Superieur elegante vertolking van Stockhausen in Beurs

Stockhausen-retrospectief: Bernhard Wambach (piano) e.a.; Asko-ensemble o.l.v. Stefan Asbury met Sepp Grotenhuis (piano) e.a. Gehoord 22, 23/6 Beurs van Berlage Amsterdam.

“Das wichtigste im Leben ist lernen.” Onder dat motto analyseerde Karlheinz Stockhausen, centrale figuur in het Holland Festival, vrijdagavond in de Beurs van Berlage tijdens een soort van compositie-masterclass zijn Kreuzspiel uit 1951 en Kontra-Punkte uit 1952-'53. Ellen Corver moest wegens indispositie haar aandeel laten vervallen en zo ontstond ruimte voor een unieke ervaring.

Vaak wordt beweerd dat de serialiteit leidde tot oververfijning met een amorfe muziek als resultaat, maar meestal waren daar amorfe uitvoeringen debet aan. En zeker wanneer er gemusiceerd wordt met een helderheid en precisie van pianist Sepp Grotenhuis of met een verleidelijke kleurenrijkdom zoals vrijdagavond door het Asko-ensemble, kan iedereen de overduidelijke bewegingsvormen volgen, zelfs zonder inleiding van de maestro zelf. Klonken deze werken voorheen stram en strak, een pianist als Bernhard Wambach (op het concert van donderdagavond in het razend lastige Klavierstück X) verblufte nu door een superieur elegante, bijkans nonchalante uitvoering.

“Kosmische Musik eines kleinen Schüler”, zo betitelde Stockhausen terugblikkend die punctuele vroegste fase in het werk van een beginnend componist. Weliswaar vormden twaalftoonsreeksen de basis, zoals in de 'primitieve' dodekafonie van de Weense School, maar mij valt op dat Stockhausen het getal zes minstens zo heilig verklaarde.

In het Schlagtrio zijn het zes octaven in de piano die corresponderen met zes pauken, in Kreuzspiel - zijn eerste in het openbaar uitgevoerde compositie - kruisen geleidelijk aan zes hoge met zes lage noten elkaar, en in Kontra-pünkte bestaat het basismateriaal uit zes klankkleuren, zes tempi, zes tijdsreeksen en zes sterktegraden.

Dit klinkt technisch, maar het resultaat is uitgesproken muzikaal. En wanneer in Kreuzspiel de tonen opeens in de laagte worden samengeperst heeft dit nu, anno 1995, het effect van een Beethoven-doorwerking. Uitwaaierend in de resonantie van de piano herinnert de textuur aan een gracieuze Schumann.

Toch was die muziek aanvankelijk primair niets anders dan een purificatieproces, een muziek van zuivere tonen geplaatst in een onveranderlijk licht. Volstrekt eigen en nergens mee te vergelijken. Blijkbaar brengt ook de tijd zijn belichting aan.

Aanvankelijk had ik problemen met het opblazen van de klankverhoudingen. Stockhausen werkte in zijn combinaties van piano met slagwerk aan een verruiming van het bestaande kamermuziekgenre, zoals pianotrio, strijkkwartet, blaaskwintet, enzovoorts. Maar aangepast aan de grote en vooral opmerkelijk hoge ruimte in de Beurs van Berlage liet hij alle instrumenten versterken. Kontakte, die ultieme synthese van elektronische en instrumentale klanken, kan dat goed verdragen, het loopt eigenlijk al vooruit op de grotere, latere werken. Maar die vroege stukken kregen nu een enigszins vervreemdend aura.

    • Ernst Vermeulen