Ongrijpbare Tsjetsjeen tergt Moskou

MOSKOU, 28 JUNI. Waar is Sjamil Basajev? Tussen alle politieke besprekingen in Moskou en Grozny door is dat de vraag die Rusland bezig houdt. De afgelopen dagen is gebleken dat journalisten hem wel weten te vinden, maar Russische militairen niet.

Basajev, de leider van het commando dat eerder deze maand in Boedjonnovsk een bloedige gijzelingsactie uitvoerde, verdween een week geleden met zijn ongeveer honderd medestrijders de Tsjetsjeense bergen in. Russische eenheden kregen opdracht hem te zoeken, en de legerleiding liet weten dat wanneer de dertigjarige Tsjetsjeen zich bij zijn aanhouding zou verzetten, hij “zoals elke bandiet zal worden neergeschoten”.

De bevelhebber van de Russische troepen in Tsjetsjenië, generaal Anatoli Koelikov, eiste zelfs Tsjetsjeense medewerking bij de aanhouding. Daags nadat in Grozny vredesbesprekingen waren begonnen - zoals toegezegd door premier Tsjernomyrdin in ruil voor vrijlating van de gijzelaars - waarschuwde de generaal dat Rusland zich het recht voorbehield de gewelddadigheden te hervatten tenzij de Tsjetsjeense onderhandelaars terrorisme zouden veroordelen en Basajev zouden uitleveren. De generaal werd hiervoor vanuit Moskou op de vingers getikt, maar de Tsjetsjenen bleken bereid te zijn te beloven Basajev te zoeken. Zo konden de onderhandelingen doorgaan.

De zoektocht heeft niks opgeleverd, berichtte de leider van de Tsjetsjeense delegatie, Oesman Imajev, gisteren. Volgens Imajev heeft Basajev het land verlaten. “Hij is in Pakistan en het federale leger heeft dus geen reden om geweld te gebruiken om hem te vinden”, aldus de Tsjetsjeense onderhandelaar. Dit leverde meteen een boze reactie op van de Pakistaanse ambassadeur in Moskou, die het bericht “ongefundeerd en misleidend” noemde. “Pakistan gaat juist voorop in de strijd tegen terrorisme”, zei ambassadeur Ahmad Khan.

Vanuit Georgië, een voormalige Sovjet-republiek die aan Tsjetsjenië grenst, kwam gisteren het bericht dat Basajev dáár een schuilplaats had gevonden. Om precies te zijn: in Abchazië, het noordwestelijke deel van het land dat zich na een bloedige strijd van Georgië heeft afgescheiden. Basajev heeft in 1992 de Abchaziërs met een eigen bataljon bijgestaan. Nu doet Abchazië wat terug door gewonde Tsjetsjenen te verplegen, zei een woordvoerder van de 'regering' aldaar.

Of het nou vanuit Pakistan is, vanuit Abchazië of vanuit Tsjetsjenië zelf, Basajev verschijnt gezond en wel in de Russische media. De meeste opschudding wekte een lang vraaggesprek met de onafhankelijk televisiezender NTV, eergisteren. Daarin overwoog Basajev Rusland aan te klagen bij het Internationale Gerechtshof in Den Haag. Hij waarschuwde ook voor nieuwe Tsjetsjeense acties in Rusland. NTV maakte niet bekend waar het vraaggesprek werd opgenomen.

De Russische autoriteiten reageerden geprikkeld. De leider van de Russische onderhandelingsdelegatie in Grozny, Vjatsjeslav Michailov, sprak van een “volkomen gevoelloze en zinloze poging druk uit te oefenen”. Onderminister van binnenlandse zaken Michail Jegorov en de leider van de antiterreureenheid Alfa spraken nog eens hun spijt uit dat de aanval op het ziekenhuis in Boedjonnovsk vorige week zaterdag niet tot het einde toe (dat wil zeggen tot de dood van de terroristen) was doorgezet.

Basajev lijkt nu eenzelfde rol te kiezen als de politieke leider van de Tsjetsjenen, president Dzjochar Doedajev. Doedajev houdt zich al weken verborgen maar geeft nog wel incidenteel interviews. Het laatste, waarin hij aankondigde dat de oorlog van karakter zou veranderen, dateert van vlak voor de gijzeling in Boedjonnovsk. Tegen beide mannen is een arrestatiebevel uitgevaardigd en zij moeten de vredesbesprekingen met de Russen dus overlaten aan anderen. Basajev zal dat met een gerust hart doen. In de Tsjetsjeense delegatie zit tenslotte Sjernavi Basajev, zijn broer.