Grensprovincies maken zich zorgen; België lonkt naar Nederlands bedrijf

MIDDELBURG, 28 JUNI. De besturen van de grensprovincies Limburg, Noord-Brabant en Zeeland maken zich ernstige zorgen over de investeringssubsidies die de Vlaamse deelregering aan bedrijven biedt. Nederlandse bedrijven dreigen daardoor uit te wijken naar de andere kant van de grens.

De drie gedeputeerden van de betrokken provincies willen de kwestie binnenkort aankaarten bij het ministerie van Economische Zaken. “Soms lukt het om als provincie zelf een subsidie aan te bieden, zodat de bedrijven blijven”, zegt gedeputeerde D. Bruinooge van de provincie Zeeland. “Maar we kunnen daar niet mee aan de gang blijven”. De drie provincies hopen dat het rijk hun te hulp komt. Bijvoorbeeld door extra geld ter beschikking te stellen.

Gisteren maakte postorderbedrijf Neckermann BV bekend in de gemeente Hulst, vlakbij de Belgische grens, een nieuw expeditiecentrum te bouwen. Voor de provincie Zeeland en de gemeente Hulst was dat goed nieuws, want Neckermann, die in Zeeuwsch-Vlaanderen werk biedt aan ongeveer 640 mensen, had daarvoor serieus overwogen het centrum te bouwen in het Belgische Maldegem, vlak over de Nederlandse grens.“Ons werd door de Vlaamse regering een subsidie van ongeveer 7 miljoen gulden geboden”, zegt directeur drs. R.J. van der Berg van de Neckermann-vestiging in Hulst. “Dat is 18 procent van de totale investering van 38 miljoen gulden. Wij als bedrijf kunnen aan zo'n bod niet voorbijgaan”. Toen de gemeente Hulst en de provincie vervolgens gezamenlijk een subsidie van 2.7 miljoen boden aan Neckermann, besloot het bedrijf toch in Hulst te blijven. “Het voordeel van Hulst was dat we al onze logistiek bij elkaar zouden houden, en dat het tarief voor de vennootsschapsbelasting in Nederland lager is”.

Volgens de directeur gaf het Nederlandse subsidieaanbod van 2.7 miljoen gulden de doorslag voor de beslissing. “Zonder dat bedrag waren we absoluut naar België gegaan”.

De Limburgse gedeputeerde drs. J.J.M. Tindemans meldt het afgelopen jaar vijf bedrijven verloren te hebben aan België. “Het gaat dan om uitbreidingen die aan de andere kant van de grens zijn gepleegd, of om nieuwe vestigingen”. In dezelfde periode lukte het Limburg om zes nieuwe bedrijven te aan te trekken. “Dat kost ons ontzettend veel moeite. Als je dan ziet dat je per saldo één nieuw bedrijf overhoudt, is dat erg wrang”.

    • Annet van Eenennaam