De fictie van het dualisme

Zinderende spanning vorige week donderdag in de Tweede Kamer. Een spoeddebat met een overhaast uit het buitenland teruggeroepen minister om verantwoording te komen afleggen. De aantijging was er dan ook naar. Minister De Boer van milieu, want haar betrof het, zou zich hebben bezondigd aan achterkamertjespolitiek! De achterkamer: het Nederlandse politieke equivalent voor corruptie of seksschandaal. Dagblad Trouw had het ontdekt. Het de dag ervoor in de Kamer gevoerde debat over de uitbreiding van Schiphol zou volledig zijn voorgekookt tussen de betrokken bewindslieden en de coalitie-fracties. “Compromis lag al vast. Schiphol-debat staaltje achterkamertjespolitiek”, aldus de verontwaardigde kop boven de opening van Trouw.

Het had het bekende effect van het aanflitsende licht in het kippenhok. Nerveus overleg tussen oppositie-partijen, veel heen-en-weer getelefoneer met Luxemburg waar de minister op dat moment zat en vooral veel gespeculeer over haar politieke toekomst. Want dat zij deze rel zou overleven stond allerminst vast. Veertien uur later was het voorbij. Excuses van de Kamerleden die de minister hadden teruggeroepen, waren er nog net niet, maar het scheelde weinig. Het gebeurt niet vaak dat de oppositie zich zo deemoedig neerlegt bij de feiten. Niks geen achterkamertjes, niks geen voorkoken. Er was onderhandeld, gegeven en genomen. De minister had het allemaal haarfijn aangetoond waarna de Kamer niet anders restte dan zwijgen.

De eerdere commotie was echter tekenend voor de stemming. Je niet houden aan de regels van het dualisme is de grootst mogelijke zonde. Besluitvorming dient, zoals dat tegenwoordig heet, 'transparant' te zijn. Het was één van de beloften van het paarse kabinet, om niet te zeggen dé belofte. “Ook het dualisme vormt een kernpunt van onze benadering. Dualisme houdt in dat parlement en regering in open overleg tot overeenstemming komen”, aldus minister-president Kok vorig jaar in zijn regeringsverklaring. Met dat open overleg heeft het kabinet tijdens het eerste jaar van zijn bestaan hardhandig kennis gemaakt. Een deel van de regeringsfracties trouwens ook. Borssele, A73, vreemdelingenwet, de reeks met voorbeelden waarbij de Kamer contrair ging klinkt inmiddels even vertrouwd als vroeger het rijtje eilanden in de Indische archipel. Dualisme en een coalitie-kabinet; kan het eigenlijk wel? Niet voor niets wordt dé spanningsfactor van de coalitie belichaamd door VVD-leider Bolkestein. De man die zich heilig heeft voorgenomen zich als ultieme dualist te gedragen.

Het gaat allemaal om de vraag hoe 'open' het overleg tussen parlement en regering kan verlopen in de wetenschap dat een meerderheid van dat parlement, bestaande uit de regeringsfracties, minder gelijk is dan de rest. De eerste beperking van het dualisme zit al in het regeerakkoord dat 92 van de 150 Kamerleden in de dubbele betekenis van het woord bindt. Achttien miljard gulden bezuinigen, negen miljard lastenverlichting, allemaal hebben ze er een jaar geleden voor getekend. Het zijn de financiële randvoorwaarden die op het Kamerlid van een regeringsfractie dat wat wil, het effect heeft van metershoge gevangenismuren. Wat dat betreft is de bewegingsvrijheid onder het kabinet-Kok even groot als onder de kabinetten-Lubbers.

Het dualisme kan zich pas echt ontplooien in de resterende vrije ruimte, oftewel de zaken die niet in het regeerakkoord zijn geregeld. Maar ook hier is er verschil tussen theorie en praktijk. Een kabinet dat zich steeds maar weer geconfronteerd ziet met gelegenheidscombines tussen delen van de coalitie en de oppositie, is geen lang leven beschoren. Het blijkt in de kwestie rond de orgaandonaties. Een vrije kwestie, want niet in het regeerakkoord opgenomen. Minister-president Kok heeft echter al laten weten er niets voor te voelen dat deze gevoelige kwestie beslecht wordt met een buiten de coalitie om gevormde Kamermeerderheid. Dat het telkens een enkele stem is die de doorslag kan geven, speelt hierbij natuurlijk eveneens een belangrijke rol. Regeren op basis van de stem van één van de ouderenvertegenwoordigers of van die van Janmaat, is toch niet dat wat 'paars' indertijd voorstond.

Er kan daarom hooguit sprake zijn van beperkt dualisme. Het debat over Schiphol was daarvan een voorbeeld. De drie regeringsfracties wilden op verschillende terreinen elk wat anders en vonden elkaar in een allesomvattend compromis, dat qua verplichtend karakter fungeerde als een aanhangsel op het regeerakkoord. De meerderheid die in de Kamer aanwezig was voor een bij wet geregelde uitbreiding van het nachtregime, viel hierdoor weg omdat regeringsfractie D66 zich had te houden aan het compromis.

In exact dezelfde situatie verkeerde de PvdA deze week bij de kwestie rond de WAO-herkeuringen. Er was een meerderheid voor het steeds door het PvdA-Kamerlid Adelmund verwoorde standpunt om oudere arbeidsongeschikten niet meer te herkeuren. Maar ja, toen kwamen er de nadere afspraken en de hogere belangen (een dreigende staatssecretaris) en weg viel de steun van de PvdA voor de eigen ideeën.

In het verleden waren regeringsfracties verplicht het met het kabinet eens te worden. Er is nu door de zo bijzondere samenstelling van de coalitie een fase bijgekomen: voordat met het kabinet gesproken wordt, moeten de regeringsfracties het eerst onderling zien eens te worden. De openheid en het dualisme zit veel meer in het verkeer tussen de fracties dan in het verkeer tussen kabinet en coalitie-partijen. De factor-Bolkestein zorgt weliswaar voor een andere toonzetting, maar als het op stemmen aankomt, blijkt de VVD in de meeste gevallen loyaal.

Dat neemt niet weg dat de toon op een gegeven moment belastend kan worden voor de verhoudingen binnen de coalitie. De uithaal van PvdA-fractievoorzitter Wallage naar zijn collega Bolkestein tijdens het debat over Bosnië was daarvan een illustratie. Maar met dualisme heeft het allemaal weinig te maken. Dualisme is iets voor puristen die conform de leer in alle staatsrechtboeken regering en parlement als afzonderlijke blokken zien. Daartussendoor beweegt zich echter de politicus die een meerderheid moet zien te behalen. Linksom of rechtsom, maar nooit in de volle openbaarheid.