CDA, VVD: schrap soepele regels voor verblijfsvergunning

DEN HAAG, 28 JUNI. Staatssecretaris Schmitz (justitie) moet een einde maken aan de regel dat een asielzoeker een permanente verblijfsvergunning krijgt nadat hij langer dan drie jaar op een definitieve uitspraak heeft gewacht.

Dit vinden de Tweede-Kamerfracties van CDA en VVD. Na een uitspraak van de Rechtseenheidskamer Vreemdelingenzaken van de rechtbank in Den Haag, begin deze maand, is het volgens de VVD-fractie niet uitgesloten dat enige honderden vreemdelingen, maar mogelijk een nog groter aantal, met succes een beroep kunnen doen op het zogenoemde driejarenbeleid van Justitie.

“De Kamer is niet op de hoogte van dit beleid”, zegt VVD'er Rijpstra. “Ik wil weten waar Schmitz zich op baseert en of ze van plan is het beleid te herzien.” Volgens De Hoop Scheffer (CDA) heeft de Kamer in het verleden gesproken over een driejarentermijn voor gedoogden, buitenlanders met een voorlopige verblijfsvergunning. Het CDA vindt dat de termijn moet worden verlengd tot vijf jaar. “Drie jaar is te kort”, zegt De Hoop Scheffer.

De regeringsfracties PvdA en D66 zijn van mening dat een wachttijd van drie jaar “redelijk” is, gezien de lange onzekerheid voor de betrokkene. D66 wil er wel over spreken met Schmitz.

Op 1 juni besloot de Haagse rechtbank dat een Vietnamese asielzoeker in Nederland mocht blijven omdat deze langer dan drie jaar had gewacht op een eindoordeel over zijn asielaanvraag. Hij maakte deel uit van een groep van driehonderd Vietnamezen die in 1991 via Tsjechoslowakije naar Nederland kwam.

Volgens de rechtbank heeft Justitie in de loop der jaren “een beleid ontwikkeld” waaraan vreemdelingen aanspraken kunnen ontlenen. De staatssecretaris van justitie noemde de termijn van drie jaren in twee brieven, op 11 september 1992 en op 5 april 1994. In de laatste brief, gericht aan de Raad van State, schreef toenmalig staatssecretaris Kosto dat in “individuele gevallen een periode van uiterlijk drie jaren” geldt voor asielzoekers die geen definitieve beslissing op hun verzoek om toelating hebben gekregen. Voorwaarde was dat de lange wachttijd te wijten was aan “effecten van bestuurlijk beleid” - van de Nederlandse autoriteiten.

Die termijn van drie jaar komt overeen met de termijn waarna een vluchteling met een voorlopige verblijfsvergunning “om klemmende redenen van humanitaire aard” in aanmerking komt voor een permanente vergunning.

De VVD vreest dat er een situatie ontstaat waarin een “generaal pardon” komt voor vreemdelingen die lange tijd in Nederland verblijven, bijvoorbeeld omdat er geen overeenstemming is met het land van herkomst over de terugname. “Als die wachttijden zich voordoen moet Justitie extra mensen inzetten om de achterstanden weg te werken”, zegt Rijpstra.

Volgens het departement van justitie zal staatssecretaris Schmitz de Kamer schriftelijk informeren over haar plannen met het driejarenbeleid.