Adoptie door homo-paren en alleenstaanden blijft ongewenst

Voorstanders van alternatieve gezinsvormen voelen zich gesteund door de recente rechterlijke uitspraak die een alleenstaande moeder toestaat een kind te adopteren. Volgens R.A.C. Hoksbergen blijft een adoptiekind echter het beste af met een hetero-paar.

De discussie over het belang van het volledige gezin tegenover andere gezinsvormen voor het welzijn en de ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen is weer in alle hevigheid ontbrand. Dit omdat het gerechtshof te Amsterdam in zijn arrest van 13 april 1995 aan een alleenstaande moeder de mogelijkheid van adoptie heeft gegeven. De twee belangrijkste redenen van het gerechtshof waren:

1. Het nu zevenjarige kind was vanaf de geboorte door de adoptiemoeder verzorgd, het had geen enkel contact met haar natuurlijke familie.

2. Omdat het niet naar Nederlands recht was geadopteerd kon het niet zonder risico naar het geboorteland, Brazilië, gaan.

In ons land wordt in principe uitgegaan van adoptie door een echtpaar. Het is in Nederland de eerste keer dat juridische adoptie door een volledig alleenstaande persoon wordt toegestaan. Het was daarom te verwachten dat voorstanders van de alternatieve gezinsvormen (ouderschap van alleenstaanden, homoparen) de uitspraak met gejuich zouden ontvangen. Eindelijk, zo menen zij, worden hun “rechten op een adoptiekind” serieus genomen. Haastig volgden mevr. Van der Burg, Kamerlid PvdA (Trouw, 6 mei) en de heer Dittrich, Kamerlid D66 (Capitool, 7 mei) en anderen in hun voetspoor. Is dit terecht? Ik denk het, eerlijk gezegd, niet.

Er moet namelijk een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen het moment van plaatsing van het kind en de juridische adoptie. Bij het moment van plaatsing van het ter adoptie afgestane kind is er een keuze mogelijk. In het belang van het adoptiekind wordt gezocht naar een zo geschikt mogelijke leefsituatie voor de toekomst. Hier en elders wordt dan in eerste plaats gedacht aan een echtpaar, dat voldoet aan een aantal eisen (gezonde motieven om te adopteren, geen strafblad, jonger dan 40 jaar, stabiele leefsituatie, e.d.).

Er zijn verschillende redenen om in eerste instantie aan een echtpaar te denken. Allereerst is het de gewone gang van zaken dat een kind een vader en een moeder heeft. Een ieder die zich met kinderen bezighoudt weet dat een kind gewoon wil zijn, tegenover zijn vriendjes/vriendinnetjes niet wil opvallen. Dit geldt al helemaal voor het adoptiekind. Dat is namelijk al niet gewoon meer, want geadopteerd. Zou dit kind ervoor kiezen om met nog een tweede opvallend kenmerk op te groeien: bij alleen een adoptievader of een adoptiemoeder of een homopaar?

Veel geadopteerden worstelen langdurig en intensief met het verwerken van hun adoptiestatus. Uit het grote onderzoek van de Vakgroep Jeugd, Gezin en Levensloop (Universiteit Utrecht), weten we verder dat de echtpaar-situatie, vergeleken met het éénoudergezin, er duidelijk het gunstigst uitkomt. Kinderen uit stabiele echtpaar-gezinnen scoren aanzienlijk positiever in hun gevoel van welzijn dan kinderen uit éénouder gezinnen. De laatsten verlaten hun huis ook gemiddeld ruim een jaar eerder en het vermoeden bestaat dat dit ondermeer met huiselijke problemen samenhangt. Uit veel ander onderzoek is eveneens gebleken dat kinderen uit éénouder gezinnen het minder goed doen: vaker criminaliteit, slechtere schoolresultaten e.d.

De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om voor een adoptiekind een éénoudergezin te verkiezen boven een echtpaar.

Zijn er dan geen situaties waarbij het duidelijk is dat het kind heel gelukkig is met die ene moeder of vader en als het verder opgroeit en volwassen wordt, dit ook aanvaardt? Natuurlijk wel. Voor een adoptiekind ligt het echter anders. Uitvoerders van de Verklaring van de Rechten van het Kind hebben tot taak in principe de beste toekomstmogelijkheden voor het adoptiekind te kiezen. Het stabiele, geschikte echtpaar is dan te verkiezen boven het stabiele, geschikte homopaar/éénouder. De laatste staat er in de opvoeding alleen voor, wordt eventueel niet gecorrigeerd of geholpen door een partner, moet ook nog alleen de kost verdienen, kan moeilijk de vader- en moederrol tegelijk vervullen en als hij/zij voortijdig sterft, staat het kind alleen.

Is het dan een argument dat een (adoptie)kind beter af is bij een al dan niet lesbische alleenstaande vrouw met een warm familienetwerk in de buurt, dan bij een ouderpaar dat zich afsluit van de rest van de wereld (Rita Kohnstamm, NRC Handelsblad van 3 juni)? Dit is de bekende redenering waarbij iets wordt verdedigd (éénouder-adoptie) door een mooi voorbeeld, en de andere situatie (echtpaar) wordt afgekraakt door een slecht voorbeeld te geven. Dit soort redeneringen wordt vaak gebruikt. Echter: one evil does not justify another.

De redeneerwijze is ook principieel onjuist, want het gezin dat zich kennelijk op extreme wijze afsluit van de rest van de wereld, komt niet door het onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming, het gezinsonderzoek voor aspirant-adoptieouders. Het is precies zoals Rita verderop concludeert. Als er een keuzemogelijkheid is tussen het stabielere, warme en liefhebbende homopaar en dito heteropaar, dan kiest zij voor het heteropaar. Zij voegt er wel meteen aan toe dat die keuze er in de praktijk niet is. Welnu, voor adoptiekinderen is die keuze er wel. Daarom moeten degenen die de beslissingen nemen zich voor hun keuze tegenover geadopteerden verantwoorden.

Bij Nederlandse pleegkinderen ligt de zaak anders. Soms kan het juist veel beter zijn het kind bij een alleenstaande of een homopaar te plaatsen. Het heeft misschien aversie tegenover een vader- of moederfiguur opgebouwd, misschien überhaupt wel tegen een gewone gezinssituatie. Adoptiekinderen daarentegen zijn bij plaatsing te jong om te kunnen vaststellen dat een dergelijke bijzondere opvoedingssituatie gewenst zou zijn. De principiële reden is echter dat een kind recht heeft op een vader en een moeder. Daarom wordt er in diverse landen voor gevochten dat (adoptie)kinderen ook te weten mogen komen wie hun biologische vader en moeder zijn. In ons land zijn wij in dit opzicht ten aanzien van adoptiekinderen in het algemeen behulpzaam en open. Ook het anoniem donorschap bij de kunstmatige voortplanting zal hopelijk spoedig verdwijnen.

Laten we niet de ernstige fout maken dat het kind als iets wordt gezien waar je recht op zou hebben. Heteroparen, homoparen, individuele personen hebben geen van allen recht op een kind. Voor het kind, dat zichzelf niet kan verdedigen, hebben we rechten geformuleerd. Het dient in de eerste plaats op te groeien bij liefhebbende en goede ouders. Bij adoptiekinderen wordt dit nog gecontroleerd ook, in het belang van het kind.