Dynamische tv-agenten zijn vlot met het dienstwapen

Iwan van der Valk uit Amersfoort, agent bij het politiedistrict Eemland Zuid, gaf een maand of twee geleden een feestje. Ver na middernacht stapte zijn broer op de snorfiets naar huis en reed prompt een alcoholfuik binnen. Er was geen ontkomen aan: een paar uur op het bureau en ten slotte een boete van ƒ 160. Was dit maar in New York Police Department Blue gebeurd, dacht Van der Valk toen hij van het voorval hoorde. Dan had hij zijn broer zonder problemen losgekregen door een praatje aan te knopen met een ex-politieschoolmaatje dat hij op het bureau ongetwijfeld tegen het lijf zou zijn gelopen, en hem een tegendienst te beloven.

Zo gaat het daar immers, in de Amerikaanse politieserie die sinds september door de NCRV wordt uitgezonden als New York Police en bij liefhebbers bekend staat onder de codenaam NYPD Blue. Er heersen, in Nederlandse diendersogen, welhaast paradijselijke toestanden. De speurders mogen bijkans doen wat ze willen. Ze kunnen geld bieden aan getuigen in ruil voor een belastende verklaring. Verdachten wordt strafvermindering in het vooruitzicht gesteld als ze hun mededaders erbij lappen. Tijdens een verhoor deinst detective Andy Sipowicz niet terug voor lijfelijk geweld, al was het maar dat hij de poten wegtrapt onder de stoel van de verdachte onder het uiten van een hardgekookt dreigement. Anderen wordt meteen het pistool tegen de slaap gezet. Kom daar hier eens om!

En toch vindt Iwan van der Valk het een aardige serie. Net als zijn collega Mees Weber uit 's-Gravendeel, gebiedsgebonden politiefunctionaris ('een soort wijkagent') in de regio Zuid-Holland Zuid, die zich niet alleen verlustigt aan de avonturen en de wisecracks, maar ook aan de kameraderie die erin ten toon wordt gespreid. Steeds meer groeit immers ook bij de Nederlandse politie het besef dat de agent ook maar een mens is, die er behoefte aan heeft een collega te vertellen over zijn hobby - ook als het daarbij over postduiven of aquariumvissen gaat - en die ook graag even verbaal uitblaast als hij onderweg veel narigheid heeft gezien. Weliswaar dateert in 's-Gravendeel de laatste moord uit 1980, maar dat betekent nog niet dat er verder in de dagelijkse arbeid geen vuiltje aan de lucht is.

Mees Weber praat in kleine kring nog wel eens na over NYPD Blue, maar hij moet beamen dat de serie bij de Nederlandse politie nog niet in brede kring bekend is. Hill Street Blues, de befaamde voorganger, had heel wat meer aanhang. Soms hoort hij collega's zelfs nog wel eens de vaste uitroep uit die serie citeren: “Let's be careful out there!”

Begin dit jaar heeft de marketing-afdeling van de NCRV prentbriefkaarten met een foto van de kreukelige, looiige rechercheur Sipowicz naar alle Nederlandse politiebureaus gestuurd. Het was, behalve een op deze specifieke doelgroep gerichte promotie-strategie, ook een uitnodiging voor een studiedag over de serie - in de hoop daarmee de uitstraling van de reeks verder te vergroten. Tot dusver oogst New York Police slechts karige kijkcijfers. Vorig najaar, op de late donderdagavond, keek slechts 2,4 procent van de Nederlandse bevolking. Nu, een uur eerder op de vrijdagavond, trekt de serie gemiddeld 3,4 procent ofwel zo'n 468.000 kijkers. Dat is voor een produktie, die in de Verenigde Staten tot de top behoort, niet veel. “Met een miljoen zou ik gelukkiger zijn”, bevestigt het hoofd marketing. En ook de chef-inkoper van de NCRV, die de uitzendrechten op de prestige-serie heeft moeten weghalen voor de klauwen van de commerciële concurrentie, vindt het resultaat nogal pover.

De enige troost is dat New York Police verhoudingsgewijs bovenmatig veel kijkers trekt in groepen die doorgaans niet veel naar de televisie kijken: 20- tot 34-jarigen, hoger opgeleiden, landgenoten uit de hoogste sociale klasse, lieden uit de culturele elite en VPRO-leden. Zij waarderen, naar men vermoedt, de niet al te obligate wijze waarop de verhalen zich ontvouwen, de herkenbare dilemma's, de iets meer dan eendimensionale personages, de schijnbaar losse verteltrant en de quasi-spontane cameravoering die bijdraagt tot de hectische, maar nonchalant ogende sfeer. Het is een aantrekkelijk publiek, dat de serie volgens de afdeling kijk- en luisteronderzoek tot 'een interessant programma voor STER-blokken' maakt.

Van der Valk en Weber gaven hun aan de Nederlandse praktijk getoetste reacties gisteren op de studiedag, op de warmste dag van het jaar, ten overstaan van studenten aan de politie-academie De Boskamp te Leusden en een groep studenten massacommunicatie uit Nijmegen, van wie er eind dit jaar twee hopen af te studeren op New York Police. Vooralsnog hebben zij geconstateerd dat bij Sipowicz en de zijnen de ratio voortdurend botst op de emotie, en dat het Nederlandse publiek zijn beeld van de Amerikaanse samenleving in belangrijke mate op zulke series baseert.

De vraag is echter nog hoe het met het imago van de Nederlandse agent is gesteld als hij niet de dynamiek van de Amerikaanse tv-helden vertoont. Eén van hun docenten heeft wel eens gezien hoe een Nederlandse agent zijn kleding en haardracht baseerde op een voorbeeld uit Miami Vice, al bleef 's mans goedkope Opeltje ietwat bleek afsteken tegen de Ferrari van de televisie. Maar de studenten in Leusden leren nog steeds heel correct dat het dienstwapen pas mag worden gehanteerd als alle andere mogelijkheden zijn uitgeput. En een getuige de poten onder zijn stoel vandaan trappen mag evenmin.

    • Henk van Gelder