Buren pogen bij Afghanistan in het gevlij te komen

NEW DELHI, 28 JUNI. Het gonst van de diplomatieke activiteit in en om Afghanistan. Nu de regering van president Burhanuddin Rabbani haar positie de afgelopen maanden aanzienlijk versterkt heeft, pogen de buurlanden Iran en Pakistan met wisselend succes in het gevlij te komen bij het bewind in Kabul. De Verenigde Staten, Saoedi-Arabië, Rusland, Oezbekistan en India volgen het verloop van de hofmakerij bezorgd.

Rabbani en zijn militaire meesterbrein, Ahmed Shah Massoud, genieten op het ogenblik meer gezag dan ze de laatste drie jaar ooit hebben bezeten. Niet alleen zijn ze erin geslaagd de Talibaan, de religieuze studenten die aan een onstuitbare opmars door Afghanistan bezig leken, overtuigend te verslaan, daarnaast zijn ze en passant van hun grote rivaal, de radicale Pathaanse leider Gulbuddin Hekmatyar, afgeraakt. Deze bestookte Kabul drie jaar lang vrijwel dagelijks met artillerie en raketten, waardoor de helft van de stad in puin ligt en Kabul lange tijd een van de onveiligste oorden ter wereld was.

Ook een minder prominente tegenstander, de shi'itische groep Hizb-i-Wahdat, werd dit voorjaar uit de Afghaanse hoofdstad verdreven en de afgelopen week moest deze door Iran gesteunde organisatie zelfs de 170 kilometer ten westen van Kabul gelegen stad Bamiyan prijsgeven aan de militairen van Rabbani.

Iran lijkt zich intussen niet al te zeer om de shi'itische minderheid te bekommeren. In plaats daarvan spant het zich in de voorheen koele betrekkingen met Rabbani aan te halen. Teheran beseft dat het niet te kieskeurig met zijn bondgenoten kan zijn, nu de Amerikanen Iran uit alle macht pogen te isoleren. Bovendien ziet Iran nog altijd liever Rabbani aan de macht in Kabul dan de radicaal sunnitische Talibaan, die dit voorjaar vermoedelijk verantwoordelijk waren voor de dood van de leider van Hizb-i-Wahdat, Abdul Ali Mazari.

De Talibaan, die een wapenstilstand met Rabbani hebben gesloten, schurken zich in de ogen van Teheran ook wel erg tegen Pakistan aan. Irans betrekkingen met Pakistan zijn de laatste maanden merkbaar verslechterd. De Pakistaanse premier, Benazir Bhutto, doet haar uiterste best de betrekkingen met de Verenigde Staten te verbeteren. Tijdens een recent bezoek aan Washington presenteerde ze haar land daartoe als een bastion tegen de fundamentalistische islam, lees Iran. Zulke uitlatingen werden in Teheran met woede ontvangen. Op zijn beurt bracht de Iraanse president, Ali Akbar Hashemi Rafsanjani, in april een succesvol bezoek aan India, dat door de Pakistanen met Argus-ogen werd gevolgd.

Volgens Afghaanse bronnen heeft Iran vooral de banden met Ismail Khan aangehaald, een nauwe bondgenoot van Rabbani, die het westelijke deel van Afghanistan om de stad Herat beheerst. Bezorgdheid over de Talibaan zal daaraan niet vreemd zijn geweest. De studenten stelden de afgelopen maanden verwoede pogingen in het werk de strategische luchtmachtbasis Shindand, 100 kilometer ten zuiden van Herat, in te nemen. Mede dankzij hulp van elitetroepen van Massoud werden de studenten teruggeslagen.

Overigens moet worden afgewacht hoe de betrekkingen met Khan zich verder ontwikkelen. Iran maakte namelijk vorige week bekend dat het de komende maanden 400.000 Afghaanse vluchtelingen wil repatriëren, nog voor het einde van dit jaar gevolgd door weer 500.000 repatrianten. Ook daarna zullen er nog 700.000 Afghanen in Iran verblijven, die daar tijdens de oorlog tegen de Sovjet-Unie een goed heenkomen hadden gezocht. De meeste repatrianten zullen in eerste instantie in het gebied van Ismail Khan terechtkomen en, hoewel dat het tot dusverre economisch gezien redelijk doet, is het de vraag of het zoveel nieuwe mensen in zo korte tijd zal kunnen opnemen.

Pakistan, de Verenigde Staten en Saoedi-Arabië zien de toenadering tussen Teheran en Kabul intussen met zorg aan, al is er vooralsnog geen sprake van dat Iran een beslissende invloed op Rabbani heeft en nog minder dat Rabbani heel Af ghanistan zou controleren. Volgens berichten uit Pakistan heeft de Amerikaanse ambassadeur in Islamabad echter onlangs, vermoedelijk op zoek naar een tegenwicht, besprekingen gevoerd met Hekmatyar, die zich de laatste tijd koest houdt maar zeker nog niet is uitgespeeld.

Pakistan heeft de laatste maanden zijn greep op de gebeurtenissen in zijn achtertuin danig zien verslappen. Jarenlang steunde de Pakistaanse geheime dienst ISI de Pathaan Hekmatyar tegen de Tadzjieken Rabbani en Massoud zonder dat dit doorgaans veel zoden aan de dijk zette. Vorig jaar hielpen de Pakistanen de Talibaan op weg, en eindelijk leken de Pakistanen op een winnend paard te hebben gewed. Maar voor Kabul liepen de studenten zich in maart vast en Pakistans ster in Afghanistan daalde weer snel.

Islamabad had zijn betrekkingen met Rabbani sinds vorig jaar op een laag pitje gezet. De Pakistaanse ambassade was bij voorbeeld naar de oostelijke stad Jalalabad overgeheveld. Inmiddels heeft Pakistan echter eieren voor zijn geld gekozen en zetelt de ambassade weer in Kabul. Tegen wil en dank werven de Pakistanen nu om de gunst van Rabbani en Massoud. Zo herriep Islamabad onlangs een reeks beperkingen op de handel met Afghanistan. Rabbani is echter het verleden niet vergeten en stelt zich gereserveerd op. Hartelijker zijn naar verluidt zijn betrekkingen met Pakistans aartsvijand India. Dit heeft tot grote ergernis van Islamabad technici, onderdelen, geld en volgens sommige berichten zelfs piloten geleverd om Rabbani's luchtmacht op peil te brengen.

Rabbani houdt vooralsnog problemen met een andere hoofdrolspeler, de wispelturige Oezbeekse generaal Abdul Rasheed Dostam, die een groot deel van noordelijk Afghanistan rond de stad Mazar-i-Sharif controleert. Dostam kan op de bijna onvoorwaardelijke steun rekenen van Oezbekistan. Ook heeft hij vanouds een goede verstandhouding met de Russen.

De militairen van Dostam en Massoud hebben zich bij de strategische Salang-pas, ruim 100 kilometer ten noorden van Kabul, ingegraven en af en toe komt het daar tot gevechten. Twee weken geleden werden de bewoners van Kabul zelfs, voor het eerst in maanden, opgeschrikt door een kleinschalig bombardement door vliegtuigen van Dostam.

Dostam heeft zich aangesloten bij een los samenwerkingsverband van oppositiegroepen, waartoe verder de Talibaan en Hekmatyar behoren. Veel daden zijn er echter voorlopig niet van deze gelegenheidsalliantie te verwachten, want het botert niet tussen de Durrani-Pathanen uit het zuiden van Afghanistan en de Ghilzai uit het oosten. De Talibaan zijn vooral Durrani, terwijl Hekmatyar en consorten voornamelijk uit Ghilzai bestaan.

Na een fiasco in maart, toen hij een vredesregeling beweerde rond te hebben waar uiteindelijk niets van terechtkwam, heeft ten slotte ook VN-bemiddelaar Mahmoud Mestiri weer moed gevat. Eind juni wil hij terug naar Afghanistan. Of hij ditmaal meer zal zijn dan een figurant valt echter te bezien.