Voorhoeve's internationalisme kansloos in Washington

Wat moet Amerika in Bosnië? De Nederlandse minister van defensie, Joris Voorhoeve, probeerde deze maand tijdens zijn bezoek aan Washington Amerikaanse Congresleden en militaire studenten ervan te overtuigen dat ze een eigen nationaal belang hebben bij de pacificatie van dat bij de oprichting reeds verloren landje en van andere gevaarlijke gebieden. Zijn gehoor was niet onder de indruk. Bedreigt een 'vijfde kolonne' van Servische nationalisten de Amerikaanse samenleving? Richten de Serviërs atoomraketten op de Amerikaanse grote steden? Dagen de Serviërs met diplomatie en wapens Amerika over de hele wereld uit? Proberen ze met Amerika bevriende landen in te palmen? Liggen massa's Kroaten en Bosniërs op opgepompte autobanden voor de Amerikaanse kust?

De Iraakse bezetting van Koeweit was een betere casus belli dan de Bosnische burgeroorlog. Bijna direct na de inneming van dat woestijnlandje stegen de prijzen bij de Amerikaanse benzinepomp. Brandstofprijzen liggen politiek gevoelig. Goedkope brandstof vergroot niet alleen de mobiliteit maar zorgt voor lage prijzen van met vrachtauto en vliegtuig aangevoerde produkten in het uitgestrekte Amerika. Toenmalig minister van buitenlandse zaken, James Baker, zei dat het conflict om “banen, banen en nog eens banen” ging en de Amerikanen konden zich daar uiteindelijk wel iets bij voorstellen. Saddam Hoessein moest van hun benzinepompen afblijven. Omdat Amerikanen niet om brood alleen willen vechten, gaf president Bush er de onzalige 'Nieuwe Wereldorde' als ideologische rechtvaardiging bij.

Sinds het begin van de oorlog in Bosnië in 1991 is de Amerikaanse inzet of het gebrek daaraan redelijk consistent gebleven. Amerika wil wel hand- en spandiensten verlenen voor het vredeswerk in Bosnië, door diplomatie, door logistieke steun of door de inzet van vliegtuigen en troepenreserves voor reddingswerk. Maar van het vredeswerk op de grond wil de Amerikaanse regering niets weten. President Clinton heeft zijn vele beloften tot meer steun of ingrijpen altijd snel weer ingetrokken.

Clintons onvaste koers heeft luide protesten van de Republikeinse meerderheid in het Congres uitgelokt. De Republikeinen nemen symbolische resoluties en wetsontwerpen aan om de president te pesten, niet om hem te laten stranden. Dat zou teveel verantwoordelijkheid zijn. Van de weeromstuit beschuldigt president Clinton de Republikeinen van 'isolationisme', ook afgelopen maandag weer bij het vijftigjarig bestaan van de Verenigde Naties.

Maar Clinton is zelf ook niet bereid veel politiek kapitaal te steken in buitenlandse zaken. Zijn preken tegen isolationisme verbergen de lage prioriteit die hij zelf aan buitenlands beleid geeft. Terwijl zijn voorgangers een buitenlandse uitdaging juist verwelkomden, is Clinton de leerling die een beurt voor de klas vreest, omdat hij zijn huiswerk niet heeft gemaakt. Het huiswerk is minder leuk geworden. Clinton is de eerste president van na de Koude Oorlog. Zijn Republikeinse tegenhanger, Newt Gingrich, voorzitter van het huis van afgevaardigden, is volgens zijn eigen woorden een 'havik', maar een 'goedkope havik'. Clinton is een internationalist, maar een goedkope internationalist.

Dat Amerika nog wel bereid is om onder dekking van de VN troepen in te zetten in het buitenland, blijkt uit de operatie-Haïti waar afgelopen zondag verkiezingen zijn gehouden. Na veel gezwabber besloot Clinton dat de mogelijkheid van nieuwe scholen bootvluchtelingen voor de kust van Florida vredeshandhaving rechtvaardigde.

Het zou mooi zijn als de Verenigde Naties het uitbreken van burgeroorlogen zouden kunnen voorkomen. Minister Voorhoeve bepleitte in Washington en New York meer preventie door de VN. Maar daarmee verlegt hij de vraag. Welke conflicten zijn zodanig geëscaleerd dat ingrijpen geboden is? Welke niet? Toenmalig president Eisenhower begon eind jaren vijftig een preventieve actie in Vietnam en iedereen weet wat daarvan geworden is.

De Europese Unie dacht het Joegoslavische varkentje even te wassen. Natuurlijk hadden de VN beter vooraf troepen kunnen opstellen om Koeweit te beschermen tegen de Iraakse invasie, zoals Voorhoeve suggereerde. Maar dat is wijsheid achteraf. De eis tot preventie is de eis tot helderziendheid of tot oneindige middelen om op alle mogelijkheden te zijn voorbereid. Niet elke dreiging kan serieus worden genomen.

Burgeroorlogen houden vanzelf op. In Libanon waren de partijen moegevochten. Vervolgens rolde de Syrische president Assad het land op met zijn leger. Hetzelfde gebeurde met Oeganda, waar na vele bloedige jaren Paul Museveni vanuit het zuiden oprukte en de hoofdstad innam. VN-troepen kunnen voor de duur van de oorlog levens sparen. Maar het gewapenderhand stoppen van een burgeroorlog vergt - voor zover dat al mogelijk is - een te hoge prijs in mensenlevens voor de interveniërende macht. VN-vredeswerk wordt vaak uitbesteed aan landen die minder geven om mensenlevens en die buitenlandse valuta hard nodig hebben, zoals Bangladesh of de Oekraïne.

Amerika staat niet meer altijd klaar, maar is evenmin isolationistisch. Het drijft wat stuurloos rond. Tegenover tanende uitgaven voor ontwikkelingshulp staan tachtig miljard dollar voor de verdediging van Europa en Japan tegen een onbekende vijand. Clinton heeft twee grote handelsverdragen tot een goed einde gebracht: de nieuwe GATT-ronde van het wereldhandelsverdrag en het Noordamerikaanse vrijhandelsverdrag. Maar het wereldhandelsverdrag heeft hij weer op het spel gezet door de dreiging van eenzijdige sancties tegen Japan. De toestand in Rusland blijft een Amerikaans politiek belang, want het kan nog steeds Washington, New York en alle grote steden vernietigen. Toch lukt het niet zo met de ontmanteling van Russische kernwapens. Amerikaanse topfunctionarissen werken eenzaam, zonder veel publieke steun of belangstelling, aan een nieuwe veiligheidsstructuur in Europa.

Zonder tegenstander krijgt de NAVO een meer diplomatiek en minder militair karakter. Niemand in Washington vraagt zich af of Amerikaanse militairen voor Polen willen vechten als dat land lid zou worden. Onderstaatssecretaris Richard Kornblum zei zelfs dat er voor nieuwe leden van de NAVO geen nucleaire garantie is. Desgevraagd voegde hij daaraan toe dat die garantie voor geen van de bondgenoten geldt. Formeel is dat juist. Een Amerikaanse nucleaire reactie op een eventuele aanval is wel een mogelijkheid. Tien jaar geleden zouden dergelijke opmerkingen taboe zijn omdat ze de Europese bondgenoten onzeker zouden maken. Nu is de wereld veilig genoeg.

Militairen in de National War College luisterden met glazige ogen naar een helder college van minister Voorhoeve over de verhoudingen tussen WEU, OVSE, NAVO en VN. Deze serie afkortingen van praatraden spreekt niet tot de Amerikaanse verbeelding. De vele petten die verwisseld moeten worden, voor de WEU, voor de NAVO, de OVSE, de Golfoorlog of voor Bosnië, zeggen weinig in Amerika. Daar bestaat nu eigenlijk maar één soort pet en wel die met de afkorting US, United States.