Hogescholen reiken Nuis de hand

ROTTERDAM, 28 JUNI. Tot nu toe was iedereen tegen. Maar gisteren was het dan zover. Voor het eerst sinds zijn aantreden bijna een jaar geleden kreeg staatssecretaris Nuis (hoger onderwijs) van een belangrijke overlegpartner in het hoger onderwijs te horen dat daar ook kortere opleidingen kunnen worden gecreëerd. Het hoger beroepsonderwijs liet gisteren weten wel wat te zien in korte opleidingen en in intensieve voor de beste studenten.

Nuis sprak direct hoopvol van een “akkoord”. In zijn maandenlange discussie-rondgang langs hogescholen en universiteiten, ook bekend als het 'circus-Nuis', heeft de staatsecretaris voornamelijk te horen gekregen: langere studies graag, kortere nooit. Nuis is echter gebonden aan het regeerakkoord waarin is afgesproken dat er kortere opleidingen moeten komen om dat de gemiddelde studieduur omlaag moet.

Het voorstel van de HBO-Raad, de vereniging van hogescholen, om een 'kort-HBO' te creëren van twee jaar, lijkt op het plan dat de universiteiten een paar maanden geleden presenteerden om studenten met onvoldoende resultaten na twee of drie jaar weg te sturen, voorzien van een getuigschrift. Een cruciaal verschil is echter dat de HBO-Raad het kort-HBO verbindt aan een geheel nieuw stelsel van overheidsfinanciering. De kern daarvan is dat de studenten die kiezen voor zo'n kortere opleiding niet al hun ongebruikte rechten op studiefinanciering verliezen en ook een soort 'vouchers' krijgen om zich later op een hogeschool te laten bij- of herscholen. Op het voorstel van de universiteiten hebben de bewindslieden van Onderwijs nog niet gereageerd.

De HBO-Raad wil het hoger beroepsonderwijs aanpassen aan de toenemende complexiteit van de moderne samenleving. Dat moet dan door het aantal opleidingen te beperken en meer generalistisch te maken, en door een grotere nadruk op 'leren-in-de-praktijk'. Want er zijn tegenwoordig zo veel verschillende beroepen en functies, die vaak ook weer snel veranderen, dat al te schoolse en specialistische opleidingen snel verouderen en ook door hun grote aantal de studenten en werkgevers in verwarring brengen.

Het midden- en kleinbedrijf, verenigd in MKB Nederland, toonde zich gisteren verheugd met de toekomstplannen van de HBO-Raad. MKB publiceerde bijna twee jaar geleden al een plan voor 'leerrechten', dat toen echter weinig aandacht kreeg. Grote bedrijven als ABN AMRO en Shell hebben hun eigen bijscholingsbudgetten voor net afgestudeerde HBO'ers en academici. De pogingen van de HBO-Raad om 'permanente educatie' vorm te geven, spelen dan ook vooral in op de behoefte van de kleinere bedrijven - trouwens de meerderheid van het Nederlandse bedrijfsleven. MKB Nederland is al bezig om samen met drie grote hogescholen voor een aantal technische opleidingen experimenten te beginnen met kortere basisopleidingen en behoud van leerrechten. Volgens ir. G. Visser-Van Erp van het MKB gaat het daarbij om driejarige opleidingen met aansluitend een periode van drie of vier jaar waarin de student in kwestie gewoon werkt in het bedrijf en nu en dan wordt bijgeschoold door een hogeschool. In het plan van de HBO-Raad zou een student overigens tien jaar lang zijn 'leerrechten' kunnen behouden.

Minister Ritzen heeft zich altijd huiverig getoond voor 'behoud-van-leerrechten', vooral omdat de voorspelbaarheid van de kosten van onderwijs ernstig wordt wordt vertroebeld als jaren na beeindiging van de reguliere schoolopleiding plotseling nog allerlei rechten verzilverd kunnen worden. Om die reden heeft Ritzen, in andere verbanden juist altijd een fel pleitbezorger van permanente educatie, een paar jaar geleden het recht op betaald hoger onderwijs beperkt tot studenten jonger dan 27 jaar. De kansen van het HBO-plan zullen dan ook vooral afhankelijk zijn van de berekeningen en financiële ramingen op het ministerie in Zoetermeer.