Zevende-dags adventisten zijn op alles voorbereid

UTRECHT, 28 JUNI. De sigarettenautomaten zijn afgeplakt, evenals de reclames voor alcohol, koffie en thee. De Irenehal is met vierduizend bedden een soort megahotel. Morgen begint in de Utrechtse Jaarbeurs het grootste congres dat ooit in Nederland is gehouden.

Tot 8 juli zullen de Zevendedagadventisten hier beraadslagen over een nieuw bestuur, de positie van de vrouw ('een pittige discussie') en de internationale verbreiding van het geloof. Op het 56-ste wereldcongres van dit bijbelvaste kerkgenootschap worden 2.669 afgevaardigden verwacht en nog eens tienduizenden aanhangers. In het weekeinde kan dat oplopen tot 30.000 bezoekers.

Alleen de dollar vormt nog een onzekere factor. Sinds de keuze op Utrecht viel, eind jaren tachtig, is de dollar bijna tweederde in waarde gedaald. Weliswaar woont nog slechts tien procent van de ruim acht miljoen leden in Noord-Amerika, maar het merendeel van de 1,2 miljard dollar aan collectes en contributies komt uit deze regio.

De Zevendedagadventisten hebben sinds hun oprichting in 1863 pas één keer eerder buiten Noord-Amerika vergaderd, in 1975 in Wenen. Europa is nu opnieuw aan de beurt, mede met het oog op Oost-Europa. Voor de ontvangst van caravans en campers uit het oosten is een terrein ingericht.

De bedden in de Irenehal zijn vooral bestemd voor aanhangers uit de derde wereld. Voor kapitaalkrachtige geloofsgenoten zijn in een straal van tachtig kilometer rond Utrecht hotelkamers gereserveerd, evenals een bungalowpark in Zeewolde in Flevoland.

De Nederlandse Spoorwegen kampen met onzekerheid over de te verwachten vervoersstromen. “Als er accomodatie is gereserveerd, mag je verwachten dat ze weten waar dat is gebeurd. Daar kon de organisatie geen duidelijkheid over geven”, aldus een voorlichter van de Nederlandse Spoorwegen. De NS houden dit weekeinde op strategische punten materieel en personeel in reserve beschikbaar. Die vaardigheid is de Adventisten bekend. “We hebben al drie jaar met ze gesproken”, aldus een woordvoerder. “Ze zouden treinen beschikbaar houden en we zouden meer informatie geven als het nodig is.”

Verder lijkt alles geregeld. Hoewel een belangrijk deel van de leden vrijzinnig eet, verwacht het kerkgenootschap zo'n 250.000 lacto-ovo-vegetarische maaltijden te bereiden.

Sinds het bezoek van de paus, Billy Graham en EO-jongerendagen is de Jaarbeurs vertrouwd met de reli-markt, verzekert beursmanager J. Krems. “Als we onze hallen aan die mensen beschikbaar stellen, krijgen we ze schoner terug dan dat we ze leveren.”

De onderhandelingen met de Zevendedagadventisten begonnen in 1987. Utrecht moest wedijveren met Berlijn, Lyon, Birmingham en Amsterdam. Krems gebruikte eenvoudige argumenten. “Die mensen willen in een hotel om de hoek zitten, zodat ze niet met de trein hoeven. Om ze over de drempel te halen heb ik de kaart van New York over die van Nederland gelegd, want dat is even groot. In New York zitten ze iedere dag in de trein. Zo heb ik Nederland verkocht.”

De spin-off van het wereldcongres is nog ongewis. In de Jaarbeurs zullen folders liggen van de plaatselijke musea. Maar directeur H. Defoer van het Catharijneconvent, dat het enige niet-gebonden christelijke museum ter wereld zou zijn, verwacht geen grote toeloop. “De Adventisten hebben het zo druk met congresseren en bidden dat ze niet aan museumbezoek toekomen. Ik hoop dat ze een folder meenemen en later nog eens terugkomen.”