Schietpartij aan de grens tussen Egypte en Soedan

KAIRO, 28 JUNI. Aan de grens tussen Soedan en Egypte is de afgelopen nacht gevochten tussen militairen uit de twee landen. Volgens het Egypische ministerie van defensie openden de Soedanezen het vuur, dat door de Egyptenaren werd beantwoord. Over eventuele slachtoffers zijn geen mededelingen gedaan. Het grensincident volgt op de mislukte moordaanslag op de Egyptische president Hosni Mubarak, maandag in Ethiopië. Volgens Kairo was de moslim-fundamentalistische regering van Soedan mede-verantwoordelijk voor die aanslag.

De Ethiopische politie liet gisteren een foto zien van een man die zij ziet als hoofdverdachte van de moordaanslag op Mubarak. Via de televisie kreeg het Ethiopische publiek het verzoek mee te werken bij de opsporing van een Arabisch ogende blanke man, Mohamed Seraj, genaamd. De politie zoekt in totaal vijf verdachten.

Mubarak was maandag in een gepantserde auto op weg naar de opening van de topconferentie van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) in Addis Abeba, toen een aantal mannen hem de weg versperde en begon te schieten. De president bleef ongedeerd. Twee Ethiopische veiligheidsmensen en twee van de aanvallers kwamen in het hevige vuurgevecht om het leven.

Het Egyptische staatshoofd beschuldigde bij zijn terugkeer in Kairo indirect Soedan van betrokkenheid bij de aanslag en zei dat er “maatregelen” zouden worden genomen tegen de daders. Soedan zou fundamentalistische groepen in Egypte willen steunen. De Soedanese regering heeft alle schuld verontwaardigd van de hand gewezen. Egypte liet weten vastbesloten te zijn haar strijd tegen het fundamentalisme voort te zetten.

In Irak werd de moordaanslag gisteren openlijk toegejuicht. Een door een zoon van president Saddam Hussein geleide krant schreef dat Mubarak de volgende keer minder geluk zou hebben “Wacht op morgen dan staan nieuwe verrassingen te wachten van de kant van je slachtoffers”, aldus de krant. Mubarak was tijdens de Golfoorlog een van de belangrijkste tegenstanders van Irak in het Arabische kamp. (AP)