De grenzen van beursfraude

HET RICHTINGGEVENDE arrest van de Hoge Raad in de voorkenniszaak tegen topondernemer J. van den Nieuwenhuyzen over beurshandel in aandelen HCS in 1991 geeft voor het eerst de grenzen aan van beursfraude. Het geeft inhoud aan het begrip voorkennis dat bij lagere rechters tot tegengestelde uitspraken leidde. Beurshandel met misbruik van voorinformatie is sinds 1989 strafbaar, zonder dat er tot nu toe een veroordeling is geweest. De zaak-Van den Nieuwenhuyzen was een test-case. Zijn eerdere veroordeling tot zes maanden cel door het Amsterdamse gerechtshof heeft de Hoge Raad nu op twee essentiële gronden vernietigd. Een nieuwe rechter moet zich nu, met de wetsuitleg van het hoogste rechtscollege, over de zaak buigen.

Van den Nieuwenhuyzen verwacht vrijspraak en wil daarna weer aan de slag bij Begemann, het slecht presterende industriële conglomeraat waarvan hij grootaandeelhouder is. Al gaat hij bij de rechter vrijuit, de financiële markten hebben hem de afgelopen jaren op ongekende wijze gestraft. Vlak voordat de HCS-affaire vier jaar geleden uitbarstte, stond de beurskoers van zijn aandelen Begemann boven de 170 gulden, nu is dat nog maar 33 gulden. Als grootaandeelhouder kostte de koersval hem een paar honderd miljoen gulden.

Begemann, een concern dat in nog geen vijf jaar meer dan 100 bedrijven overnam, moest zijn kroonjuwelen verkopen om aan zijn verplichtingen tegenover de banken te kunnen voldoen. Welk aandeel de slepende juridische procedure op de teloorgang van Begemann heeft gehad, is nooit vast te stellen. Schadeclaims (tegen de beurs of het openbaar ministerie) lijken alleen daarom al problematisch. Zijn HCS-handel, die niet meer was dan een van zijn vele privé investeringen, maakte beleggers duidelijk dat de 'bedrijvendokter' ook een wheeler dealer kon zijn, die met een roekeloze inslag beslissingen nam en expansie nastreefde. Niemand kan hem verbieden om een rentree bij Begemann te maken. Maar wil hij het vertrouwen van beleggers en de financiële wereld terugwinnen, dan zal hij duidelijk moeten maken welke lessen hij heeft getrokken uit de val van Begemann.

DE ZAAK-Van den Nieuwenhuyzen en de recente, nog veel grotere voorkennisaffaire rond acht managers van het handelshuis Borsumij Wehry roepen vragen op over het opsporings- en vervolgingsbeleid. Onlangs meldde minister Zalm (financiën) de Tweede Kamer dat er van een toename van de financiële fraude op de beurs geen sprake is. Beursfraude is moeilijk op te sporen en vervolging vergt een grote mate van expertise. De snelle wisselingen bij het openbaar ministerie - drie officieren van justitie in de laatste 15 maanden - komen de opbouw van deskundigheid niet ten goede. De advocaten van de verdachten zijn uitstekend betaalde juristen. Dat is private rijkdom versus publieke armoede.

Gebrek aan capaciteit om nieuwe zaken te behandelen dreigde weken geleden zelfs even het hele raderwerk stil te leggen. Deze verwarrende gang van zaken geeft aan dat de mankracht en de regie bij opsporing en vervolging snel moeten worden verbeterd. De reputatie van de Nederlandse kapitaalmarkt is meer dan alleen het belang van de effectenbeurs en het bedrijfsleven.