumenten waarmee Nederland haar beroemde mannen en vrouwen pleegt te gedenken, moeten we bij Christiaan Huygens eerder op zoek gaan naar zijn wetenschappelijke erfenis. Het grootste en verreweg belangrijkste deel hiervan is terug te vinden in de universiteitsstad Leiden.

Zo werd Christiaans omvangrijke verzameling handschriften, tekeningen en brieven al meteen na zijn dood overgedragen aan de Universiteitsbibliotheek van Leiden. Hij vormde, samen met de brieven, de basis van de 22-delige OEuvres Complètes de Christiaan Huygens die van 1888 tot 1950 onder auspiciën van de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen in Haarlem werden uitgegeven. Een select aantal van deze documenten is te zien in Museum Boerhaave in Leiden, naast zijn bewaard gebleven instrumenten.

De instrumenten van Christiaan bleven lange tijd in de familie maar raakten in 1754 bij een veiling verspreid. In de loop van de negentiende en het begin van deze eeuw kwamen diverse stukken (voornamelijk lenzen) weer boven water. De grootste verzameling Hugeniana kwam, grotendeels via de Leidse Sterrewacht, terecht in Museum Boerhaave. Hij omvat een 30-tal lenzen die door Christiaan en zijn broer Constantijn waren geslepen. Er zitten objectieflenzen bij met brandpuntsafstanden van ruim 10 tot 122 voet alsook de bijbehorende oculairen (waarvan twee nog in hun originele vattingen). Slechts één compleet gemonteerde kijker is bewaard gebleven, een 12-voets lenzenkijker bestaande uit vijf in elkaar schuifbare buizen. Daarnaast bezit Museum Boerhaave een door Christiaan ontworpen planetarium dat in 1682 door de Haagse klokkenmaker Johannes van Ceulen werd vervaardigd. Ten slotte bevindt zich daar het oudst bekende sterrenkundig slingeruurwerk dat de Parijse klokkenmaker Isaac Thuret omstreeks 1670 voor Christiaan maakte.

Ook het Utrechts Universiteitsmuseum bezit twee Huygenslenzen, oorspronkelijk uit de Utrechtse Sterrenwacht. Hieronder bevindt zich de beroemdste van alle Huygenslenzen: de 10-voets lens waarmee de jonge Christiaan in 1655 als eerste een maan (Titan) bij Saturnus ontdekte.

Een aantal objectieflenzen vonden hun weg naar buitenlandse collecties. Zo bevinden drie Huygenslenzen, twee van Constantijn en een van Christiaan, zich nu in de Koninklijke Sterrenwacht van België in Brussel. Drie andere objectieflenzen van de hand van Constantijn zijn in het bezit van de Royal Society in Londen. Die van 122 voet werd door Constantijn zelf in 1691 aangeboden; de anderen (van 170 en 210 voet) werden omstreeks 1722 door enkele leden van de Royal Society (onder wie Isaac Newton) verworven.

Christiaan Huygens is tijdens zijn leven diverse malen geportretteerd. In het Mauritshuis hangt een familieportret in olieverf dat vader Constantijn in 1639 door de Haagse schilder Adriaen Hanneman liet maken. Het Haagse Gemeentemuseum bezit een olieverfschilderij door de Haagse schilder Caspar Netscher, vervaardigd in 1671 toen de inmiddels in Parijs gevestigde Christiaan voor een korte tijd in Den Haag verbleef. Ook uit zijn Parijse periode stamt een bronzen medaille en een marmeren medaillon die in 1679 door Jean-Jacques Clérion werden vervaardigd. De medaille zou in het penningkabinet van het voormalige Kaiser Friedrich-Museum in Berlijn rusten maar de huidige verblijfplaats is onduidelijk. Contemporaine afgietsels hiervan, en ook het marmeren medaillon, zijn in Museum Boerhaave. Ook hangt daar een naar deze medaille geschilderde allegorische voorstelling uit 1737 door de Haagse schilder Hendrik Carré de Jongere.

Omstreeks 1686, toen Christiaan weer voorgoed naar Den Haag was teruggekeerd, vervaardigde de Parijse graveur Gérard Edelinck de meest bekende afbeelding van Christiaan Huygens: een gravure voor zijn Traité de la Lumière (1690) naar een portrettekening door de Amsterdamse kunstenaar Nicolaes Maes. Ook uit die periode stamt een pastelschilderij door de Rotterdamse kunstenaar Bernard Vaillant dat in het Huygensmuseum Hofwijck in Voorburg hangt. De laatst bekende afbeelding van Christiaan werd kort na de dood van zijn vader in 1687 door de Haagse schilder Pierre Bourguignon vervaardigd en hangt nu in het Trippenhuis in Amsterdam, zetel van Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.