De angst voor de ongeduldig knipperende cursor

BOSTON. Als jonge verslaggeefster kreeg ik voor het eerst de universele standaard-nachtmerrie van iedereen die met deadlines werkt. Op avonden voordat ik de stad uit moest voor een reportage begon ik te dromen dat ik wanhopig en vergeefs probeerde mijn verhaal op tijd ter redactie te krijgen.

In een van die ellendige, vertraagd opgenomen scènes zocht ik in een mij onbekende omgeving naar een telextoestel, of een kantoor van Western Union waar iemand me op een of andere manier zou helpen mijn verhaal door te geven. Het was gewoon zo'n klassieke droom waarin je nooit aankomt op de plaats waar je heen moet. In mijn geval kwam het verhaal nooit op de krant aan.

Ik vertel deze terugkerende droom niet om op te biechten wat een prozaïsch, saai, kleurloos innerlijk leven ik leid, maar vanwege de manier waarop ik deze nachtmerrie gedurende dertig jaar van verbluffende technologische vernieuwingen voortdurend heb gereconstrueerd.

Langzamerhand werd, terwijl ik, nu ja, sliep, mijn onderbewuste bijgewerkt. Het telexkantoor dat ik niet kon lokaliseren veranderde in de fax die niet goed werkte. De fax werd een schootcomputer met een telefoon-hulpstuk dat vaker stuk was dan hielp. Dit externe modem veranderde in een intern modem met een programma dat me in de steek liet. Toen kwamen de telefax die niet faxen en de printer die niet printen wilde. Er waren nog meer variaties op de nachtelijke weg naar gemiste deadlines en journalistieke rampspoed; al slapend kampte ik met defecte hardware en software, elektronisch en menselijk falen. Maar waar het om ging was dat de mens (ik) en het (mijn) menselijk tekort constant achterliepen bij de technologie. Mijn apparatuur was altijd hypermodern, maar mijn angsten bleven onmiskenbaar primitief.

Dit bracht me tot het besef dat er een kloof gaapte tussen de Third Wave en de hersengolven, tussen de duizelingwekkende snelheid van de technologische evolutie en de nauw waarneembare gang van de menselijke evolutie. We verwachten van mensen dat ze even vernieuwd en verbeterd zijn als hun gereedschap, maar zo werkt het niet.

Denk u de ontsteltenis in van menigeen die ten langen leste de eerste schreden op het Internet heeft gezet. Na investering van geld en mentale energie verheugen zij zich op de ontmoeting met een geheel ander, beter slag mensen. Maar dan ontdekken ze dat de deelnemers aan hun digitale praatgroepen al evenmin verstandig en geestig zijn als de toevallige gespreksgenoot bij de koffieautomaat. Voor veel mensen is het 'Web' gewoon weer een plek om over O.J. [Simpson] te ruziën. En het populairste onderwerp in de cyberspace is niet filosofie of fysica, het is seks. We staan aan de vooravond van het megabyte-millennium en gebruiken onze geavanceerde, wereldomspannende communicatiesystemen om te vuilbekken tegen onbekenden.

Nieuwe techniek, dezelfde oude complexen. Om niet te zeggen neuroses.

De belofte van de hi-tech-communicatie was dat alles sneller zou gaan, gemakkelijker, beter. Maar in sommige opzichten lijkt de snelheid waarmee we nu gedachten kunnen overbrengen de spot te drijven met de tijd die het nog altijd kost om ze formuleren. Het is alsof je een haiku schrijft, opgejaagd door een ongeduldig knipperende cursor. Een advocate die ik ken zegt dat de telefax haar angstcomplexen bezorgt. De cliënten die vroeger de volgende dag schriftelijk antwoord wilden, willen nu een fax. De tijd die ze had om na te denken is teruggebracht tot de tijd die het kost om te reageren. En alsof de gefaxte verlangens van de cliënt nog niet veeleisend genoeg zijn, is er nog de e-mail van de chef.

Het is niet voor het eerst dat de technologie ons in het stof doet bijten. We hebben auto's gebouwd die in staat zijn tot snelheden die wij niet in de hand kunnen houden; fabrieken die meer artikelen in elkaar kunnen zetten dan wij kunnen kopen; kabelnetten en satellietschotels met zo'n grote capaciteit, dat wij niet in staat zijn ze te vullen met iets anders dan rommel.

Er bestaat geen technologisch antwoord op deadline-vrees. Geen snelle remedie voor een emotie. We kunnen informatie sneller vergaren dan ooit, maar begrijpen kost nog steeds tijd. Er bestaat geen hardware die ons helpt informatie sneller tot ons te nemen.

In een tijd waarin feiten zo snel te leveren zijn, dreigen we te ongeduldig te worden om de tijd te nemen die het kost om erover na te denken. In ons eigen hobbelende, organische, beperkte, zo door en door menselijke tempo. Maar hoe vaak we ook inloggen, hoeveel megabytes we ook aandragen, het duurt nog even lang als vroeger om een inzicht te vormen of een angst te bedwingen.

Een lichtpuntje: wij zijn nog altijd de enige software die niet veroudert. © IHT, The Boston Globe Newspaper Co.