Veel banen worden onzeker; Kabinet bezorgd over industrie en bouwnijverheid

DEN HAAG, 28 JUNI. Het kabinet maakt zich ernstige zorgen over de geringe banengroei in de industrie en bouwnijverheid en over het feit dat bij 40 tot 50 procent van het overige bedrijfsleven de werkgelegenheid constant blijft.

Dit blijkt uit de vandaag gepresenteerde nota Werk door Ondernemen. De bedrijven met een gelijkblijvende werkgelegenheid doen nauwelijks iets aan onderzoek en ontwikkeling, hebben geen export- en groei-oriëntatie en geen gerichte bedrijfsstrategie. De ministers Melkert en Wijers en de staatssecretarissen Vermeend (Financiën) en Van Dok (Economische Zaken) zijn bang dat deze bedrijven het in de harde concurrentiestrijd zullen afleggen en dat daarmee in de toekomst veel banen op het spel staan. Bij 30 procent van de bedrijven groeit de werkgelegenheid wel, maar slechts stapsgewijs en gematigd. Ook deze bedrijven ontberen vaak een duidelijke bedrijfsstrategie en vertonen minder goede exportprestaties.

Het kabinet wil belemmeringen wegnemen voor het ontstaan, groei en 'doorgroei' van bedrijven. Daarbij wordt gedacht aan verbetering van het fiscale klimaat, terugdringing van beperkende regelgeving, versterking van de kwaliteit van het ondernemerschap, verlaging van de kosten en vergroting van flexibiliteit en kwaliteit van de arbeid en vergroting van externe financieringsmogelijkheden voor startende en bestaande bedrijven met groeipotenties.

Hierbij worden de volgende fiscale maatregelen genoemd: verlaging van het tarief vennootschapsbelasting over de eerste honderdduizend gulden winst van 40 tot 38 procent, “substantiële verhoging” van de huidige investeringsaftrek voor kleinschalige investeringen per 1 januari 1996, verhoging van de ondergrens voor BTW-vrijstelling voor kleine ondernemers (waardoor enige duizenden kleine ondernemers extra onder de vrijstelling vallen), stimulering van het verstrekken van vermogen door particulieren en “aanzienlijke verhoging” van de algemene vrijstelling voor ondernemingsvermogen voor de vermogensbelasting. De precieze bedragen worden in de rijksbegroting voor 1996 bekendgemaakt.

Behalve fiscale maatregelen komt er een vermindering van 'regeldruk'. Om de flexibele inzet van werknemers te vergroten onderzoekt het kabinet mogelijkheden om de maximumtermijn voor een proeftijd (twee maanden) te vergroten. Ook de mogelijkheid om van tijdelijke contracten gebruik te maken en die te verlengen is onderwerp van nadere studie. Per 1 januari komt er een financiële tegemoetkoming in de sfeer van de loonheffing voor het leerlingwezen, de combinatie van leren en werken.

Om de start van een onderneming te vergemakkelijken verruimt het kabinet de fiscale afschrijving voor startende ondernemers voor de eerste drie jaren. Tevens wordt de startersaftrek, een aanvullende aftrek op de zelfstandigenaftrek, per 1 januari verhoogd.

Werklozen die ondernemer worden krijgen een starterskrediet in het kader van het Bijstandsbesluit zelfstandigen en er komt een 'proefproject ondernemingshuizen' om de opvang van starters beter de coördineren. Extra financiele faciliteiten worden gecreëerd voor fondsen die technostarters (starters die hoog-technologische produkten willen gaan exploiteren) gaan financieren. Daarvoor wordt in 1996 15 miljoen gulden beschikbaar gesteld. Het MKB krijgt ook substantieel meer geld in het kader van de Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk (WBSO).