Goed voor HCS-zaak, maar slecht voor Borsumij

DEN HAAG, 28 JUNI. De Hoge Raad heeft gesproken, de juristen moeten nu opnieuw door hun dossiers. Welke gevolgen heeft het arrest van de Hoge Raad, het eerste over de sinds 1989 strafbare beurshandel met voorkennis, op de lopende voorkennisaffaires? Het meest in het oog springend zijn de andere voorkenniszaak tegen J. van den Nieuwenhuyzen en de affaire rond de bestuurstop van het handelshuis Borsumij Wehry, die enkele weken geleden werd onthuld.

Gisteren vernietigde de Hoge Raad de veroordeling van Van den Nieuwenhuyzen door het Amsterdamse Gerechtshof tot zes maanden cel wegens beurshandel met voorkennis in juli 1991 in de aandelen van het inmiddels failliette automatiseringsbedrijf HCS. De zaak gaat nu naar het Haagse Gerechtshof. Van den Nieuwenhuyzen verwacht daar vrijspraak.

Mr. Leo Spigt, raadsman van Van den Nieuwenhuyzen, was de eerste die de balans opmaakte in de andere voorkenniszaak tegen zijn cliënt, de RDM-zaak. Deze affaire, die nog in fase van een gerechtelijk vooronderzoek verkeert, is genoemd naar de werf RDM die in de loop van 1991 werd overgenomen door Begemann, het industriële conglomeraat waarvan Van den Nieuwenhuyzen toen de bestuursvoorzitter en grootaandeelhouder was. Als bestuursvoorzitter is hij inmiddels teruggetreden.

De RDM-zaak is dood, verklaarde Spigt in de wandelgangen van het Haagse Hotel des Indes waar hij met Van den Nieuwehuyzen de pers te woord stond. Van den Nieuwenhuyzen handelde rond de overname van RDM druk in de aandelen van Begemann. Zelf houdt hij vol dat deze handel samenhing met presentaties voor beleggers in Londen en de verwachte vraag naar aandelen Begemann die daarop zou volgen. Het Openbaar Ministerie legt een verband met de aankoop van RDM.

Wie gelijk heeft wordt steeds meer een academische kwestie, nu de Hoge Raad heeft vastgesteld dat er tussen de openbaarmaking van een geheim feit, zoals een overname, en de ontwikkeling van de beurskoers een naar “objectieve maatstaven redelijkerwijs te verwachten” relatie moet zijn. De Hoge Raad geeft geen voorbeelden, maar duidelijk is dat de koers of omlaag moet (bij slecht nieuws bijvoorbeeld) of omhoog (bij een overname van een ander profijtelijk bewijs bijvoorbeeld). Bij de overname van RDM gebeurde er met de koers niets.

Wat goed nieuws is voor Spigts cliënt is ronduit vervelend voor de andere grote voorkennisaffaire, waarin hij optreedt: de beschuldigingen tegen twee bestuurders en circa zeven managers van Borsumij Wehry. De schijnwerper die de Hoge Raad nu heeft gezet op de richting van de koers en het behaalde voordeel werpt een fel licht op de effectenhandel van de Borsumij-top. Zij kochten weliswaar geen echte effecten, zoals aandelen, maar een nieuwe categorie financële instrumenten die bekend staan als warrants. Dat zijn kooprechten op aandelen, in dit geval aandelen van Borsumij zelf.

De Borsumij-top kocht de warrants tweeëneenhalve week voordat de overname van de winstgevende handelsonderneming Stokvis bekend werd gemaakt. Na de publicatie steeg de koers aanmerkelijk. Wat dat betreft voldoen deze omstandigheden aan de eis, zoals die in het arrest van de Hoge Raad is geformuleerd. Wat het Openbaar Ministerie nog moet bewijzen is dat de overnamebesprekingen toen al in een dusdanig ver gevorderd stadium waren, dat de Borsumij-top kon weten dat er een akkoord zou komen.