Hof van Discipline pleit advocaten vrij

LEEUWARDEN, 28 JUNI. Het Hof van Discipline van de Orde van Advocaten heeft twee klachten tegen het Leeuwarder advocatenkantoor Riedstra, Tuinman en Sleijfer over belangenverstrengeling ongegrond verklaard. Eerder dit jaar legde de Raad van Discipline, het tuchtorgaan van de orde van advocaten, de advocatenmaatschap nog een waarschuwing op. Volgens de Raad wekten zij de schijn van belangenverstrengeling bij de verhuur van een appartementencomplex op Ameland en de overname van een in surseance verkerende deurenfabriek in Vroomshoop.

De drie advocaten kochten 25 van de 85 te bouwen appartementen op Ameland aan, terwijl ze bij dit project als juridisch adviseur waren betrokken. P. Riedstra trad toen namens de Vereniging van Eigenaren van de appartementen op in een kort geding, dat een tegenstander van collectieve verhuur had aangespannen. De Raad oordeelde dat de advocaten onvoldoende afstand hadden bewaard en het vertrouwen in de beroepsgroep hadden geschaad. Een advocaat mag op geen enkele wijze persoonlijke, zakelijke belangen hebben in een project waarvoor hij tevens juridisch optreedt, aldus de Raad.

Het Hof van Discipline, het hoogste disciplinaire orgaan van de orde van advocaten, stelt echter dat het combineren van zakelijke initiatieven waarbij tegelijkertijd sprake is van juridische betrokkenheid niet ongeoorloofd is. De advocaten zouden binnen de grenzen van het toelaatbare zijn gebleven in beide zaken.

De deken van de orde van advocaten, mr. J. de Goede uit Leeuwarden, vreest dat de uitspraak een “forse aantasting” betekent van de “onafhankelijkheid van de advocatuur”. Ook is hij teleurgesteld dat “Het hof geen criteria geeft wanneer een situatie wel of niet toelaatbaar is. We hebben daardoor geen duidelijkheid voor de toekomst bij andere zaken.”