WIK: de cijfers

Een alleenstaande kunstenaar die van de Wet Inkomensvoorziening Kunstenaars (WIK) zoals minister Melkert die nu voorstelt, gebruik zou maken krijgt maandelijks 799 gulden netto (dat is 60 procent van de bijstandsuitkering van 1332 gulden, inclusief vakantiegeld). Hij mag 533 gulden per maand bijverdienen. Een echtpaar krijgt op basis van de WIK 1141 gulden per maand (zonder partnertoeslag) en mag 761 gulden bijverdienen tot 1902 gulden.

In het oorspronkelijke voorstel van de kunstenaarsorganisaties voor een 'basisfonds' waarop het WIK-plan is gebaseerd, werd uitgegaan van 75 procent van het bijstandsbedrag, maandelijks voor een alleenstaande 999 gulden, en hij zou mogen bijverdienen tot minimumloonniveau, ongeveer 2000 gulden (bruto).

Ter vergelijking: een alleenstaande universitair student heeft recht op een basisbeurs van 470 gulden, lening van 359 gulden en aanvullende beurs van 312 gulden per maand (samen 1093 gulden) en mag per jaar 15.000 gulden bijverdienen. Een WIK-kunstenaar mag jaarlijks ruim 6000 gulden bijverdienen.