Nigeria heft verbod op politieke activiteit op

NAIROBI, 28 JUNI. De 'sterke man' van Nigeria, Sani Abacha, heeft gisteren het verbod op politieke activiteiten opgeheven dat hij zelf had ingesteld nadat hij in 1993 de macht had gegrepen. Politieke activiteiten blijven voorlopig echter aan beperkingen onderhevig. Abacha zei dat Nigerianen geen onverantwoordelijke uitspraken mogen doen, geen campagne mogen voeren en geen politieke partijen mogen oprichten.

Abacha sprak in de federale hoofdstad Abuja tot tweehonderd kleurig uitgedoste leden van de door hem ingestelde grondwetgevende vergadering. De deels benoemde, deels gekozen leden van deze vergadering boden na een jaar van beraadslagingen de president een rapport aan over een nieuw politiek systeem en de terugkeer naar een burgerbewind.

Aanvankelijk hadden zij Abacha voorgesteld dat hij eind dit jaar de macht zou overdragen. De invloed van Abacha op de leden van de vergadering is echter zo groot dat zij dit voorstel inslikten en Abacha de vrije hand gaven om zelf te bepalen wanneer hij aftreedt. Een ander voorstel van de conferentie, waar Abacha zich nu over gaat buigen, is om het presidentschap te laten rouleren tussen noorderlingen en zuiderlingen. Van oudsher ligt de politieke macht in het noorden van Nigeria.

Abacha kondigde aan op 1 oktober, de 35ste verjaardag van Nigeria's onafhankelijkheid, een tijdschema voor de terugkeer naar een democratisch gekozen burgerbewind bekend te zullen maken. Mensenrechtengroepen reageerden teleurgesteld op Abacha's rede. Zij hadden vooral gehoopt op vrijlating van politieke gevangenen.

De leden van de constitutionele vergadering, van wie velen op voorspraak van Abacha carrière willen maken, stonden letterlijk te trappelen na diens toespraak. De verkiezingen voor de conferentie werden vorig jaar in grote delen van het land geboycot, met name in de metropool Lagos maar ook in andere delen van het zuidwesten.

Abacha's aankondiging lijkt bovenal een poging de hoog opgelopen spanningen in Nigeria te doen afnemen. Eerder deze maand arresteerde de regering talloze opponenten rond de tweede verjaardag van de door het toenmalige militaire bewind ongeldig verklaarde verkiezingen van juni 1993. Abacha lijkt nu ook binnen het leger sterk aan aanhang te verliezen. Prominente politieke gevangenen zijn Moshood Abiola, die in 1993 de verkiezingen won, de voormalige militaire president Olusegun Obasanjo en diens rechterhand Shehu Musa Yar'Adua en de mensenrechtenactivist Ken Saro-Wiwa. Sinds het begin van deze maand wordt Obasanjo door een geheim militair tribunaal met ongeveer twintig anderen berecht. Volgens onbevestigde berichten hebben onlangs binnen het leger geheime executies van tegenstanders van Abacha plaatsgehad.

Ook het buitenland keert zich van Abacha af. Onder druk van de zwarte lobby in Amerika verhardde Washington zijn politiek en voerde sancties tegen Nigeria in. Leden van het Gemenebest opperden onlangs de mogelijkheid om Nigeria uit deze organisatie te zetten.

Onder Abacha ontwikkelde zich een ongekend harde dicatuur. Aanvankelijk verzetten mondige Nigerianen verzetten zich, maar door de repressie en de zware economische crisis lijken dezen nu in passiviteit weg te zakken. Buitenlandse investeerders zijn door de politieke crisis steeds minder in de 'zwarte reus van Afrika' geïnteresseerd.