Afrika wil vredesmacht onder paraplu VN

NAIROBI, 29 JUNI. Afrikaanse staten stellen troepen beschikbaar voor een vredesmacht voor Afrika die moet opereren onder een mandaat van de Verenigde Naties. Dat hebben Afrikaanse leiders besloten op de gisteren afgesloten conferentie van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) in de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba.

“In uitzonderlijke gevallen zal de OAE op eigen houtje ingrijpen”, aldus de secretaris-generaal van de organisatie, Salim Ahmed Salim, die een groot voorstander is van een eigen vredesmacht van de OAE. Een resolutie over de oprichting van zo'n OAE-vredesmacht haalde het in de Ethiopische hoofdstad echter niet na verzet van een groep landen onder leiding van Kenia.

Salim Ahmed Salim wil de OAE omsmeden tot een effectieve organisatie met bevoegdheden om in te grijpen in de lidstaten, zo nodig militair. Het Westen, dat weigert zijn vingers nog verder zelf te branden aan Afrikaanse conflicten, is bereid hem daarbij te helpen. Frankrijk en Groot-Brittannië en mogelijk ook de Verenigde Staten willen een grote financiële bijdrage leveren aan een louter uit Afrikanen bestaande vredesmacht onder auspiciën van de OAE. Volgens de Amerikaanse onderminister van buitenlandse zaken met Afrika in zijn portefeuille, George Moose, kijken nieuwe Afrikaanse leiders over hun grenzen heen in een poging oplossingen te vinden voor Afrika's problemen. “Als gevolg daarvan speelt de OAE een meer prominente en constructieve rol in Afrikaanse zaken”, aldus Moose, die vijf miljoen dollar toezegde aan de OAE.

Hoofdonderwerp op de OAE-top in Addis Abeba waren de talrijke oorlogen op het continent en de mogelijke oprichting van een Afrikaanse vredesmacht. Tot 1990 concentreerde de OAE zich op de strijd tegen het kolonialisme en, tot de algemene verkiezingen in Zuid-Afrika van vorig jaar, op de afschaffing van de apartheid. Conflicten in de lidstaten zelf kwamen nooit aan de orde want dat zou indruisen tegen het OAE-handvest dat inmenging in interne aangelegendheden verbiedt. Een bijzondere militaire vredesmissie in Tsjaad begin jaren tachtig liep op een mislukking uit door geldgebrek en een niet duidelijk gedefinieerd mandaat.

De secretaris-generaal zag in 1990 de bui al hangen. Met het einde van de Koude Oorlog had Afrika zijn militair-strategische waarde verloren. De Westerse hulp voor, en zelfs interesse in, Afrika zijn sindsdien steeds meer verminderd, aldus Salim. In Somalië gooide het Westen na een mislukte interventie de handdoek in de ring en tijdens de genocide in Rwanda deed het niet genoeg om de slachtpartijen te stoppen.

Afrika moet meer zijn lot in eigen handen nemen nu het Westen zich van ons afkeert, betoogt Salim. Met de democratiseringsgolf begin jaren negentig zijn nieuwe Afrikaanse leiders aan de macht gekomen. Salim hoopt met hun hulp de OAE om te vormen van een vakbond van Afrikaanse staatshoofden die slechts hun eigen belangen behartigen, tot een actieve organisatie die democratische rechten verdedigt en gewapende conflicten voorkomt en bestrijdt.

Op achtereenopvolgende OAE-topbijeenkomsten in Senegal, Egypte en Tunesië werd aan Salims voorstellen voor de hervormingen gewerkt. Salim riep een permanente overlegstructuur in het leven die vooral op diplomatiek terrein werkt aan het voorkomen van gewapende conflicten. De OAE bemiddelde daarna in 1993 bij de totstandkoming van het akkoord van Arusha dat tot een machtsdeling in Rwanda had moeten leiden. Ook bij de oplossing van interne conflicten in Congo en Gabon speelde de OAE een rol. Ze zond tientallen militaire waarnemers naar Burundi. Op de top deze week besloten de Afrikaanse leiders om Burundische politici naar Addis Abeba te ontbieden om op korte termijn over de problemen in Burundi te praten.

“Veiligheid en stabiliteit op ons continent hebben prioriteit”, verkondigde Salim aan het begin van de OAE-top in Addis Abeba. “Alleen als we doorslaggevende vooruitgang boeken op dit terrein kunnen we het lot van de Afrikanen verbeteren en ons continent een grotere stem geven in internationale zaken.” In zijn rapport voor de top schrijft hij: “Het is belangrijk onze ervaring te benadrukken van het afgelopen anderhalf jaar dat er toenemende tegenzin van de Verenigde Naties bestaat, en speciaal van de grootmachten, om direct betrokken te raken bij vredesoperaties.”

De doorgewinterde diplomaat Salim weet dat hij op eieren moet lopen om het idee voor een Afrikaanse vredesmacht aanvaardbaar te maken bij de staatshoofden. Leiders van de oude stempel vrezen dat zo'n vredesmacht ook wel eens tegen hen zelf ingezet zou kunnen worden. Zij houden vast aan het traditionele OAE-principe van de niet-inmenging. De Keniaanse president, Moi, bijvoorbeeld zei maandag in Addis Abeba dat de oprichting van zo'n vredesmacht indruist tegen het OAE-handvest. Mois minister van buitenlandse zaken, Kalonzo Musyoka, gaf uiting aan deze vrees om soevereiniteit te verliezen toen hij zo'n leger “een interventiemacht onder het mom van een vredesmacht” noemde. Jongere leiders als de Ethiopische president, Meles Zenawi, daarentegen zijn voorstander.

Hoe een panafrikaanse vredesmacht er uit zal zien, is nog onduidelijk. Volgens het voorstel van het OAE-secretariaat zou iedere lidstaat een contingent van zijn nationale leger in reserve moeten houden voor zo'n macht. Het materieel zou moeten worden opgeslagen in Kairo en Harare.

Frankrijk lanceerde vorig jaar op de francofone top in Biarritz het idee van een door Parijs geleide interventiemacht waaraan Afrikaanse staten een bijdragen leveren. Sinds de regeringswisseling in Parijs vechten verschillende departementen en ministers echter om invloed op het Afrika-beleid. Een nieuw concreet Frans voorstel zal dus nog wel even op zich laten wachten.

Hetzelfde geldt voor Groot-Brittannië waar de minister van buitenlandse zaken, Douglas Hurd, onlangs zijn ontslag aankondigde. Londen ontwikkelde vorig jaar een plan om enkele logistieke centra op het continent op te zetten voor een Afrikaanse vredesmacht.

Zonder actieve medewerking van regionale grootmachten als Nigeria, Kenia, Zuid-Afrika en Egypte zal een Afrikaanse vredesmacht vermoedelijk nooit het levenslicht zien. De afwezigheid van de Nigeriaanse en Zuidafrikaanse presidenten in Addis Abeba en de oppositie van de Keniaanse leider geven een indicatie dat de bereidheid van de Afrikaanse staatshoofden om met militaire middelen, en buiten de VN om, de eigen conflichten op te losssen, nog onvoldoende is. Salim heeft nog een lange weg te gaan bij zijn hervormingen van de OAE.