Kabinet wil krachtige stimulans bedrijven

DEN HAAG, 28 JUNI. Het midden- en kleinbedrijf (MKB) heeft een grotere betekenis voor de banengroei dan het grootbedrijf. Maar Nederland heeft nog altijd het geringste aantal bedrijven van de hele Europese Unie. Om het aantal ondernemingen te vergroten en de werkgelegenheid te stimuleren hebben de ministers Wijers (economische zaken), Melkert (sociale zaken) en de staatssecretarissen Vermeend (financiën) en Van Dok (economische zaken) in de vanmiddag gepresenteerde nota Werk door Ondernemen een reeks maatregelen aangekondigd.

De werkgelegenheid in het MKB (minder dan 100 werknemers) is, zo blijkt uit de nota, in de periode 1986-1995 per jaar met gemiddeld 45.600 personen (2,2 procent) toegenomen en bij het grootbedrijf (meer dan 100 werknemers) met 32.600 (2,0 procent). Omgerekend naar volledige banen is het verschil nog groter: 32.400 per jaar in het MKB versus 19.800 in het grootbedrijf. Dit komt omdat in het grootbedrijf meer deeltijdbanen zijn geschapen dan in het MKB. Internationale vergelijking leert dat het Nederlandse particuliere bedrijfsleven daarmee de koppositie in de Europese Unie bezet.

Het aantal nieuwe bedrijven is gegroeid van 31.000 in 1987 tot 50.000 in 1993. Nieuwe bedrijven (starters en dochters van bestaande ondernemingen) hebben in de afgelopen jaren ruim 30 procent van de nieuwe banen gecreëerd.

Dat de particuliere sector met het creëren van banen voorop loopt in de Europese Unie laat onverlet dat Nederland in 1990 het kleinste aantal ondernemingen (28) per 1000 inwoners had van de hele Europese Unie. In Duitsland (37), België (49) en Denemarken (33) ligt het aantal bedrijven per 1000 inwoners hoger dan in Nederland. Maar Nederland is bezig met een inhaalslag, zo schrijven de vier bewindspersonen. Zo nam in de periode 1988-1993 het aantal nieuwe vestigingen in Nederland met 35 procent toe, terwijl in de hele Europese Unie het aantal bedrijven gemiddeld met 1 procent afnam.

Het kabinet wil het aantal ondernemingen en de daaraan verbonden werkgelegenheid verder vergroten door lastenverlichting, verbetering van het fiscale klimaat, vermindering van de regeldruk en het mogelijk maken van een flexibeler inzet van personeel. Het aanpassingsvermogen en de vernieuwingskracht van het bedrijfsleven moeten volgens de betrokken bewindslieden worden verbeterd, wil het bedrijfsleven in de mondiale concurrentiestrijd overeind blijven.