'Rondje om de kerk' van advocaat Leo Spigt zal bijna zeker vrijspraak opleveren; Lijdensweg bedrijvendokter Joep van den Nieuwenhuyzen vrijwel ten einde

DEN HAAG, 28 JUNI. De lijdensweg van oud-Begemann-topman Joep van den Nieuwenhuyzen die zo'n vier jaar duurde is zo goed als ten einde. Gisteren vernietigde de Hoge Raad zijn veroordeling tot een gevangenisstraf van zes maanden wegens beurshandel met voorkennis in de aandelen van HCS, een automatiseringsbedrijf dat inmiddels op de fles is.

Van den Nieuwenhuyzens advocaat mr. Leo Spigt sprak weer vol vertrouwen over een “rondje om de kerk” dat hem nog slechts te wachten stond. Na de vernietiging van het vonnis van het Amsterdamse gerechtshof is de zaak terugverwezen naar naar het gerechtshof in Den Haag. Maar vriend en vijand zijn het erover eens dat dat vrijwel zeker tot een vrijspraak zal leiden. De Hoge Raad heeft zijn werk gedaan: er is voor het eerst jurisprudentie gevormd bij de wetsteksten over handel met voorkennis. De invulling door het hoogste rechtscollge gaat aanzienlijk minder ver dan het Openbaar Ministerie zich had voorgesteld. Het wordt voor het openbaar ministerie nu vrijwel onmogelijk nog iets met de HCS-affaire te doen.

Toch is Spigts vergelijking met dat “rondje om de kerk” een tikkeltje aanmatigend. Toen Van den Nieuwenhuyzen in april vorig jaar door de Amsterdamse rechtbank was vrijgesproken, werd ook meteen de vergelijking met een wielercriterium voor amateurs gebruikt met het oog op het komende hoger beroep dat door justitie was ingesteld. De klap kwam keihard aan toen het Amsterdamse gerechtshof in oktober Van den Nieuwenhuyzen een celstraf oplegde.

Dat was het dramatische hoogtepunt in de juridische kwelling voor Van den Nieuwenhuyzen die ontkiemde in de nacht van 30 op 31 juli in 1991. De wonderboy van ondernemend Nederland (koosnaam bedrijvendokter) was intensief betrokken bij de redding van het automatiseringsconcern HCS. Hij was samen met de financiers Eric Albada Jelgersma en Leon Melchior grootaandeelhouder van HCS en een faillisement zou tot grote verliezen leiden. In het chaotische nachtelijke beraad met bankiers onder leiding van ABN Amro-bestuurder Rijkman Groenink werd een reddingsplan in elkaar gezet.

De volgende ochtend gaf Van den Nieuwenhuyzen opdracht 4,1 miljoen aandelen op de beurs te verkopen om de koers naar beneden te brengen. Een onschuldig geval van “koersorkestratie” om de reddingsactie kans van slagen te geven, zou Van den Nieuwenhuyzen later zeggen. Nee, “misbruik van voorwetenschap” - sinds 1989 een misdrijf - vond de beurs die aangifte deed bij Justitie.

De behandeling van de zaak voor de Amsterdamse rechtbank werd een waar mediaspektakel. Drie prominente verdachten en een legertje advocaten dat het openbaar ministerie en de effectenbeurs fel attaqueerde. Vrijspraak volgde. Rechter Mastboom had twee belangrijke redenen: de redders van HCS hadden elkaar geen geheimhoudingsplicht opgelegd over de zaken die tijdens de nachtelijke vergadering waren besproken, een voorwaarde die in de wet was vastgelegd. Bovendien vond Mastboom dat er slechts van misbruik van voorkennis sprake kon zijn als tevoren duidelijk was welke richting de koers op zou gaan als de informatie bekend gemaakt zou worden. En dat was volgens hem niet het geval.

Vice-president mr. H. Willems van het Amsterdamse gerechtshof, in de wandelgangen wel 'de beul van Amsterdam genoemd', liet in oktober van het vonnis niets heel. Van een opgelegde geheimhoudingsplicht wilde hij niet weten. Van den Nieuwenhuyzen kon weten dat de kennis die hij had geheim moest blijven. Verder vond Willems het niet noodzakelijk dat tevoren vast zou staan welke richting de koers op ging bij de bekendmaking van de gewraakte kennis. Beurs en opspoorders reageerden opgetogen. Hier kunnen we weer mee aan het werk, zo was de reactie. Verslagenheid in het kamp van Van den Nieuwenhuyzen, die na de uitspraak aftrad als bestuursvoorziter van “zijn” Begemann.

In de aanloop naar de Hoge Raad werd het langzaam aan echter duidelijk dat rechter Willems de bepalingen over voorkennis wel heel vrij had geïnterpreteerd. Vooraanstaande juristen hadden hun wenkbrouwen gefronst na het bestuderen van het vonnis en de adviseur van de Hoge Raad, mr. Fokkens, droeg het arrest van Willems voor ter vernietiging.

En zo geschiedde. De Hoge Raad volgde Willems enkel op het punt van de geheimhouding. Op de twee andere verweren van de verdediging was het gisteren wel bingo, zoals Spigt het uitdrukte. De Raad meent dat “naar objectieve maatstaven redelijkerwijs te verwachten moet zijn dat de bekendmaking van de geheime bijzonderheid - in dit geval het reddingsplan - zal leiden tot een stijging van de koers of een daling daarvan”. Het Hof had wat dat betreft blijk gegeven van “een onjuiste rechtsopvatting”. Datzelfde gold voor de bepaling dat uit handel met voorkennis voordeel te behalen moet zijn, anders is het niet strafbaar. Dat voordeel moet een “rechtstreeks verband” hebben met de transactie en daaruit voortvloeien. De mening van Willems dat Van den Nieuwenhuyzen indirect voordeel kon behalen door mee te doen aan de emissie van nieuwe HCS-aandelen is door de de Hoge Raad van tafel geveegd.

Niet alleen keert Van den Nieuwenhuyzen met dit oordeel zijn Via Dolorosa de rug toe. Ook voor de beursspeurders en het Openbaar Ministerie is in zekere zin een lijdensweg ten einde. Het Openbaar Ministerie heeft vier jaar geleden gegokt en verloren. De wet die handel met voorkennis verbood was nog een onbeschreven blad. Er was een veroordeling nodig om de vage bepaling reliëf te geven. Tegen tal van waarschuwingen in koos het Openbaar Ministerie ervoor om de buitengewoon complexe HCS-affaire tot speerpunt te maken. Daarmee hoopte men na een gerechterlijke uitspraak allerlei andere onverkwikkelijke zaken op de beurs met de jurisprudentie aan te kunnen pakken. Kleinere, recht-toe-recht-aan zaken werden bewust terzijde geschoven. Als gevolg van die misrekening zullen de opsporingsinstanties nu met ongewenste jurisprudentie moeten leven. Of belanghebbenden als het Openbaar Ministerie, de beurs en de beurswaakhond STE moeten al na een enkele zaak proberen de wet aan te passen.