Cannes...

DE EUROTOP in Cannes is niet in een tumultueus fiasco geëindigd en dat is gegeven de turbulente voorgeschiedenis al heel wat. Aanleiding om te juichen is er niet. Het Europol-akkoord is krakkemikkig. Premier Major was zo aardig om niet opnieuw, zoals ten tijde van het Verdrag van Maastricht, “game, set and match” te kraaien, maar feit blijft dat ook anno 1995 Groot-Brittannië een risico voor Europa is. En dat terwijl Europol dringend aan de slag moet, want als de Europese burger ergens Europa mist dan is het op het gebied van de inmiddels praktisch altijd grensoverschrijdende criminaliteit.

Dan zijn er de grote sommen gelds die de Europese Unie uittrekt voor Oost-Europa en voor het Middellandse-Zeegebied. Die bedragen vormen een optelsom van een Duits-Spaans compromis. Spanje wilde extra steun aan het Maghreb-gebied, Duitsland ziet een prioriteit in Oost-Europa. De uitkomst is een compromis dat netto betalers duur komt te staan en waarbij ook het Nederlandse parlement nog recht heeft op een adequate toelichting. Want op zichzelf is de hulp aan potentiële lidstaten in Oost-Europa heel wel te verdedigen, maar een automatisme om dan vervolgens ook steeds fikse bedragen naar de Maghreb over te maken leidt tot oneigenlijke koppelingen en kosten.

Maar zoals gezegd - de staatshoofden en regeringsleiders zijn in elk geval niet verbitterd uit elkaar gegaan en de draad van de integratie houdt het nog. De Eurotop in Cannes heeft voor Nederland één interessant winstpunt gebracht plus een staaltje hardleersheid. Dankzij de discussies over Europese integratie in Nederland zelf en dankzij een actievere en kritischere houding van diverse parlementariërs in Den Haag kon een Nederlandse premier eindelijk ook eens knokken voor een standpunt met verwijzing naar de nationale achterban. Een Europol-verdrag zonder concrete verwijzing naar het Europese Hof zou in het Nederlandse parlement geen genade vinden, aldus Kok en dus moest hij samen met de Benelux-partners verzet aantekenen tegen de Britten. Dus niet zozeer belerend jegens de anderen, maar eerder verwijzend naar de binnenlandse noodzaak tot politieke legitimatie. Dat is winst.

Ongelukkig en ietwat knullig was de wijze waarop het Nederlandse kabinet zichzelf nu toch weer spreekbuis der verontwaardigden maakt bij een ander thema. Natuurlijk, het blijft jammer dat Frankrijk uitgerekend nu zijn kernproeven hervat en in diverse landen is aan publieke verontwaardiging uiting gegeven. Maar welk specifiek belang dient een Nederlands kabinet om zich vooraan in de protestmars op te stellen? Zijn deze kernproeven bijvoorbeeld meer tegen Nederland dan bijvoorbeeld tegen Duitsland of België of Spanje gericht?

EEN MINISTER, mevrouw De Boer, riep nota bene op tot een boycot van Franse produkten. Past dit in het regeerakkoord waarin Nederland een betere relatie met de de Europese buren nastreeft? Is hier sprake van coördinatie met andere landen, zodat dit soort verontwaardiging ook tot iets leidt? Het antwoord daarop - het zal nauwelijks verrassen - is ontkennend en dus zijn we slechts getuige geweest van een staaltje 'Eens Even Flink De Waarheid Zeggen'.

Burgers, media, parlementariërs - zij allen mogen en moeten van hun hart geen moordkuil maken. Een minister daarentegen is er niet om doelloos het gemoed te luchten, althans niet wanneer het gaat om buitenlandse politiek.