Voetbalclubs morrend akkoord met boete-regeling

AMERSFOORT, 27 JUNI. Vanaf zijn aantreden in 1993 heeft Jos Staatsen, voorzitter bestuur betaald voetbal, ervoor geijverd om de algemene veraderingen van zijn sectie weer openbaar te maken. Zijn voorganger Martin van Rooijen hield op voorstel van Ajax-praeses Michael van Praag de deuren immers stijf gesloten voor de media. Staatsen vond dit indruisen tegen democratische wetten, want het volk hoort toch te kunnen meekijken in het parlement van de populairste sport. Aldus werden gisteren op initiatief van de oud-burgemeester de media weer toegelaten. Maar uitgerekend in zijn eerste openbare zitting, een buitengewone algemene ledenvergadering, kreeg Staatsen het zwaar te verduren. De vrees van Van Praag, dat voetbalbestuurders zich in aanwezigheid van journalisten terughoudend opstellen, bleek ongegrond.

Het voorstel om administratieve boetes in te stellen voor clubs die niet in staat zijn wedstrijden ordentelijk te laten verlopen of clubs die te maken krijgen met een burgemeestersverbod, werd aangenomen ondanks felle oppositie van onder meer Feyenoord. Het met de Centrale Spelers Raad bereikte compromis over het opstellen van een derde buitenlander werd zelfs helemaal van tafel geveegd. De oude regeling (twee buitenlanders, plus een onbeperkt aantal voetbal-buitenlanders die minimaal twee jaar in Nederland spelen) blijft komend seizoen van kracht.

De hemdsmouwen werden gisteravond in een benauwd hotelzaaltje in Amersfoort - Zeist was weer eens volgeboekt - niet alleen opgestroopt wegens de warmte. Toen de stukken op tafel kwamen gingen de colberts en blazers over de stoelen en trokken verschillende bestuurders fel van leer. Met veel belangstelling was uitgezien naar de uitkomst van een speciale werkgroep, waarin onder meer Derks (Dordrecht'90), Van Praag (Ajax) en Staatsen zelf hadden plaatsgenomen. Het college was in het leven geroepen om een alternatief te vinden voor de zogenoemde 0-1-regeling. Dit eerdere voorstel van het sectiebestuur bepaalde dat indien de thuisspelende club niet binnen een maand een verboden wedstrijd opnieuw kon vaststellen, het duel zou eindigen in 0-1 voor de bezoekende vereniging. Het alternatief dat de werkgroep vond voor de sportieve straf was voorspelbaar: boetes.

Uitgangspunt voor de werkgroep was de gedachte, dat de thuisspelende club aansprakelijk is voor de wanordelijkheden in het stadion. Indien de waarnemer en/of het arbitrale trio melding maakt van ongeregeldheden wordt een administratieve sanctie opgelegd van 25.000 gulden voor een eredivisieclub en 10.000 gulden voor een club uit de eerste divisie. Na maximaal vier boetes in één seizoen kan het bestuur betaald voetbal de licentie van de risico-vereniging intrekken. Dezelfde bedragen worden in rekening gebracht bij de bezoekende club als haar reizende supportersgroepen problemen veroorzaken. De politie speelt dan voor rechter. Onder druk van de oppositie moest Staatsen hier aan toevoegen: “De boete wordt echter pas opgelegd na zorgvuldig onderzoek van de KNVB.”

De sancties, waar menige bestuurder gisteren al van gruwde, worden nog eens verhoogd tot 35.000 gulden (eredivisie) en 15.000 gulden (eerste divisie) als een club een wedstrijd niet kan organiseren door een burgemeestersverbod. In dat geval wordt aangenomen dat de gastheer zijn veiligheidsorganisatie niet voor elkaar heeft. Een verboden wedstrijd die niet binnen een maand opnieuw kan worden vastgesteld, zal in het stadion van de tegenstander worden afgewerkt. Is dat ook niet mogelijk, dan wijst de KNVB een neutraal terrein aan. De betrokken clubs mogen dan veertig procent van de recette delen, zo bedacht penningmeester Theo Aalbers tijdens de vergadering op verzoek van voorzitter Hoen van MVV.

Morrend gingen de afgevaardigden akkoord met de voorstellen. Hier en daar werden nog enkele amendementen aangebracht. Ton van der Meer (NAC): “Ik voel me niet verantwoordelijk voor een reizende supportersstroom. Het is wel erg simpel als de politie even beoordeelt dat er een boete moet komen.”

Jorien van den Herik (Feyenoord): “Heeft de werkgroep wel de tijd genomen voor de uitwerking van deze maatregelen? Hoe vaak is er vergaderd? Eén keer slechts? Je kunt in je stadion niet controleren waar de bezoekende supporters precies zitten.” Jos Staatsen (sectievoorzitter): “Als er een dakpan van uw huis op een voorbijganger waait bent u ook verantwoordelijk.” Frans Derks (Dordrecht'90): “Het gaat erom dat er iets moet gebeuren. De clubs dienen ook aan zelfkritiek te doen.”

Na ongeveer anderhalf uur discussiëren stond de voorzitter van de tuchtcommissie mr. M.E.F.H. van Erve op met een bijna vernietigend oordeel. De term administratieve boete, dus zonder enige rechtsgang, waar nog niemand over was gevallen, had hem geïrriteerd. Het opleggen van een dergelijke sanctie is in strijd met de statuten van de KNVB en kan door de rechter eenvoudig nietig worden verklaard, zo betoogde de jurist achterin de zaal. Voor het wijzigen van de statuten is een tweederde meerderheid noodzakelijk van het bondsbestuur waarin ook de amateurs zitting hebben. Dat zal het sectiebestuur dus niet doen. De maatregelen worden getoest aan de statuten en anders zullen de sancties toch via de tuchtrechter worden opgelegd.

De buitenlanders-regeling werd simpel getorpedeerd door één man: Arie van Os, penningmeester van Ajax. Hij constateerde in een gloedvol betoog dat het compromis met de Centrale Spelers Raad (CSR) in de toekomst zou betekenen dat zogenaamde geassimileerde spelers (voetballers die langer dan twee jaar in Nederland spelen) in de toekomst niet meer van buiten de EU mogen komen. Dus geen Kanu, Finidi of Litmanen meer.

Het eerste klopte, het tweede niet. Het genoemde drietal valt nog onder de oude regeling en de Fin Litmanen komt uit een lidstaat van de Europese Unie. Bovendien mogen twee niet-EU'ers straks altijd nog worden opgesteld als buitenlanders, waarvan er in totaal drie kunnen spelen. Maar Van Os vond dat hij beter af was met een onbeperkt aantal geassimileerde spelers met twee buitenlanders en hij kreeg steun van zijn buurman Van den Herik (“Dit is discriminatie”).

Toen Staatsen het compromisvoorstel met hand op steken in stemming bracht, leken er aanvankelijk hooguit zeven tegenstemmers. Tijdens de hoofdelijke stemming die volgde, waren er plotseling zeventien tegenstanders. Onder hen overigens niet de afgevaardigden van Roda JC en PSV. Zij zagen kennelijk geen gevaar in de regeling. “We moeten als Nederland niet op een eiland komen te staan”, vond Willem Maeyer, voorzitter van PSV.

    • Erik Oudshoorn