Scholieren hebben korte verlanglijst

ENSCHEDE, 27 JUNI. “Wie heeft een leraar wel eens zien slaan?” Gejaagd speurt tv-presentator Tom Egbers de tafels langs in de verduisterde kantine van de Enschedese scholengemeenschap Zuid. “Manja toch, bij gym?”, stompt Loewana (13) haar buurvrouw, toen “die voor de zoveelste keer” geen zin had in de ringen. De gymjuf gaf haar woedend een klap maar “Manja sloeg haar plat op de bek terug”. Maar de camera zoemt al in op Gerrit Jan (14). “Op de basisschool”, stottert hij verlegen. “Een jongen met een lesbische moeder. De jongen was heel langzaam, de hele klas pestte hem, de leraar ook. Soms hingen we zijn tas bovenin het lokaal. En als hij niet opschoot, gaf de leraar hem een dreun.” “Is een klap net zo erg als drie jaar treiteren”, vraagt Egbers. Alle vijftig scholieren vallen stil. Het volgende filmpje dan maar, straatinterviews over seksuele voorlichting als must op school.

Op verzoek van het Platform Pedagogische Opdracht van het Onderwijs ondervroeg Egbers gistermiddag 50 jongeren over hun ideale school. De deelnemers - tussen de twaalf en vijftien jaar oud en woonachtig in Twente en de Achterhoek - kregen nauwelijks de tijd na te denken of gelegenheid om uit te praten. Op basis van de video-opnames zal een voorlichtingsfilm voor alle scholen worden samengesteld, verduidelijkt secretaris van het platform H. Hooghoff. Met de bedoeling om scholen uit te dagen met leerlingen, ouders, en leraren te praten over wat het allerbelangrijkste is voor iedereen: een prettige sfeer op school. Want hoe beter het schoolklimaat hoe beter de schoolprestaties, is het credo anno 1995.

De discussie gisteren was zorgvuldig voorgekookt. Een team onderzoekers van het Instituut voor Leerplanontwikkeling (SLO) is de afgelopen maanden “op de bonnefooi met een autootje langs 12 scholen in de regio gescheurd”, vertelt Hooghoff, met een vragenlijst voor 312 jongeren van wie er gisteren 75 waren genodigd. De weerslag van de steekproef zag vorige week het licht, onder de titel 'Wij jongeren, waar staan wij voor'.

Kort gezegd valt het met die verlanglijst van leerlingen wel mee. Of de leraar gekleed gaat in driedelig grijs of een strak leren outfit, maakt de ondervraagden niets uit. Netzomin het hen iets kan schelen of de docent homoseksueel is of een racistisch getinte grap maakt. Veel belangrijker vinden ze het dat hij zijn klas de gelegenheid geeft vrijuit te spreken als ze het er niet mee eens zijn (97 procent). Verder verwachten ze dat een docent goed kan lesgeven (62 procent), eerlijk is (52 procent), en zijn verhaal kan illustreren met voorbeelden (43 procent). Wel dreigt een meerderheid, van overwegend oudere jongens op HAVO en VWO, te gaan klieren als een leerkracht zich onbeschoft gedraagt. In dat verband noemt driekwart van de leerlingen een slaande leraar het meest weerzinwekkend.

Teh-Tong (14) wil 'een mens' voor de klas. Een mens dat consequent is en niet aan “eenrichtingsverkeer” doet. Waarmee hij maar wil zeggen dat als híj niet mag eten in de klas, de leraar dat ook moet nalaten. Die regels moeten leerlingen en leraren samen met elkaar afspreken, vindt hij. En een leraar die al te popie-jopie doet is bij Mariël uit HAVO 3 aan het verkeerde adres. Als hij bijvoorbeeld begint over zíjn weggelopen vrouw als háar cavia net dood is. “Een leraar moet zijn pleziertjes thuis beleven”, zegt ze in de voorbij flitsende camera. Om daar even later tegenover haar buurvrouw aan toe te voegen: “Over zijn privéleven moet-ie alleen vertellen als het ertoe doet. Op soapafleveringen zit ik niet te wachten.”

Na afloop in de lerarenkamer voelt Mariël zich om heel eerlijk te zijn wat bekocht. Ze had zich voorgesteld dieper op het onderwerp in te gaan, “maar dit was maar wat roepen, filmpje en klaar is Kees”. Alleen hun klasgenoot Jeroen vond het wel 'heftig'. “This is tv, man”, roept hij “het doet er niet toe wat je zegt, het gaat om de snelheid en hoe het eruit ziet.”