Tussen Moslims en Kroaten heerst een gewapende vrede

ZENICA, 28 JUNI. Spraakzaam is kolonel Drago Dragizevic, commandant in Vitez van de HVO, de Kroatische strijdkrachten, allerminst. In het hoofdkwartier van de HVO bestudeert hij minutenlang zwijgend de visitekaartjes van zijn gasten. “We werken in de nauwste coördinatie samen met de Bosnische strijdkrachten rond Sarajevo”, verklaart hij tenslotte plechtig. “Meer wil ik er niet over zeggen.”

Na meer dan een jaar gewapende vrede tussen de Bosnische Kroaten en de Bosniërs - zoals de Bosnische moslims tegenwoordig aangesproken willen worden - is er weinig animo om over de onderlinge verhoudingen te praten. “Dat ligt heel gevoelig. Kijk om u heen”, zegt HVO-woordvoerder Jancic. Hij wijst op de verwoeste huizen aan de noordrand van Vitez. “Dat zijn geen Servische mortierinslagen, dat hebben onze bondgenoten de moslims gedaan. Er is meer tijd nodig om te vergeten.” Veel moeite lijkt hij daarvoor zelf niet te doen. In zijn kamer ligt nog een stapeltje vergeelde bulletins uit 1993, met opsommingen van moslimwreedheden en lamentaties over het onbegrip van de buitenwereld voor de Kroatische zaak.

Aan de andere kant van de voormalige Kroatisch-Bosnische confrontatielijn, in de industriestad Zenica, klinkt al even weinig vertrouwen in de samenwerking tussen Bosniërs en de Kroaten. “Samenwerking?” zegt 'patriottisch journalist' Medzed Latic van de regeringsgetrouwe krant Ljiliac (de lelie). “Hebt u wel goed in het HVO-hoofdkwartier rondgekeken? In de gang hangt een bord: 'verboden voor honden en moslims'. Wij zullen Sarajevo alleen moeten bevrijden. De Kroaten beloofden ons dat ze een strategische heuvel zouden veroveren. Al na twee doden trokken ze zich terug.”

In maart vorig jaar eindigde de oorlog tussen de 'republiek Herzeg-Bosna' van de Bosnische Kroaten en de regering in Sarajevo. Een oorlog van etnische zuiveringen, beschietingen en uithongering, die meer dan 10.000 slachtoffers kostte en honderdduizenden vluchtelingen uit hun huizen verdreef. In maart vorig jaar besloten de partijen de militaire energie voorlopig weer op de Bosnische Serviërs te richten. Men kwam overeen in de toekomst een federatie te stichten onder leiding van een tweehoofdig presidentschap. Het plaatselijk bestuur kwam te liggen bij kantons met eigen parlementen en eigen regeringen.

Of deze constructie ooit het papier zal onstijgen, is dubieus. Mogelijk zal 'Herzeg-Bosna' zich bij een Groot-Kroatie aansluiten zodra die kans zich aandient. Zo denken althans de meeste Bosnjaken erover, blijkens een peiling van het blad Bosnjacki Avaz (de moslimstem) uit maart. Ruim de helft geloofde niet dat de Kroaten serieus geïnteresseerd zijn in een federatie. De segregatie tussen de bevolkingsgroepen neemt intussen nog toe. Zo werd in Mostar de verdeling van de stad bestendigd door de oprichting van aparte administratieve organen en scheidden de Kroaten in het moslimbolwerk Tuzla zich onlangs af in de eigen gemeente Soli.

Tussen Kroatisch en Bosnische gebieden ligt nog altijd een niemandsland van verwoeste huizen, met asfaltwegen geperforeerd door mortierinslagen, met soms een ongeruimd mijnenveld en met aan weerszijden checkpoints. Ondanks deze tekenen van wantrouwen wijst nog weinig op een hervatting van de vijandelijkheden. De lage voedselprijzen in Bosnische steden als Zenica en Tuzla bewijzen dat de Kroaten het vrachtverkeer naar het binnenland nauwelijks hinderen. Militair gezien lijkt het staken van de vijandelijkheden beide partijen ook geen kwaad te doen. “Van coördiniatie tussen de HVO en het BiH, het Bosnische regeringsleger, is nauwelijks sprake”, zegt een analist van UNPROFOR. “Beide legers kiezen hun eigen doelen, maar het resultaat is dat de Serviërs door die verspreide aanvallen hun krachten aanzienlijk moeten versnipperen.”

De afgelopen weken hebben de Kroaten zich versterkt in de Kiseljak-pocket, die in het oosten aan de Servische belegeraars van Sarajevo grenst. Maar hun bijdrage aan de slag rond de hoofdstad beperkt zich tot dusver voornamelijk tot toekijken en - volgens een militaire waarnemer - tot het 'leasen' van geschut aan de Bosniërs, die de Kroaten voor elk afgevuurd schot zouden betalen. De HVO lijkt rond Sarajevo nog weinig militaire aspiraties te hebben. De pers mag in Kiseljak gaan en staan waar ze wil en de sfeer rond de HVO-barakken is ontspannen.

In de Bosnische stad Zenica is de oorlogsspanning daarentegen voelbaar. Om negen uur gaat de avondklok in, de politie post op elke straathoek en de markten zijn gesloten uit angst voor Servische beschietingen. Anderhalve week geleden landde er een raket uit de omgeving van Banja Luka op de munitiefabriek in de stad, al zegt men in het stadhuis liever dat de explosie een bedrijfsongeval betrof.

Voor de oorlog was Zenica een ruwe industriestad van 140.000 inwoners, die werkten bij een enorme staalfabriek. “Babies werden hier geboren met een sigaret in de mondhoek en een fles bier in de rechterhand, dat was het gezegde. De rivier de Bosna was pikzwart, en als je de heuvel opliep, verdween de stad na honderd meter al in de smog”, zegt Djenana Hall, een vluchtelinge uit Banja Luka die is getrouwd met een hulpverlener. Nu heeft Zenica naar schatting 42.000 vluchtelingen, een dode staalfabriek en een schone rivier. Vorig jaar was het aantal vluchtelingen tweemaal zo hoog. Toen de wegen naar het zuiden na het akkoord met de Kroaten weer opengingen, liep de stad leeg: vluchtelingen weken met busladingen tegelijk uit naar het buitenland.

Axel Bisschop, hoofd van de vluchtelingenorganisatie UNHCR in Zenica, gelooft dat een repatriëring van de vluchtelingen uit de Kroatisch-Bosnische oorlog voorlopig is uitgesloten. Hassan Topalovic, hoofd van het vluchtelingencomité in Zenica, heeft zijn eigen rekensommen. Er staan in Zenica genoeg huizen leeg om de helft van de Kroatische vluchtelingen te laten terugkeren, zegt hij. De andere huizen zijn voor de 'eigen' vluchtelingen. Voor het restant heeft hij “goede wil, maar geen oplossing”.

In Zenica wordt het 'Joegoslavische ideaal' nog overal met de mond beleden. Ook de 'muftija', de geestelijk leider van de islamieten in Zenica en omgeving, pleit met overtuiging voor tolerantie en wijst daarbij op de katholieke en orthodoxe kerktoren van Zenica, die - in tegenstelling tot de minaretten op Kroatisch gebied - nog fier overeind staan. Djenena Hall klaagt echter over de terreur van de 'mujahedeen', de islamitische vrijwilligers die in Zenica zijn gelegerd. “Ze schieten op ons als we zonnebaden naast de Bosna. Ze hebben invloed, ze vernietigen onze manier van leven.”

Sinds twee maanden ligt Zenica niet meer onder bereik van de Servische artillerie, dankzij terreinwinst van het regeringsleger BiH. Het leger professionaliseert en de regering krijgt meer greep op het eigen grondgebied. Dat gaat gepaard met een groeiend moslim-nationalisme en afnemende vrijheid. Zo drong journalist Latic van het regeringsgetrouwe blad Ljiljan eind vorig jaar aan op een verbod op gemengde huwelijken. Dat leidt maar tot ongelukkige kinderen en verscheurde gezinnen, zegt hij in zijn redactielokaal, vlak naast het Iraanse culturele bureau. Van de federatie met de Bosnische Kroaten - in zijn jargon niet zelden 'fascisten' of 'Duitsers' - heeft hij geen hoge dunk. Papieren afspraken, maar in praktijk gebeurt er weinig. En als moslims naar de Kroatische gebieden terugkeren, dan worden het tweederangs burgers, zo denkt hij.

Djenena Hall verwacht dat een klein deel van de Kroatische en Bosnische vluchtelingen zich na de oorlog weer op elkaars gebied vestigt en dat de nationaliteiten zich in het naoorlogse Bosnië weer “heel langzaam” zullen vermengen. “Maar mensen van wie vader en broers zijn vermoord en zusters zijn verkracht zullen zich nooit met elkaar verzoenen. Na de oorlog verwacht ik tientallen nieuwe terroristische organisaties. De etnische zuiveringen zullen doorgaan, maar dan heimelijk, in de nacht.”

Als ik 's avonds op de terugweg van Zenica een bejaarde moslimvrouw een lift geef en haar bij het Kroatische dorpje Busovaca wil afzetten, maakt ze paniekerige gebaren. “Busovaca, Kroaten”, zegt ze. Ze wijst op zichzelf: “moslim”, en snijdt met haar wijsvinger langs haar keel. Bij het Bosnische checkpoint onder Fojnica stapt ze uit. Of ze echt bang is, blijft onduidelijk. Voorlopig blijft de vrede tussen Kroaten en Bosniërs een gewapende vrede.