Kritieke waarden

Op 14 mei hebben de kiezers van Noordrijn-Westfalen en Bremen voorkomen dat de Brent Spar een eerlijk zeemansgraf zou krijgen. Anders gezegd: behalve met massapsychologische of filosofische argumenten kan de zege van Greenpeace op Shell ook op een eenvoudige politieke manier worden verklaard.

Noordrijn-Westfalen, 18 miljoen inwoners, de grootste deelstaat van Duitsland, is ook de zwaarst geïndustrialiseerde regio. De lucht is er bezwangerd met ongezonde gassen, de kinderen hebben het aan hun luchtwegen, toch is er een streven naar meer industrie en meer asfalt. Een derde van het kiezersvolk kwam niet opdagen. De liberalen, coalitiegenoot in de landsregering, bleven onder de kiesdrempel; de Groenen kregen daar 10 procent en in Bremen 13,5 procent. Sinds de liberalen die kaalslag hebben geïncasseerd werken ze aan hun vernieuwing, maar die moet de kiezers nog overtuigen. Intussen zien de Groenen - zelfverzekerd en als politieke partij de kinderziekten van het fundamentalisme te boven - een rood/groene-coalitie in de landsregering binnen bereik.

Is het een wonder dat Helmut Kohl onder die omstandigheden de Brent Spar als een geschenk uit de hemel beschouwt? De Duitse benzinegebruikers liepen te hoop, er werden schoten op tankstations gelost, hier en daar verloor Shell de helft van zijn omzet. Alle boycotters zijn potentiële kiezers. Shell komt die nederlaag wel te boven. Iedereen die een auto heeft wil er in blijven rijden, en wie er geen heeft wil er een hebben. Kohls keuze tegen Shell is zonder risico's en als straks bij de campagne voor de landsverkiezingen de ecologische vraagstukken aan de orde komen heeft hij recht van spreken als hij zegt: “Ik ben een Groene”, en er vervolgens op wijst dat hij meer is dan dat, want ook iemand die rekening houdt met de andere werkelijkheden van de economie waardoor de kiezers, nadat de Brent Spar tot ieders tevredenheid aan de wal is gesloopt, met een gerust geweten hun auto kunnen starten.

Greenpeace heeft onder de gunstigste omstandigheden, met de beste bondgenoten, de strijd tegen Shell aangebonden. Nooit tevoren heeft de milieu-organisatie zich mogen verheugen in de steun van zoveel machtige bondgenoten. Nadat Kohl over de dam was kwamen andere regeringsleiders. Dat zal Shell misschien hebben verrast maar niet lang. De politieke afdeling van de multinational had zich lelijk vergist. Toen de directie dat had beseft, koos ze de wijste partij: die van de verliezer van het ogenblik.

Shell heeft in de Duitse pers al haar excuses gemaakt: niet omdat het bedrijf verblind door winstbejag bijna de zee had vervuild, maar omdat het meer naar de adviezen van de wetenschap had geluisterd dan naar de wensen van de klanten. Het deed me denken aan mijn scheikundeleraar die zich boos maakte over een reclamecampagne voor zeep met de slagzin: '40.000 huisvrouwen kunnen geen ongelijk hebben'.

Nog vóór de Club van Rome was erJacques-Yves Cousteau, met The Living Sea (1963). Hij bevestigde wat iedere badgast al een beetje had kunnen vermoeden: de oceanen sterven. Een curieuze bijkomstigheid is dat hij zijn onderzoek deed met steun van de Franse regering, op een omgebouwde mijnenveger, de Calypso. Sindsdien heeft het publiek kennis kunnen nemen van een gestaag aanwassende stroom van onheilstijdingen. Dit aanwassen heeft twee oorzaken: het milieu wordt viezer en het onderzoek beter. Bovendien zien we onder de waarschuwers steeds meer mensen die vroeger bekend stonden als 'vertegenwoordigers van de gevestigde orde'. Prins Bernhard had zich al een reputatie verworven als pleitbezorger voor uitstervende diersoorten. Het zou geen wonder zijn geweest als hij een brief aan Shell had geschreven. Nu voor het eerst hebben politici als Frits Bolkestein en Helmut Kohl - van wie men veel kan zeggen, maar niet dat ze in traditionele zin links zijn - de kant van Greenpeace gekozen. Waarom?

Het milieu heeft allang de politiek bereikt. Dat is niets nieuws. Frankrijk en Nederland zijn in verbitterd conflict geweest over de zoutstort van de kalimijnen in de Rijn. Als het warm blijft met weinig wind 'bereikt het smoggehalte in Rijnmond kritieke waarden' en dan moet de industrie het kalmer aandoen. De verpakkingsindustrie is aan allerlei voorschriften gebonden. Wie op een verborgen plaats verboden vuil stort en wordt ontdekt, kan celstraf krijgen. In honderden gevallen heeft 'de politiek' in het produktieproces ingegrepen om het milieu voor grote beschadigingen te behoeden. Dat is een alledaags gegeven.

Hoe komt het dan dat de Brent Spar zoveel opzien heeft gebaard? Misschien omdat er een nieuwe fase is aangebroken. De boycot tegen Shell was niet zomaar een uiting van volkswoede, maar van een bijzonder soort daarin: de automobilistenwoede. 'Australische volksopstand tegen Parijs krijgt hysterische trekjes', meldt de Volkskrant vanmorgen in een reportage van ter plaatse. Het gaat om de onderaardse kernproeven die Frankrijk op een van zijn eilanden in de Stille Oceaan wil nemen. Bij de vorige gelegenheid - toen een schip van Greenpeace, de Rainbow Warrior, door de Franse geheime dienst in de haven van Auckland, Nieuw Zeeland tot zinken werd gebracht - was men in Australië minder opgewonden.

Heeft het ongeduld of de onbestemde angst of de frustratie van 'het publiek' nieuwe kritieke waarden bereikt en zijn de reacties op Brent Spar en de voorgenomen kernproef daarvan de eerste tekenen? Als dat zo is - of als politici van de 'gevestigde orde' er dergelijke nieuwe 'signalen' in zien, wordt het centrum van de politiek groener. Dat wil zeggen actiegroepen, kleine radicale partijen krijgen veel meer invloed op de grote besluitvorming. Dat belooft nieuwe conflicten met vakbewegingen, ondernemers, de ouderwetse 'produktieve krachten' die een ander verband zien tussen milieu, groei en werkgelegenheid. Om het eigentijds te zeggen: dan gaat het om schuivende kritieke waarden.