Akkoord verbetering hoger onderwijs

ZOETERMEER, 29 JUNI. De universiteiten en hogescholen gaan de onderwijsrechten van studenten - zoals het aantal uren college, de hoeveelheid studiebegeleiding, het aantal examens - expliciet vastleggen in een studentenstatuut. Ook worden de instellingen verplicht om op centraal niveau een 'kwaliteitsplan' vast te stellen waarin de onderwijsdoelstellingen, de slaagkansen en uitvalpercentage, het personeelsbeleid en andere organisatorische kwesties in samenhang moeten worden bekeken. Dit is vannacht overeengekomen door minister Ritzen, de hogescholen, de universiteiten en de studentenorganisaties, ter verbetering van de kwaliteit van het hoger onderwijs.

K. Hekster, voorzitter van de Landelijke Studenten Vakbond LSVb, zei vanmorgen “erg tevreden” te zijn met het akkoord. Voortaan zal iedere student aan het begin van het collegejaar een document met de “leveringsvoorwaarden” van zijn opleiding krijgen. Als de universiteit en hogeschool daaraan niet voldoen, bijvoorbeeld doordat niet voldoende colleges worden gegeven of doordat er twee tentamens tegelijkertijd worden afgenomen, dan kan de student in beroep gaan, hetzij bij een nog op te richten 'ombudsman' van de instelling, hetzij bij een commissie van beroep, zoals nu ook bestaat bij onenigheid over examenreglement. De LSVb is ook blij dat alle universiteiten en hogescholen nu verplicht zijn redelijke 'afstudeerregelingen' in te stellen. Dat gaat om een fonds waarop studenten die door bestuurswerk of ziekte studievertraging oplopen een beroep kunnen doen.

F. van Eijkern, directeur van de vereniging van Nederlandse universiteiten VSNU, noemde het akkoord vanmorgen “een mirakel”. Volgens hem zal de plicht een centraal kwaliteitsplan op te stellen een mentaliteitswijziging bij de universiteiten veroorzaken. “Nu heerst daar bij het bestuur vaak nog sterk de gedachte: het onderwijs laten we over aan de professionals.” Nu zal de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het onderwijs veel duidelijker worden, denkt Van Eijkern. Ook de HBO-raad is positief, al tekent hij wel aan dat het niet eenvoudig zal zijn om met de krappe budgetten nog veel aan onderwijsverbetering te doen. De hogescholen kregen overigens onlangs nog scherpe kritiek van de onderwijsinspectie omdat ze te weinig 'onderwijskundig leiderschap' zouden kennen.

De overeenkomst is een uitwerking van het compromis in januari tussen het hoger onderwijs en de minister over de verhoging van het collegegeld. Het aanvankelijke plan van Ritzen om het collegegeld met 1.000 gulden te verhogen werd toen onder druk van de Tweede Kamer en felle studentenprotesten vervangen door een verhoging met slechts 500 gulden en de toezegging dat over verbetering van het onderwijs afspraken zouden worden gemaakt. In de loop van de zomer moeten de leden van de HBO-raad en de VSNU nog goedkeuring aan het akkoord geven.

Het akkoord kwam moeizaam tot stand omdat er onenigheid was over de besteding van het 'studeerbaarheidsfonds' van 500 miljoen gulden, dat het kabinet eind vorig jaar ter beschikking stelde om tegemoet te komen aan de problemen in het hoger onderwijs. Minister Ritzen en de studentenorganisaties wilden dat dit bedrag uitsluitend zou worden besteed aan onderwijsprojecten, maar de universiteiten en hogescholen wilden het geld ook kunnen gebruiken om wachtgeld uit te betalen. Als compromis is nu gevonden dat bij de onderwijsprojecten ook docenten kunnen worden ingeschakeld die anders wachtgeld zouden krijgen.