Technologie (4)

Het is ongelooflijk zo oppervlakkig als Frank van Empel de technologische vernieuwing benadert (NRC Handelsblad, 10 en 20 juni). Waar hij in het eerste artikel zonder voor mij herkenbare vragen/een herkenbare probleemstelling wat jongleert met macro-economische getallen, poneert hij in het tweede artikel de eenvoudige stelling dat technologische vernieuwing essentieel is voor de toekomstige werkgelegenheid. Er liggen nog genoeg nieuwe banen zo verzoekt hij ons aan te nemen, zonder er overigens in te slagen daar materiaal voor aan te dragen. Immers, het zijn zijn eigen woorden, “met zekerheid valt alleen iets over het verleden te zeggen”.

Nu, ik heb de afgelopen twaalf jaar met meer dan gemiddelde belangstelling, als politicoloog opgeleid, onze staat en samenleving van een afstand gevolgd, en ik wil u van mijn kant verzoeken aan te nemen dat als we de technologie als blinde kracht in onze samenleving blijven accepteren, dit per saldo tot een verdere uitstoot van de factor arbeid zal leiden. Dit is de afgelopen twintig jaar ook gebeurd en er is niets dat erop wijst, dat dit mechanisme zich niet zal herhalen.

Verder vraag ik mij af wat dit alles in ecologische zin betekent; immers tegen alle verwachtingen in wordt er niet minder gereisd, wordt er niet minder papier gebruikt, en is de intermenselijke communicatie er niet beter op geworden.

Frank van Empel, en de groep waar hij al dan niet bewust voor staat, laat ons in de steek, waar het gaat over het inschatten van de gevolgen van de technologische vernieuwing, en de vraag of het verder doorgaan met de technologisering van staat en samenleving, zonder meer, wel zo'n wenselijke zaak is. Zouden we ons niet veel eerder moeten bezinnen rond vragen van humaniteit en leefbaarheid?