'Toch zal ik die rotrivier een beetje missen'

BORGHAREN, 27 JUNI. Er vloeide gisteren minder water door de Maas dan bier uit de pompen van de feesttent die stond opgesteld op het kermisterrein in Borgharen. De Limburgse waterschappen Roer en Overmaas en Peel en Maasvallei trakteerden de bevolking op gratis pils omdat eregast minister Jorritsma (verkeer en waterstaat) het sein kwam geven voor het begin van de aanleg van de kaden die Borgharen en Itteren tegen de rivier moeten beschermen. In november moeten de twee Maastrichtse kerkdorpen zijn beveiligd door een dijk in hoogte variërend van een halve tot drie meter. “Toch zal ik hem een beetje missen, die rotrivier”, zei gisteren een dorpsbewoner, wiens huis in veertien maanden twee keer in het water heeft gestaan.

Als de waterstand komende winter even hoog wordt als de laatste twee winters, zullen de dorpen het droog houden, garandeert de directeur van waterschap Roer en Overmaas, drs. F. Laarakker: “Alleen als het weer niet meezit, kunnen er nog noodmaatregelen nodig zijn omdat de kades dan nog niet begroeid zijn met gras dat voor de stevigheid moet zorgen.” Ook de voorzieningen om kwelwater weg te pompen worden pas volgend jaar geïnstalleerd, maar ook dat is met tijdelijke maatregelen op te lossen, zegt Laarakker. “Een absolute garantie dat het water niet meer terugkomt kunnen we niet geven. De huidige maatregelen bieden een bescherming van één vijftigste. Ik zeg niet meer dat een overstroming zich eens in de vijftig jaar kan voordoen, want dan word ik overal op hoongelach ontvangen.”

De werkzaamheden in Borgharen en Itteren vormen de eerste fase van de aanleg van de 143,4 kilometer dijken en kaden tussen Eijsden en Mook. Wanneer in 2005 ook het Grensmaasplan tussen Eijsden en Roosteren is uitgevoerd en de rivier in Midden- en Noord-Limburg is uitgediept, moet het overstromingsrisico zijn teruggebracht tot 1/250ste.

Volgens de Limburgse gedeputeerde dr. J. Schrijen ligt de uitvoering van het kadenplan geheel op schema. Tot nu toe zijn vier van de zeven deelplannen voor de kadeaanleg door de provincie vastgesteld en aanbesteed. Eén plan is gegund, vandaag volgen nog drie gunningen. In totaal zijn 350 bezwaarschriften ingediend, maar aan een groot deel daarvan is al tegemoetgekomen. Meestal ging het om mensen wier uitzicht werd belemmerd door de kademuren. Waar mogelijk zijn de muren vervangen door demontabele constructies, terwijl op andere plaatsen wordt overwogen de betonnen muren weg te werken achter gemestelde muurtjes van veldbrandsteen, als de beschikbare middelen dat toelaten.

De overige bezwaarschriften kunnen de uitvoering van de plannen niet ophouden, tenzij de Raad van State een bezwaar gegrond verklaart. Die afwijkende regeling is opgenomen in de noodwet Deltaplan Grote Rivieren, die geldt voor de duur van de uitvoering van het plan. De wet maakt het ook mogelijk weerspannige eigenaren van grond waar kaden zijn voorzien, via een lastgeving tot medewerking te dwingen. Volgens het waterschap Roer en Overmaas moet alleen al tussen Maastricht en Roermond met zevenhonderd eigenaren worden onderhandeld. Voor de waardebepaling heeft het waterschap vijftien taxateurs aangetrokken, die rekening houden met gebruikswaarde, verwachtingswaarde en de eventuele aanwezigheid van grind in de ondergrond.

Voor de aanleg van de kaden in Limburg had minister Jorritsma aanvankelijk 100 miljoen gulden beschikbaar gesteld, maar na protesten van de provincie is dat bedrag verhoogd tot 155 miljoen. De waterschappen verwachten dat zij het plan voor die prijs kunnen uitvoeren, maar het bedrag kan een kwart hoger óf lager uitvallen. De uiteindelijke prijs hangt af van de aanbesteding, de grondkosten, de voorraden geschikte klei en zand en de verontreinigingsgraad van de bodem.

Jorritsma herhaalde gisteren haar bezwaren tegen bouwplannen van diverse gemeenten in het winterbed van de Maas: “Het zou te gek zijn voor woorden als wij nu vele miljoenen investeren en tegelijkertijd het oprukken van nieuwbouw in de richting van de Maasoever niet stoppen.” Ze zei erop te rekenen dat het overleg van minister De Boer (milieu) over dat probleem spoedig tot een bouwverbod zal leiden.