Veendam centrum van railtransport

VEENDAM, 28 JUNI. Een goederentrein met een lengte van zo'n vijfhonderd meter staat te wachten. Een enkele vrachtwagen rijdt over het terrein. Rond het middaguur lijkt het rustig bij Rail Service Centrum Groningen in Veendam. Volgens directeur J. de Vries gaat het de nieuwe railterminal niettemin voor de wind. “Wij zitten binnen een straal van 35 kilometer van alle industrie in Noord-Nederland. En de lading groeit waanzinnig.”

Minister A. Jorritsma (verkeer en waterstaat) heeft vandaag het Rail Service Centrum Groningen (RSCG) - de grootste inland railterminal van het land en na Rotterdam de grootste container-terminal - officieel geopend. Directeur De Vries van Jonker Veendam, het bedrijf dat het Rail Service Centrum beheert en exploiteert, mikte aanvankelijk op een jaarlijkse overslag van 60.000 containers. Voor 1997 wordt nu al op 70.000 gerekend. De maximum-capaciteit van de terminal ligt op 125.000 containers. “We kunnen tot zeker 2005 vooruit”, zegt De Vries. Vorig jaar werd met de oude overslagmachines 40.000 containers verwerkt.

Hij is vooral positief gestemd over de mogelijkheden in Noord-Duitsland. De overslag van containers uit het Duitse grensgebied is vorig jaar van 2000 naar 6000 gestegen. De Vries schrijft dat toe aan het wegvallen van grenzen. Was de grens met Duitsland al lang geen handelsbarrière meer, Europa 1992 heeft volgens hem 'psychologisch' effect.

Dankzij het railservicecentrum in Veendam kan Rotterdam beter met Hamburg en Bremen concurreren op de Noordduitse markt, zegt De Vries. “Rotterdam is voor veel bedrijven uit Noord-Duitsland bijna net zo ver weg als Hamburg. Lading kan bij ons worden ingeklaard. Kleine of grote hoeveelheden kunnen zo mee op de dagelijkse shuttletreinen naar Rotterdam. De Noordduitse bedrijven boeken een dag tijdwinst met ladingen naar bijvoorbeeld Amerika.” Daarnaast wordt een positief effect verwacht van het feit dat de Duitse subsidies voor het goederenvervoer per spoor naar de havens zijn beëindigd.

De railterminal in Veendam is eigendom van de Noordelijke ontwikkelingsmaatschappij NOM, het Havenschap Eemshaven/Delfzijl en de gemeente Veendam. De investering in voorzieningen en infrastructuur bedroeg dertig miljoen gulden, die bijna geheel door subsidies bijeen zijn gebracht. De aandeelhouders verhuren de terminal aan de Exploitatie Maatschappij RSCG, die voor tachtig procent eigendom is van Jonker Veendam en twintig procent van NS Cargo. Deze partijen investeerden ook nog eens 30 miljoen in de opslagloods, heftrucks en andere voorzieningen. Een zestig meter brede portaalkraan van vier miljoen gulden wordt volgend jaar aangeschaft.

De risico's van de investeringen waren volgens De Vries niet al te groot. Lading is er voldoende door een aantal grote bedrijven dat in de omgeving zetelt. Zo garanderen aardappelzetmeelconcern Avebe, Friesland Dairy Foods, Akzo Nobel en Dow Chemical een grote vervoerstroom.

Volgens project-manager B. van Reemst van Jonker Veendam werkt het Rail Service Centrum volgens een 'uniek logistiek concept'. Een grote klant als Avebe brengt haar goederen rechtstreeks van de produktielijn naar een van de warehouses. Daar worden ze opgeslagen, soms verpakt of omgepakt. Daarna kan het zo de trein op, wijst Van Reemst naar een van de vier sporen. “Bij maritieme terminals ligt de opslag en de overslag ver uit elkaar. Daar boeken wij winst.”

Transportbedrijf Jonker Veendam (350 werknemers, omzet in 1994: 150 miljoen) had het wegvervoer vroeger als hoofdactiviteit. Nu vormt het vervoer per spoor volgens Vries de helft van de bezigheden. Alles wat over een grotere afstand dan 750 kilometer getransporteerd moet worden, probeert Jonker op het spoor te zetten, vertelt De Vries. “Dat is met maatregelen als het Eurovignet en de snelheidsbeperkingen wel nodig. Bovendien is de nostalgie van de chauffeur die de hele week op pad is verdwenen. Zulke chauffeurs vind je niet meer. Daar kun je je kop niet voor in het zand steken.”

Van Veendam rijden nu sinds een maand dagelijks vier shuttletreinen met een lengte van 560 meter naar Rotterdam en terug. Volgens De Vries zal NS Cargo dit aantal in 2000 hebben uitgebreid tot tien per dag. Daarnaast groeit het continentaal vervoer vanaf Veendam, vooral richting Zuid-Europa. Zo gaat er naar verwachting vanaf september elke twee of drie weken een trein naar Spanje.

Groningse bestuurders stellen vaak dat het Rail Service Centrum, de luchthaven in Eelde, de Eemshaven en de haven van Delfzijl elkaar zullen gaan versterken. Directeur De Vries is daar minder positief over. “Als ze weer eens met een Amerikaans bedrijf praten over een vestiging, is dat natuurlijk een mooi verhaal. Maar wij slaan tot nu toe geen containers uit de Eemshaven over. En Eelde heeft alleen een continue verbinding met Schiphol. Als ik naar München wil, vlieg ik vanaf Bremen.”